Op het moment dat ik dit schrijf zijn de Olympische Winterspelen bijna voorbij. Ik heb sporten gezien die meer weg hebben van een kermisattractie dan van sport, maar ik besef dat dit een schandalig vooroordeel is van mijn kant. Het gaat in die sporten allemaal snel, flitsend en met een hoog risicogehalte. Schitterend om te zien. Dat zeker.
Net als u ben ik er ook getuige van geweest dat er door buitenlandse kranten gemopperd wordt over het langebaan-schaatsen. Over de suprematie van een landje waar men kennelijk gewend is om over lange kanalen te schaatsen. Maar ook over de traagheid van de 10 kilometer. Wie wil daar nog naar kijken? Ik wel, maar de heer John Doe uit Arizona beslist niet. Die loopt alleen warm voor ijshockey en misschien voor de 500 meter.
Het schaken maakt geen deel uit van de Olympische Spelen. “Wij” hebben de schaakolympiade. Daar zit ook het woord “Olympos” in verwerkt, maar verder zijn de twee evenementen niet vergelijkbaar. In augustus zal de schaakolympiade verspeeld gaan worden in Tromsö. Ik zal daar trouwens een aantal dagen bij zijn; er woont een oud-collega en vriend van me in dat oord. Wat ik nu al weet is dat van die schaakolympiade geen uitgebreid verslag zal worden gedaan in de grote bladen. Nou ja, misschien een kort artikeltje in de NRC en de Volkskrant, vast geen uitgebreide rondeverslagen. Het komt zeker niet op televisie. Voor wie niet echt in de sport geïnteresseerd is, er te weinig van weet, is schaken nu eenmaal niet om aan te zien. Letterlijk. Er “gebeurt” niets. De heer John Doe uit Arizona zal het vergelijken met “watching grass grow.” Als er al sponsoring is (is die er?) dan zal die mondjesmaat zijn. En zonder sponsors wordt het toenemend lastig grote evenementen te organiseren.
Het schaken zelf veranderen door te concentreren op blitz of iets dergelijks verandert helemaal niets aan het probleem. Het mag koddig zijn om een kudde schakers in opperste tijdnood over het bord te zien pagaaien en stukken te zien omgooien, maar daar komt niemand naar kijken. Neen, vergeleken met snowboarden in een “halfpipe” hebben wij schakers een probleempje. In een eerdere column heb ik ooit geschreven dat het schaken wel nog steeds als een serieuze cultuuruiting wordt gezien. Maar daar kopen organisatoren en schaakverbanden geen brood voor. Wanneer er “niets te zien” is, de media er niet veel aandacht aan besteden, dan krijgt het schaken in onze snelle en visueel ingestelde tijd een steeds groter probleem. Hoe lang hebben wij schakers nog? Een vervelende bijgedachte tijdens het kijken naar die schitterende 10 kilometer…
