|
Combinaties |
Rudi Matai |
Hierbij een aantal combinaties uit oudere partijen van mij.
|
|
[1] Rudi Matai – Horst Kersting, Noteboomtoernooi, Leiden 1992
Beide spelers waren in hevige tijdnood. Zwart heeft zojuist 62. ..Td5-d1 gespeeld. De zwarte pion op e3 is niet te stoppen en moet nog 2 stapjes doen om te promoveren. Kan wit nog vechten? Oplossing: Ja, er zit een prachtig idee in de stelling. 63. Tc8! (zie analysediagram 1) Nu faalt 63. … e2?? op 64 . c4!! met ondekbaar mat door Tc8-c6.
|
|
|
ß analysediagram 1 (na 64. c4) Zwart kan dit lot nog ontlopen met 63. … Tc1, 64. c4 Txc4, 65. Txc4,en blijft dan beter staan. In de partij speelde ik 63. Tc6+? en na 63. … Kd5 verloor wit snel. De vraag zal altijd blijven of zwart in tijdnood de dreiging 64. c4 zou hebben gezien als ik 63. Tc8 had gespeeld…
|
|
|
[2] Rudi Matai – Max Toxopeus, Zoetermeer 25 april 1989
Stand na 24. Td1-d8 van wit. Zwart heeft een stuk geofferd voor aanval. Met zijn laatste zet wil wit zware stukken ruilen en dan moet hij met een stuk meer en een ijzersterke vrijpion toch makkelijk winnen. Wat kan zwart het beste doen? (Hint: het antwoord “opgeven” is foutief!) Oplossing: 24. … Txg2+ ! geeft geforceerd mat. 25. Kxg2 (25. Kf1 Ph3+ en mat in twee, ga dit zelf na!) Df3+ 26. Kf1 (na 26. Kg1 kan zwart op 2 manieren mat in één geven) Pd3+ (zie analysediagram 2) |
|
|
|
ß analysediagram 2 (na 26. … Pd3+)
27. Kg1 Dxe3+ 28. Kg2 (of 28. Kh1 met hetzelfde vervolg) Df3+ 29. Kg1 Dg4+ 30. Kh1 Pf2 mat! (zie analysediagram 3)
analysediagram 3 (na 30. … Pf2#)à
In de partij speelde zwart 24. … Ph3+? en na 25. Kh1 won wit zonder problemen. |
|
|
|
[3] R. Matai – R. den Ouden. Zoetermeer 1988, Botwinniktoernooi
De laatst gespeelde zetten waren: 52. Ke2-d1 Pe7-d5!? (goede zet maar zwart ziet zelf niet in wat de pointe is…). Nu zijn we in het diagram beland. Nadat hij eerder een kwaliteit totaal overbodig had weggegeven dacht wit slim geweest te zijn door de zwarte toren op te sluiten en deze nu aan te vallen. 53. Pd3-b2 (zie volgende diagram). Hebbes! Toch?!
|
|
|
|
53. … Tc4-c3? Beide spelers zien over het hoofd dat de simpele onderbreekzet 53. … Pd5-c3+ de kwaliteit redt! Wit moet het paard slaan omdat zwart anders met de toren pion b4 slaat. Na 53. … Pd5-c3+ 54. Ld2xc3 Tc4xc3 zou de volgende stelling zijn ontstaan (zie analysediagram 4).
|
|
|
|
ß analysediagram 4 (na 54. … Tcx3)
Ik denk dat zwart hier goede winstkansen heeft.
Na het in de partij gespeelde 53. … Tc4-c3 volgde 54. Ld2xc3 d4xc3, 55. Pb2-d3 (zie analysediagram 5), en wit won het paardeindspel.
analysediagram 5 (na 55. Pd3) à |
|





