Een heel casino, gesneden

Zo maar een speelautomatenhal beginnen, dat zal niemand lukken. Alle gemeenten hebben een verordening vastgesteld waarin nog al wat regels zijn opgenomen. Dat de gemeente per verordening regels mag stellen impliceert dat het hier een onderwerp betreft waarmee per gemeente verschillend mag worden omgegaan. Anders hadden we wel een rijksregeling. Elke gemeente mag dus zijn eigen afweging maken en dat maakt het extra interessant. Een samenleving die de zondagsrust wil maximaliseren of extra stadswachten wil aanstellen (en betalen) voor extra punten op schaal van het gevoel van veiligheid of zijn burgers extra mogelijkheden tot gokvermaak wil schenken, dat kan allemaal. Het spreekt van zelf dat op alle terreinen van gemeentelijke autonomie de politieke kleur van de gemeenteraad de doorslag geeft. In Veendam is de plaatselijke partij Gemeentebelangen de grootste partij en daardoor is het lastig om de politieke kleur van de raad vast te stellen. Die kan nog wel eens verschieten. Opportunistische, electorale overwegingen liggen daarbij voor de hand.
In een raadscommissie werd onlangs een voorstel behandeld om de verordening aan te passen en een tweede speelautomaten-onderneming toe te laten. Let wel. Er is een verordening waarbij één bedrijf is toegestaan. Als neutrale toehoorder zou je dan graag willen weten waarom een tweede onderneming nodig is. Is er sprake van een enorme vraag van de burgers? Kan de huidige exploitant het allemaal niet meer aan? Staan de mensen in rijen voor de zaak te wachten voordat er een plekje vrij komt? Gaat ons vrije marktdenken zo ver dat wij op alle terreinen concurrentie willen? Willen wij met zijn allen dat er meer gegokt wordt in onze gemeente? Niets van dit alles. De huidige exploitant heeft een goede boterham, maar vergeleken met andere vestigingen van deze keten is de omzet lager. Wij weten dat gokken verslavend kan werken en dat het internet als gokpodium nog steeds terrein wint. Wij zouden er wel wat voor over hebben als het niet beheersbare internetgokken zou verdwijnen door een tweede automatenhal. Maar we weten ook dat dat niet zal gebeuren. Waarom stelt het college van B&W dan deze verruiming voor?
Dat is een armoedebod. De ontwikkeling van een gebied achter het busstation verloopt moeizaam. Men wil graag één schaap over de dam, dan volgen er vast wel meer. En er is serieuze, concrete belangstelling van een andere exploitant. Dat het per definitie een wolf in schaapskleren is, deert niet. Geld wat stom is, maakt recht wat krom is. Het is geen probleem wanneer er meer geld aan gokken wordt uitgegeven zolang men maar niet verslaafd raakt of problematische schulden opbouwt. En misschien komen de gokkers wel van buiten en blijven de Veendammers gewoon hun geld aan nuttiger zaken besteden. Men kan op zijn klompen aanvoelen dat geldelijk gewin het gaat winnen van de moraal en dat de wens de vader van de gedachte is.
Bij het vaststellen van een visie is ooit geïntroduceerd dat ons centrum bruisend moet zijn. Het nastreven van een bruisende omgeving werd ook meegenomen in de onderbouwing van de vestiging van de tweede automatenhal, die daarbij als casino werd bestempeld. De vestiging zou leiden tot meer reuring, een fraaie Gronings woord voor levendigheid. In mijn betoog vroeg ik mij af wat er zo bruisend is aan het binnentreden van zo’n zaak, een automaat opzoeken en daar enige uren in alle eenzaamheid de strijd mee aan te gaan om uiteindelijk zonder geld weer naar buiten te komen. Ik moet nu even aantekenen dat onze commissievergadering in een ontspannen sfeer worden gehouden en humor op prijs wordt gesteld. Met pretoogjes interrumpeerde de burgemeester mij toen met woorden ‘ik weet wel wat jij bruisend vindt. Een schaakgelegenheid in het gebied”. Een mooie kans voor mij om nog eens aan te geven welke belang de schaaksport voor mens en samenleving kan hebben. En het geldt ook voor dammen, voegde ik er nog aan toe.

Scroll naar boven