Een vervelend probleempje…

 “Die Dortmunder Staatsanwaltschaft hat die Ermittlungen gegen Bundesliga-Schachspieler Jens Kotainy aufgenommen. Der aus Hohenlimburg stammende Spieler wurde beim Sparkassen Chess-Meeting disqualifiziert. Er soll über sein Handy Informationen über Spielzüge des Schachcomputers Houdini empfangen haben.”

Het bovenstaande bericht vond ik op internet, de openingszin in een uitgave van de Westdeutsche Allgemeine Zeitung. In het open toernooi in Dortmund, waar Henk Noordhoek en ik eind juli / begin augustus acte de présence gaven deed ook de heer Kotainy mee. Tot de achtste ronde. Kort daarna waren alle uitslagen die hij in de eerste zeven ronden bij elkaar had gespeeld veranderd: van een nul voor zijn tegenstanders in een één. De toernooileiding had aanwijzingen dat de puntjes niet op eerlijke wijze tot stand waren gekomen. In Duitsland nemen ze dat terecht hoog op: de toernooileiding heeft aangifte gedaan van bedrog. Ik ben benieuwd hoe dit verdergaat. Het “bewijs” berust op indirecte aanwijzingen. Bij elkaar genomen kunnen die aanwijzingen een zo sterk vermoeden opleveren dat een rechter kan besluiten dat de aanklacht gegrond is. Het is echter lang niet zeker dat het zo zal gaan. Zal de rechter genoegen nemen met een verzameling sterke aanwijzingen, of wil hij ook weten op welke manier de heer Kotainy dit precies gedaan heeft?

De aangeklaagde speler zal hem dat niet gaan vertellen. Een bijkomend probleem is dat de bewuste speler een IM-titel heeft en dat geeft ruimte aan de mogelijkheid dat zijn zetten sterk met die van Houdini overeenkomen. Het gaat hier tenslotte niet om een Noordhoek of een Nepveu die wonderwel boven zichzelf uitstijgt.

Laten we eens filosoferen over het probleem waarmee elke toernooiorganisatie te maken heeft. Een speler die met een schaak-app op zijn telefoontje betrapt wordt is behalve oneerlijk natuurlijk ook nog eens een dramatische sukkel. Wie bedrog wil plegen moet dat slim doen en de techniek kan hem daarbij helpen. Zo zou de nieuwste vinding van Google, de zogenaamde Google-bril een fantastisch hulpmiddel kunnen worden. Ergo, de vraag wat een toernooiorganisatie tegen intelligente vormen van schaakbedrog kan doen wordt steeds nijpender.

De verplichting om alle elektronische hulpmiddelen voor een partij af te geven is een optie, maar moet de toernooileiding overgaan tot fouilleren als er een verdenking van bedrog ontstaat? Dat zal  niet zomaar mogen en dan moet de hulp van de sterke arm worden ingeroepen. Dat zal wel een bron worden van consternatie en heisa. Dat kan de toernooiorganisatie natuurlijk missen als kiespijn. Moet de toernooiorganisatie deelnemers van te voren laten tekenen dat zij zich bij twijfel gewillig laten  fouilleren? Daar wordt het niet gezelliger op. Bovendien kun je je afvragen of dit voldoende zal zijn. Wat als iemand op gewiekste wijze bij zichzelf een chip laat inbouwen die informatie van een externe bron kan ontvangen? Nu nog fantasie – vermoed ik – maar dat hoeft niet zo te blijven.

Intelligent bedrog kan vermoedelijk alleen met behulp van kansrekening ontmaskerd worden, waarbij gekeken wordt naar wat de bekende engines doen en wat de speler met sterkte X doet. Dan moet eerst vastgesteld worden wat in een eerlijke partij de te verwachten overeenkomstpercentages zijn tussen de zetten van spelers met sterkte X en de engines. Dat wordt vergeleken met  het waargenomen overeenkomstpercentage in een concrete partij en daaruit kun je dan de kans op bedrog afleiden (met behulp van de stelling van Bayes). Er is flink wat werk nodig voordat zoiets enigszins betrouwbaar op de rails is gezet. En nog wat: als de bedrieger zeer selectief bedriegt wordt het meteen weer een stuk lastiger. Dan moet je naar cruciale momenten in de partij gaan kijken. Ga er maar aan staan!

Moeten we uit wanhoop misschien maar toestaan dat spelers hun elektronische vriend meenemen in de toernooizaal en gebruiken? Bij het correspondentieschaak was het altijd al mogelijk om anderen te raadplegen en nu dus ook elektronische hulpmiddelen. Sterke correspondentiespelers zeggen dat je geen toernooi kunt winnen door gewoon Houdini of Rybka een dag of wat aan te laten staan. Je moet kunnen denken voorbij de rekenhorizon van die beestjes. Maar het gewone bordspel is geen correspondentieschaak met zijn totaal andere omstandigheden. Toelaten van elektronische hulpmiddelen leidt tot een volledige verkrachting van de aard van het bordspel; het wordt dan echt alleen maar een gevecht tussen schaak-appjes. Neen, dit kan het ook niet zijn.

Het gewone, aloude toernooischaak heeft dus echt een probleem. Wat zich in Dortmund heeft voorgedaan staat niet op zichzelf. Kijk maar eens in Wikipedia, “Cheating in Chess” voor wat gevalletjes van bedrog met behulp van rekenbeestjes. Ik ga ervan uit dat er een werkgroep in de FIDE mee bezig is om hier wat op te vinden. Dat zal haast wel moeten; bedrog zal overtuigend aangetoond moeten kunnen worden. Ik ben reuze benieuwd wat we hier “van hogerhand” nog van zullen horen. Dat we er iets van gaan horen staat voor mij als een paal boven water.

Scroll naar boven