Redactionele noot: Bierteamleider Maarten Wichhart heeft zijn team zo ver gekregen dat ALLE teamleden een bijdrage hebben geleverd aan dit artikel. Hulde! Wie doet dat hem na?
Na vorig jaar te licht bevonden te zijn in de Promotieklasse, begon het bierteam dit jaar vol goede moed aan hun nieuwe missie. Kampioen worden in de eerste klasse B mocht met dit team toch geen probleem zijn. Met onze gemiddelde rating van ruim 1800 waren we ongeveer 50 punten sterker dan de concurrenten voor de titel. Het liep echter anders. Het seizoen begon met 3 gelijke spelen en een nederlaag, drie matchpunten uit vier wedstrijden, weg illusies, weg kansen op het kampioenschap!
De tweede helft van het seizoen, waarin we de uiteindelijke nummers 1 en 2 met grote cijfers klop gaven, lieten we wel zien wat we waard zijn. Uiteindelijk kwamen we zelfs nog dicht bij de koplopers in de buurt. Achteraf bleek dat een extra halfje in een van de eerste 4 wedstrijden voldoende zou zijn geweest voor het kampioenschap. Aangezien geen enkel teamlid deze eerste wedstrijden zonder kleerscheuren doorkwam, hebben allen de gemiste titel deels aan zichzelf te wijten en dat weten we allemaal maar al te goed. Geniet U van onze 8 schuldbekentenissen.
Maarten
De derde ronde, thuis tegen DD4 gebeurde het. Na de eerste 2 rondes gewonnen te hebben moest ik onverwachts aantreden tegen van Orsouw, een van de sterkere spelers uit de eerste klasse. Deze man speelde voorheen altijd bij RHC-Arena en had mij al vaker op een nul weten te trakteren. Dit zou mij niet weer gebeuren, zo wist ik bijna zeker. Ik ging er lekker voor zitten en kreeg een vertrouwde Sveshnikov op het bord. Op de 12e zet speelde hij Dh5. Deze stelling kende ik wel, daar was ik zeker van. Ik speelde a tempo een voor mij bekende voortzetting. Helaas bleek er drie zetten later een loper te hangen, waar weinig meer aan te doen was. Plichtmatig speelde ik nog een tiental zetten door om vervolgens binnen een uur na aanvang van de wedstrijd de hand van mijn opponent te schudden.
Hoe kon dit nou gebeuren? Ik zal het u uitleggen. Ik heb deze stelling een jaar of 15 geleden met een ex-lid van onze club bekeken. De conclusie was destijds duidelijk: deze variant is veelbelovend voor zwart. Onze speelsterkte zal rond de 1400 gelegen hebben, wat blijkbaar niet genoeg was voor een goed oordeel. Zo blijkt maar, sommige dingen kun je beter vergeten, anders kunnen ze je nog duur komen te staan.
Harrie
Nadat we het seizoen afgesloten hadden met 1 matchpunt minder en veel bordpunten meer dan de twee ploegen boven ons, bleek dat een half bordpunt ergens in de vier niet gewonnen wedstrijden ons kampioen had gemaakt. Ik heb even geturfd. We hebben 19 (!!) kansen gemist om ergens een halfje meer te halen. Drie ervan staan op mijn naam.
De eerste in de eerste wedstrijd van het seizoen, 4-4 tegen SHTV.
|
|
Harrie Boerkamp – Nico Gouzij Bierteam – SHTV 3, 12 oktober 2010 Stand na 37 Dh6 Na een door mij abominabel gespeelde partij had mijn tegenstander onnodig een kwaliteit gegeven. Nu had ik na 37 … Dh7 (enige zet) de dames kunnen ruilen en een potremise stelling kunnen bereiken: 38 Dxh7+ Kxh7 39 Kf2. Immers, na 39..b4 40 Tcg1 moet ie echt eerst iets aan g7 doen, waarna ik op b4 kan ruilen. Maar nee, ik wilde hem in moeilijkheden brengen met 38 Df4? en nu nog even een toren naar de h-lijn. Ik schrok zo van zijn 38 … b4 dat ik een toren weggaf: 39 Tc2? en opgegeven. |
De tweede in de tweede wedstrijd (lekker gemiddelde), uit tegen het altijd gevaarlijke Pomar (werd ook 4-4).
|
|
Perry van de Meer – Harrie Boerkamp Pomar – Bierteam, 16 november 2010 Stand na 17 Dc3 Zwart heeft compensatie voor zijn pion, zolang hij d3 kan houden. Ik dacht hem nu met 17 … Ld6? (bedoeling Le5) stevig aan te pakken, in de veronderstelling dat 18 Lxd3 niet kon wegens 18 … Le5 met dubbelaanval op de loper. Even niet gezien dat hij dan 19 Lxf5+ nog heeft. Nu zakte de stelling als een pudding in na 18 … Lxd3 19 Dxd3 Le5 20 Dc2. Kansloos verloren. |
En mijn derde bijdrage in het mislopen van het kampioenschap heeft iedereen kunnen zien in het vorige clubblad! In een gewonnen stelling laat ik een gedekte loper slaan door de vijandelijke koning. Ook die wedstrijd (Haeghe Ooievaar – Bierteam op 6 januari 2011) werd dus 4-4.
Han
Het seizoen begon voor mij nog goed met twee overwinningen. Helaas ging het met de rest wat minder waardoor we eerste twee wedstrijden teleurstellend gelijk speelden. De derde wedstrijd tegen DD4 ging het voor mij helemaal mis. Ik kwam al slecht uit de opening (toch maar eens aan een repertoire werken?) en liet in het vervolg nog een paar mogelijkheden liggen om in ieder geval een halfje aan de partij over te houden. Slecht verdedigen kwam mij op een keiharde nul te staan. Na afloop nog wat wezen analyseren en het bleek niet zo heel moeilijk om de stelling remise te houden. De wedstrijd ging uiteindelijk zelfs met 4½-3½ verloren waardoor we na drie rondes slechts twee matchpunten hadden: het seizoen was al zo goed als over. Achteraf kun je concluderen dat ik in deze partij onze kampioenskansen aardig heb verprutst… De vierde (dramatische) ronde was ik er gelukkig niet bij (werk). Ook deze wedstrijd eindigde in 4-4 waardoor we nog slechts een theoretische kans hadden om te promoveren. De laatste drie rondes speelde het bierteam als herboren. Met klinkende overwinningen (5½ – 6 – 6½) werden onze tegenstanders naar huis gestuurd maar helaas was dit niet genoeg om de slechte start te repareren.
Rens
Toch maar een stukje schrijven over mijn presteren in de externe wedstrijden van afgelopen jaar.
Als je mijn score van 2½ uit 7 bekijkt, is het logisch dat ik hiervoor al mijn moed bij elkaar moet schrapen. Ik heb waarschijnlijk mijn beroerdste seizoen van de afgelopen jaren achter de rug.
Echt zo’n seizoen waarin alles mis gaat. De intentie van dit stukje is aan te geven waar ik ons kampioenschap, wat we toch vooraf in gedachten hadden, vergooid (zacht uitgedrukt) heb.
Nou dat is niet zo moeilijk, eigenlijk bijna in al mijn wedstrijden, maar er is altijd wel een uitschieter.
Tijdens het qua resultaat collectief falen van ons team tegen Schaakcombinatie HTV 3. Dit was één van de zwakkere broeders uit de groep waar wij al in de eerste ronde gelijk een goede start tegen konden maken. Niets bleek minder waar. Ik speelde echt een draak van een wedstrijd waarin ik alles verkeerd inschatte tijdens mijn partij. Gelukkig beschikte mijn tegenstander ook niet over voldoende schaakkwaliteiten om mijn wanprestatie direct af te straffen. Gek genoeg stond ik daardoor na het middenspel nog beter ook, een mirakel. Ik had de koning van de tegenstander naar het open veld gejaagd. Toch zag ik in het vervolg van de partij geen kans om hiervan te profiteren en we belandden in een eindspel met weinig tijd op de klok. Daarin blunderde ik alles weg en gaf huilend op. 4-4 werd de eindstand.
Door dit gelijke spel, en de daaropvolgende gelijke spelen tegen volgende teams hebben we het eventuele kampioenschap in de prullenbak gegooid.
Gek genoeg winnen we van de uiteindelijke nummer 1 en 2 wel met grote cijfers en eindigen nog met de meeste bordpunten. Maar ja dat is niet voldoende. Deze bordpunten zijn ook vooral niet aan mij te danken. Saillant detail vanuit mijn presteren van afgelopen seizoen is dat ik 1 van mijn 2 gewonnen partijen binnensleepte, ondanks dat ik in Fritz-termen -6,5 stond! Zo’n seizoen was het. U snapt nu waarom ik eigenlijk geen zin had om dit stukje te schrijven…
Hielke
Duidelijk is wel dat we collectief gefaald hebben dit seizoen. We hebben als konijnen gespeeld in het begin van het seizoen en dat heeft ons een plekje in de Promotieklasse gekost. Ik heb wellicht het slechtste seizoen uit mijn carrière gespeeld. Privé ging alles ook niet echt lekker en dat heeft duidelijk uitwerking gehad op mijn spel. Toch kan er maar één plek zijn waar het allemaal fout is gegaan. Een donkere avond in Rijswijk… 16 november 2010. We liepen het zwemparadijs “de Schulp” binnen, en daar rook ik al dat het fout zou gaan. Neen, dit waren niet de ons wel bekende chloorluchten, het voelde niet goed uit bij Pomar.
Ik moest hier beschrijven hoe ik het kampioenschap vern… wel het beschrijven van de partij is niet eens de moeite waard. Neem een gewonnen toreneindspel, geef 2 pionnen weg en kijk er nog eens naar. Juist incasseer een nul en geniet verder van de heerlijke chloorluchten die de Schulp rijk is. Ik koos dit moment omdat voor mij de Schulp symbool staat voor de hel…Het is als voertballen in de Oekraïne. Ik had ook mijn verlorem partij kunnen beschrijven waar ik eerst een stuk weggaf en daarna weer gewonnen kwam te staan, zelfs nadat ik daarna een toren schonk. Het derde stuk was echter bteveel. Echter de duistere gevoelens die de Schulp bij mij teweegbrengen bracht mij tot deze beslissing. Ik beken, SCHULDIG.
Hans
De eerste externe ronde van het bierteam was meteen een valse start tegen Schaakcombinatie HTV 3. Nadat we de hele avond achter hadden gestaan, kwamen we met de einduitslag 4-4 toch nog goed weg. De kampioens-aspiraties waren direct flink getemperd. Wij waren toch veruit het sterkste team uit onze poule? Wij zouden wel even laten zien wie de sterkste is in klasse 1b! In de daarop volgende wedstrijd mochten wij aantreden tegen Pomar 1 in Rijswijk. U weet wel die gezellige club waar vlak naast de zaal naar hartenlust badminton en waterpolo gespeeld wordt. Maar ook dit team moest gemakkelijk te verslaan zijn. Het zou ons toch geen tweede keer gebeuren dat we zonder teamoverwinning naar huis zouden gaan? Ik zat aan het zesde bord met wit te schuiven tegen de heer Kooij. Al snel kreeg ik een groot overwicht op het bord. De heer Kooij kreeg het benauwd en verbruikte veel tijd. In de tussentijd kon ik handenwrijvend rondkijken bij mijn teamgenoten en hun wijzen op mijn “super goede” stelling. Eigenlijk was het niet de vraag of mijn tegenstander voor gaas zou gaan, maar het was eigenlijk meer de vraag wanneer hij huilend op zou geven. Uiteindelijk belandden we in het eindspel waarin ik mijn tegenstander’s koning met een paar lichte stukken, pionnen en een toren had weggedrukt in een hoek. Veel goede zetten kon hij eigenlijk niet meer doen. Eigenlijk was hij alleen nog maar bezig met in veiligheid brengen van zijn koning. Maar hoe ging ik het zo snel mogelijk afmaken. Kent u dat van die stellingen waarin je huizenhoog gewonnen staat? Alle zetten zijn goed, maar de overwinning is niet direct zichtbaar? Alleen op het moment dat je echt knopen gaat leggen blijk dat de stelling toch ingewikkelder is dan je had gedacht. Zo’n stelling waarin je naar de meest onmogelijke varianten gaat kijken, omdat het toch ergens gewonnen moet zijn. Uiteindelijk kostte mij al dit denken naar de winnende combinatie veel tijd, waardoor ik een toren weg blunderde en mijn partij verloren ging. Het team verging het niet veel beter en ook de wedstrijd tegen Pomar 1 eindigde in 4-4. Mijn dure verliespunt tegen Pomar 1 heeft er mede voor gezorgd dat het bierteam het kampioenschap is misgelopen, aangezien we met één matchpunt meer gewoon kampioen waren geworden.
De balans: 6 partijen gespeeld voor het team, 3 keer gewonnen, 2 maal remise en één keer verloren. De remises waren onderdeel van ruime overwinningen van het team, dus die hebben ons het kampioenschap niet gekost. Maar die ene nederlaag, tegen DD4, is ons duur komen te staan…
En dan te bedenken dat ik die wedstrijd eigenlijk niet zou spelen. Ik zou rond die tijd namelijk (voor het eerst) vader worden en had de teamleider al lang van te voren laten weten afwezig te zijn. Mijn zoon werd echter een aantal weken vroeger geboren, zodat ik toch mee kon doen. Schaakstukken had ik echter al maanden niet aangeraakt en mijn nachtrust was al weken beperkt. Geen ideale omstandigheden.
Ik speelde met zwart. Mijn tegenstander was een wat oudere man, wiens menu bestond uit nootjes, die hij luid krakend in een tempo van zo’n twee nootjes per minuut doorlopend tot zich nam. Zeer irritant en achteraf gezien misschien wel een protest waard. Bij mij verliep het denken nog wat roestig en dat kostte tijd. In het middenspel stond er een gelijke stelling op het bord met weinig leven, dus bood ik remise aan (bang dat mijn slaaptekort later nog tot een blunder zou leiden). Mijn tegenstander besloot echter door te spelen. Ook mijn tegenstander begon nu tijd te verbruiken, mijn stelling klaarde op en ik besloot met dame en toren zijn koningsstelling onder druk te zetten. Een dameruil hing in de lucht en ik besloot nogmaals remise aan te bieden (ik had nog een minuut of 8 op de klok, hij 18). “Dat is onreglementair!”, brieste mijn tegenstander. Ik keek naar mijn zet en kon daar niets onreglementairs aan ontdekken. Vragend keek ik hem aan. “U mag geen remise meer aanbieden”, vervolgde hij, “want u hebt hiervoor al remise aangeboden en nu moet ik eerst een keer remise aanbieden voordat u dat mag…” Dit klonk tamelijk bizar. Ik had een paar maanden niet geschaakt, maar de FIDE zou toch niet in de tussentijd de regels aangepast hebben? Commotie alom, gelukkig kwam wedstrijdleider Henk Alberts al gauw aangeven dat ik – conform artikel 9.1, sub b, onderdeel 1, van het FIDE-reglement – geheel reglementair een remise-aanbod had gedaan.
Mijn tegenstander leek van slag, hij voerde het tempo van zijn nootjes op en brabbelde iets over dat het in zijn tijd toch echt anders was geweest. Nu rook ik bloed. Misschien moest ik de dames op het bord houden, tactische complicaties in de stelling vlechten en mijn gram op het schaakbord halen. En toen gebeurde het… Was het mijn slaaptekort, was het de plotseling opkomende gedachte dat ik mijn tegenstander meteen de genadeslag moest toebrengen, of …? Feit is dat ik mijn dame in liet staan en mijn tegenstander deze zo maar kon oppeuzelen. Einde partij: knock-out. Aan het eind van de avond stond op het scorebord: Promotie 4 – DD 4: 3½-4½. Mijn enige nederlaag dit seizoen bleek ook het team zijn enige nederlaag opgeleverd te hebben. Zelfs een biertje kon die wrange nasmaak niet wegspoelen.
Ook ik heb het kampioenschap cadeau gedaan. Dat halve puntje extra, waardoor Promotie 4 een matchpunt meer zou hebben, had ik zeker moeten scoren. In de wedstrijd tegen Haeghe Ooievaar zag ik kans om een totaal gewonnen eindspel te verprutsen. Na door een mooie combinatie een toren te winnen tegen 2 pionnen dacht ik het punt al binnen te hebben. Even uitschuiven en het varkentje was gewassen.
Hoe anders verliep het. Even uitschuiven bestaat dus niet; altijd blijven opletten en dat deed ik niet. Mijn tegenstander had nog een schwindel in de stelling gebouwd en daar trapte ik in en weg was mijn +5.47. Geen simpel uitgeschoven punt maar een beschamende remise. Wat uiteindelijk een hele dure remise was, in negatieve zin wel te verstaan.


