Vorige week werd ik gebeld door de teamleider van een lager team van een grote vereniging uit de stad. Hij verontschuldigde zich voor het feit dat er geen team op de been gebracht kon worden. Geen team op de been brengen betekent dat er geen vijf speelgerechtigde leden te vinden waren die de bereidheid hadden en zich in staat achtten om op een dinsdagavond af te reizen naar Veendam. Hij vroeg beleefd om uitstel van de speeldag met een week.
In artikel 24 van het wedstrijdreglement van de NOSBO is bepaald dat:
-een team in de promotieklasse en 1e klasse minimaal met 5 spelers moet uitkomen
-indien niet met 5 spelers kan worden aangetreden de wedstrijd wordt afgelast
-de competitieleider in dat geval een nieuwe datum vaststelt
-het team twee wedstrijd-punten in mindering krijgt, tenzij sprake is van overmacht
-een boete kan worden opgelegd.
Daar zit je dan als voorzitter/teamleider. De wedstrijd staat in onze jaarkalender. Spelers houden er rekening mee. Het verzoek weigeren kan natuurlijk. De wedstrijd gaat echter dan ook niet door en er zal toch op een avond gespeeld moeten worden die wij voor de interne competitie bestemd hebben. Op het verzoek ingaan houdt ook een risico in: wij zouden compleet aantreden en hoe zou dat een week later zijn? Een volgende overweging is een sportieve. De tegenstander is een directe concurrent voor de 2e plaats, die mogelijk recht geeft op promotie. Door het verzoek te weigeren schakel ik een concurrent uit doordat het team 2 punten in mindering wordt gebracht. Zo willen wij ons niet van onze concurrenten ontdoen. Dat willen we achter de borden bewerkstelligen. Verder hangt er voor hen ook nog een boete in de lucht. Hetgeen onze tegenstander boven het hoofd hangt is derhalve heel wat problematischer dan hetgeen wij organisatorisch (de interne competitie) op te lossen hebben. Blijft de onzekerheid over ons team. Daarvoor heb ik een gentlemen’s agreement gesloten. Zij zullen net zo veel 1800+ spelers op stellen als wij op de been kunnen brengen. Daarmede hebben we de sportieve aspecten zo veel mogelijk geneutraliseerd.
Deze casus staat niet op zich. Het NOSBO gebied is groot. Grijpskerk, Appingedam, Coevorden en Hoogeveen zijn de uithoeken, Meppel heeft zich gelukkig ooit bij de OSBO aangesloten. De animo om uitwedstrijden te spelen neemt af. Met name de uitwedstrijden naar verre oorden en uitwedstrijden op vrijdagavond. En dat geldt al helemaal voor uitwedstrijden op vrijdagavond naar verre oorden. Tot nu toe zijn er in de acht klassen van de NOSBO in totaal 15 uit-spelende teams niet volledig aangetreden. En is er één team na twee speelronden teruggetrokken. Elke teamleider slaakt een zucht van verlichting als de vrijdagavond-clubs niet in een uitwedstrijd tegemoet getreden hoeven te worden. Want als dat wel zo is, sta je voor een stevige klus om een team op te been te krijgen. Voetbalwedstrijden (Emmen en Veendam), verjaardagen, een lang weekeinde ‘weg’ en voorstellingen, zij krijgen een hogere prioriteit. De clubs die ooit naar de vrijdagavond zijn gegaan, hebben daar blijkbaar geen last van. In die plaatsen vindt men kennelijk schaken belangrijker dan wat dan ook. Of zou men een team minder opgeven om steeds voldoende spelers beschikbaar te hebben?
