1 tegen 100 is een populaire televisiequiz. De leiding ligt bij een rondborstige vrouwelijke quizmaster (meesteres zou een van mijn collega-columnisten zeggen). De deelnemers krijgen multiple choice-vragen voorgelegd. Eén deelnemer speelt om geld, in de zaal zitten 100 tegenspelers. Zij moeten allemaal dezelfde vragen beantwoorden, en wie een fout maakt valt af. Als alle spelers in de zaal zijn weggevallen heeft de hoofdspeler een flink bedrag gewonnen. Als deze zelf miskleunt, krijgt hij of zij niets en begint het spel opnieuw.
Sommige vragen zijn gemakkelijk, andere moeilijk. Maar … wat voor de een gemakkelijk is, kan voor iemand anders moeilijk zijn.
De vraag was: Welk schaakstuk mag niet diagonaal verplaatst worden? a. Koning, b. Loper, c. Toren.
De deelnemer keek wanhopig – hij wist het niet. ‘Denk rustig na’, sarde de meesteres, ‘je hebt vast wel eens geschaakt.’
Au.
De man nam zijn laatste escape. Dat kostte hem 75% van het reeds gewonnen bedrag, maar in ruil daarvoor zou een fout antwoord hem vergeven worden. Hij koos voor de loper. In de zaal wisten 3 spelers het juiste antwoord niet.
Schokkende beelden. Er waren nog maar weinig tegenspelers. Weten zoveel mensen in dit land niet wat het verschil is tussen een loper en een toren? Kunnen zo weinig mensen schaken? Hoeveel mensen weten dat een schaakbord 64 velden heeft?
Wijlen sportjournalist Herman Kuiphof heeft eens het ‘televisiesportspelregelboekje’ geschreven. Dat was een briljant idee, bedoeld om kijkers de kennis te verschaffen die nodig is om sportwedstrijden op televisie te kunnen begrijpen. Sindsdien weet iedereen hoe de telling bij een tenniswedstrijd is.
Wat is een love-set? a. Een tenniswedstrijd tussen twee geliefden, b. Een set die op 6-0 eindigt, c. Lingerie van tennissters.
Makkelijke vraag. Alle deelnemers aan 1 tegen 100 geven het juiste antwoord.
Voor de toekomst van het schaken is het belangrijk dat de basisregels algemeen bekend zijn. Duizenden scholieren hebben de afgelopen decennia schaken geleerd, maar zij zijn nog een minderheid. Daar moet iets aan worden gedaan. We hebben een lumineus idee à la Herman Kuiphof nodig.
