|
Een ooievaartje |
Harrie Boerkamp |
à (zie ook het artikel van Henk Alberts van dezelfde datum)
Het was een schokkende ervaring. Ik wens het niemand toe. Het is een aanslag op je wereldbeeld en op je zelfvertrouwen. Hilariteit alom ten koste van mij. Mijn potsierlijke acties werden herhaald en herhaald, tot steeds groter vermaak. Iedereen moest het zien.
– Misschien was het overconcentratie. Het bierteam draait stroef dit jaar. Al twee keer had ik door een onbesuisde nederlaag tegen een speler van amper 1700 een naderende overwinning omgezet in 4-4. En nu speelde ik tegen Ton Thijssen, een van de weinige 1900-spelers in de eerste klasse. En het stond weer 4-3 voor ons.
– Misschien was het de wraak der goden. Twee dagen eerder had ik nogal lacherig gedaan over een kortsluiting bij Joost, die tegen Hora Vlam zonder aanleiding plots met pion b7 zijn eigen toren op c6 sloeg, het stuk keurig naast het bord zette en de klok indrukte. Ik mompelde iets over leeftijd en stoppen met schaken.
– Misschien was het vermoeidheid. Ik had een Najdorf niet zo goed opgezet en een zware aanval ternauwernood overleefd.
– Misschien was het dat gevaarlijke moment van ontspanning, waarop je weet dat de buit binnen is. Toen zijn aanval uitgewoed was, had ik hem terug weten te drukken en nu stond hij helemaal klem. Ik wachtte min of meer op zijn uitgestoken hand.
Dit was de stand:
|
|
Ton Thijssen – Harrie Boerkamp, Haeghe Ooievaar – Promotie 4, HSB 1B, 6 januari 2011
Stand na 57 ..Lf3
Ik had 57..Lf3 gedaan. Na 58 d7 Th1 kan de nieuwe witte dame het mat op g1 niet meer verhinderen. Er zijn maar twee manieren om de matwending te ontlopen. Na 58 Ta1 doe ik 58..g1D+ 59 Kxg1 Th1+ 60 Kf2 Txa1 en de zwarte toren kan beide vrijpionnen arresteren. Op 58 Ke1 volgt 58..g1D+ 59 Lxg1 Txa2 met ongeveer dezelfde stelling. |
Hij had in zijn nood een paar zetten eerder al zijn tijd opgebruikt en had nog een halve minuut. Ik verwachtte dat hij op zou geven. Zijn seconden tikten weg. Er stond een haag van toeschouwers om ons heen. Ik had net gehoord dat de wedstrijd 3-3 stond met nog een stelling voor ons op winst.
En toen ineens deed hij 58 Kxf3!?!?
Ik ging door de grond. Hoe had ik dat nou niet kunnen zien? Mijn loper weggegeven en hij bestreek ook ineens g1 weer. Er ging een zucht door de menigte. Zo van, onze Ton gaat het toch nog flikken. Mijn laatste minuut was ook ingegaan. Ik wist niet hoe ik het had. Toen zag ik nog een laatste kans: 58..g1P+. We gingen door: 59 Lxg1 Txa2 60 Kxe4 Txa5, waarna een remise eindspel was ontstaan.
|
|
Stand na 60..Txa5
Het werd nog erger. In mijn ijver om zijn koning met de toren weg te houden van de cruciale velden, vergat ik de d-lijn te controleren. Op een onbewaakt moment kon hij d7 doen met onhoudbare promotie. Ontgoocheld heb ik opgegeven, en de wedstrijd was daarmee natuurlijk weer 4-4. En toen begon de pret. Zijn koning had een halve minuut lang tussen mijn pionnen e4 en g2 gestaan, dus van welke kant je ook kijkt, een zeer illegale plek. Na mijn vondst 58..g1P+ staat hij dubbelschaak, dus 59 Lxg1 mag ook niet. ► |
Zoals Bernard later zei, ik had beter 58..g1D+ kunnen doen, want Kf3 moet zetten. Mijn 59..Txa2 slaat ook nergens op, hij staat nog steeds schaak. We hebben na deze illegale zettenreeks nog zeker vijf minuten doorgespeeld, waarbij iedereen behalve ik wist wat er gebeurd was. Ik had in die periode nog kunnen claimen, de partij moet dan hervat worden vanaf 57..Lf3. Ik had zelfs nog genoteerd tot en met 58 Kxf3. Dirk Brinkman heeft de wedstrijdleider nog gewaarschuwd. Die vond ingrijpen niet zijn taak, maar dat is het wèl. Citaatje uit de FIDE-spelregels: ‘Als tijdens een partij blijkt dat er een onreglementaire zet is voltooid, moet de stelling teruggebracht worden naar de stelling onmiddellijk voorafgaand aan de onregelmatigheid. Als deze niet kan worden bepaald, moet de partij voortgezet worden vanuit de laatste vast te stellen stelling voor de onregelmatigheid.’ Ze hadden ook mij even een flinke duw kunnen geven. En we hadden protest kunnen indienen na afloop.
Maar goed, ik moet zoiets natuurlijk gewoon zien. Ik kan er nog niet bij hoe het mogelijk was. Op wat voor niveau ben je aan het prutsen als je een combinatie van 1 ply diep (..exf3) niet ziet? Wat zie je dan allemaal nog meer niet? Heeft het nog wel zin om door te gaan met schaken?
Wat misschien ook meespeelde was dat mijn tegenstander het ook niet gezien had. Hij deed het dus niet expres. Hij voerde de zet op een natuurlijke manier uit, niet schichtig of lacherig om zich heen kijkend. Hij zei dat ie het zag, terwijl ik zat te piekeren. Het was wel sportief geweest als hij het dan even had gemeld. Of als hun teamleider dat had gedaan. Of vraag ik nu teveel? Zijn de belangen van zo’n wedstrijd te groot om sportief te zijn?
Toen het Joost overkwam, bedacht ik om zo’n incident een mostertje te noemen. Nu zou het een boerkampje moeten heten. Dat gaat me iets te ver. Daarom stel ik voor het een ooievaartje te noemen. Definitie:
Ooievaartje: een onreglementaire zet, die de uitslag van de partij beïnvloedt
Een ooievaartje doe je per ongeluk. Mensen, die dit in een echte partij expres doen, gaan mij te ver.
Het mooiste ooievaartje is er natuurlijk eentje, die pas na de partij opgemerkt wordt, en waarmee de dader een kansloze stelling heeft gered. Zoals deze van Thijssen inderdaad.
Ik heb er nog eentje uit eigen praktijk.
|
|
Harrie Boerkamp – Gert Pieterse, IBM-tienkampen, 27 juli 1978
Stand na 65..Dg3
Na een zwaar gevecht met nog 2 minuten op de klok zag ik eindelijk een mooie manier om af te wikkelen. 66 De7+ Kg6 67 Dg7+ Kxg7
en daar komt het ooievaartje: 68 Pf5+!?!?
68 ..Kg6 69 Pxg3 en 20 zetten later mat. |
Een vriend van mijn tegenstander merkte daarna terloops op: ‘Ja, maar dat paard mocht toch helemaal niet zetten?’ Gert, toen nog een driftig baasje van 16, later IM geworden, claimde het punt. Toen ik er niet mee instemde, sleepte hij me mee naar de wedstrijdleider. Die gaf mij gelijk. Mat is het einde van de partij.
In het geval van Joost werd het ooievaartje wel gezien. Joost moest met de b-pion zetten, waarna zijn stelling instortte. Ik heb daar ook nog een leuk voorbeeld van.
|
|
NN – Henk Korvinus (Paul Keres), KNSB, 1978
Stand na 16..Db6 (gereconstrueerd)
De witspeler speelde 17 Dxb6. Henk was aan het wandelen, kwam terug bij het bord en sloeg de dame terug, heel stoer met een hand in de zak, terwijl hij nog stond, drukte de klok in en ging toen zitten om het even te noteren. Hij was echter van de kant van de tegenstander aan komen lopen en had een ooievaartje uitgevoerd: 17..c5xb6!?!? De tegenstander wees hem daar fijntjes op en Henk moest de zet 17..c4 doen. Na 18 Dxb7 was het niet heel spannend meer. |
In de vorige KNSB-ronde ook nog eentje:
|
|
Arjan Wijnberg – Jan Hania, Philidor 1847 – De Wijker Toren, KNSB 1A, 12 februari 2011 Hier speelde zwart ..c5. Wit speelde bxc6. Zwart kan nu winnen met ..Df2. Maar toen wit en passant sloeg, pakte hij de pion op b6 er af en niet die van c5. Beide spelers hadden dit curieus genoeg niet in de gaten. Het werd pas ontdekt bij de Chinees. Het loste het witte stellingsprobleem op, want g2 kan nu gemakkelijk door de dame gedekt worden. Wit won uiteindelijk. Na bxc6 is de stellingswaardering -3.3, maar na bxc6 met een pion op c5 in plaats van op b6 is het +2.4! |
Een reactie op het bekende schaakforum USF, waar ik dit voorbeeld vond:
Er moet teruggegaan worden naar de stelling voor de onreglementaire zet (waarbij de kloktijden zo nauwkeurig mogelijk moeten worden teruggezet). Als de partij beëindigd is, kun je niks meer doen. Je hebt dus tot 1 zet voor het einde van de partij de mogelijkheid om de onreglementaire zet aan te kaarten. Dus je zou in theorie, als je zoiets ziet, de hele partij kunnen doorspelen en één zet voor je mat wordt gezet, kunnen zeggen: Oh ja trouwens….



