Vrijwilligerswerk

Een schreeuwende kop op de voorpagina van de Volkskrant van 3 oktober:

Vrijwilligerswerk in ruil voor zorg.

Ouderen, zieken en gehandicapten kunnen vanaf 2015 worden geconfronteerd met het dringende verzoek van hun gemeente om in ruil voor zorg vrijwilligerswerk te verrichten.

Dat is onderdeel van het plan voor een inclusieve samenleving van PvdA-staatssecretaris Martin van Rijn.

Grote commotie in het land. Van Rijn ontkende direct. Ouderen en gehandicapten hoeven niet bang te zijn dat de gemeenten hen gaat dwingen vrijwilligerswerk te doen. “Ik ben voor een betrokken maatschappij, niet voor een voor-wat-hoort-wat-maatschappij. Dat is een belachelijk idee. Er wordt een hele rare karikatuur gemaakt van het wetsvoorstel.”

De Volkskrant zal er niet wakker van liggen. Al geruime tijd laat deze krant met een zekere regelmaat ballonnetjes op om de discussie over de herinrichting van onze samenleving op gang te brengen. De ouderen werden al voor de eeuwwisseling onder vuur genomen; het offensief richt zich nu tegen de zorg in zijn geheel: laten we het eens hebben over de vraag hoe de productiviteit van de zorgbehoevenden kan worden vergroot.

Ondanks alle geruststellende woorden blijft onduidelijk wat Van Rijn wil. Hij heeft toch niet voor niets een verband gelegd tussen zorg krijgen en vrijwilligerswerk doen? Waarom wil hij juist zorgvragenden het dringende verzoek doen om vrijwilligerswerk te gaan verrichten? Of worden gezonde ouderen ook benaderd? En, pikant, waarom alleen de zorgvragenden die geen hoge eigen bijdrage kunnen betalen? Op deze manier wek je op z’n minst de indruk dat je een deel van de gegeven zorg wilt laten terugverdienen.

Een tweede kamerlid legde voor de radio uit dat de staatssecretaris wil voorkomen dat ouderen en gehandicapten vereenzamen. Vrijwilligerswerk is goed voor hen en voor de maatschappij. Hij gaf het voorbeeld van een oud-belastinginspecteur die rolstoelbehoeftig was geworden, maar graag nog een dag per één of twee weken mensen zou willen helpen met het invullen van hun belastingaangifte. Of een bejaarde vrouw die nog in staat is om schoolkinderen voor te lezen.

“Maar wat als ze daar geen zin in hebben?”, vroeg de verslaggever. Het kamerlid antwoordde dat de gemeentelijke zorgconsulent deze mensen er in een goed gesprek op zal wijzen dat zij een stuk gelukkiger worden als ze hun kennis en ervaring in dienst van de samenleving stellen. Ik zie het al voor me: een getrainde, assertieve zorgaanbieder/-ster die een zorgbehoevende een dringend verzoek doet. “Als je geen zin hebt, moet je maar zin maken”, zei mijn grootmoeder vroeger.

De essentie van vrijwilligerswerk is dat je het doet uit eigen vrije wil en zonder winstoogmerk. Als je het doet op dringend verzoek van de gemeente die jou zorg geeft, dan blijft er van vrijwilligheid weinig over, ook al mag je weigeren. Veel zorgbehoevenden zullen tegen hun wil vrijwilligerswerk gaan doen uit angst minder zorg te krijgen dan ze nodig hebben. Dat is geen vrijwilligerswerk meer.

Het is trouwens een onbewezen stelling dat maatschappelijke participatie wordt verbeterd door het doen van vrijwilligerswerk. Dat gaat in elk geval niet voor iedereen op. De meeste vrijwilligers zijn werkenden. Vrijwilligerswerk heeft in veel organisaties dezelfde kenmerken als betaald werk. De meeste vrijwilligers moeten kennis van zaken hebben en bereid zijn cursussen te volgen. Ze krijgen verantwoordelijkheid en kunnen daarop worden afgerekend. Ze moeten werken onder toezicht van een leidinggevende. Ze moeten op tijd op hun werk verschijnen en een afgesproken aantal uren maken. Alles bij elkaar zijn dat vrij zware eisen waaraan niet iedereen kan voldoen. Voor veel vrijwilligersbaantjes moet je solliciteren en kun je wegens ongeschiktheid worden afgewezen.

In de sport zijn duizenden vrijwilligers werkzaam. Geen vereniging kan zonder hen, maar het is meestal hard werken en waardering is vaak ver te zoeken. Veel vrijwilligers zijn blij als ze er na een aantal jaren mee kunnen stoppen.

Te vrezen is dat ouderen en zieken aangewezen zijn op het onderste segment van de vrijwilligersmarkt en dat slechts enkelen daar gelukkig van worden.

Opvallend is dat Van Rijn de vereenzaming wil tegengaan door vrijwilligerswerk en niet door recreatieve vormen van vrijetijdsbesteding aantrekkelijk en gemakkelijk toegankelijk te maken. Met deze benadering laadt hij de verdenking op zich dat ook hij streeft naar het vergroten van de maatschappelijke productiviteit van de groep ouderen en zorgbehoevenden.

De KNSB zoekt naar een toekomststrategie. Schaken is goed voor de psychische conditie en de maatschappelijke participatie van ouderen, maar ouderen hebben niet de toekomst. De sport wordt tegenwoordig echter vastgepind op haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het schaken kan zich daaraan niet blijven onttrekken. Ouderen, langdurig zieken en gehandicapten zijn er bij gebaat als de drempel voor het recreatieschaken wordt verlaagt, als het schaken fysiek en financieel beter toegankelijk voor hen wordt. Misschien moeten er speciale schaakclubs worden opgericht. Goedkoop, zonder pretentie, maar wel met borden en stukken. Om dat te realiseren is enig organisatiewerk onvermijdbaar. Misschien mooi vrijwilligerswerk voor geïnteresseerde gepensioneerden.

 

Scroll naar boven