De loper uit voor Ot en Sien

Om te beginnen moet ik een fout herstellen. In mijn  vorige column schreef ik dat schaakclub Roden geen clubblad heeft, maar niets is minder waar. De Roder Loper is aan zijn 36e jaargang bezig en verschijnt 3 à 4 keer per jaar. Het is een heel aardig blad. Het bevat vrij veel praatschaak, maar doordat de stukken goed zijn geschreven, is het prettig lezen. Typische staaltjes schakersstijl ontbreken natuurlijk niet. “Ik heb die avond tevoor op de club tegen Frans remise gedaan terwijl ik superieur glad gewonnen stond met een al ver opgerukte vrijpion op c5 met twee kanonnen van torens erachter. Eventjes een verkeerde damezet gedaan, ik dacht nog, ze moet van c4 naar f4, maar ik speelde haar (om mijzelf onbekende reden) naar c3. En dan speelt zo’n Van Doorn daar nog handig op in ook, ontzettend kinderachtig en eigenlijk te min om überhaupt over te praten. Nota bene een paardvork op e4 met schaak op mijn Koning op f2 en mijn geliefde Dame op c3.”

Het blad heeft een geweldige naam. Een van de scribenten legt uit dat hij op verjaardagfeestjes de aandacht weet vast te houden door te vertellen dat hij in zijn vrije tijd medewerker is van de Roder Loper. Vroeger zei hij dat hij schaakte, maar dan liepen de meeste gasten bij hem weg op zoek naar iets interessants. Maar de Roder Loper prikkelt de fantasie. Ik ga daar niet verder op in – u heeft vast en zeker uw eigen stille dromen en gedachten.

Op 12 april is het Ot en Sien toernooi, een rapidtoernooi over zeven ronden in het kader van de manifestatie Ot en Sien 110.  De boeken van Ot en Sien zijn geschreven door schoolmeester Hendericus (‘Rieks’) Scheepstra uit Roden, waar de verhalen zich ook afspelen. Het eerste boek is verschenen in 1904, vandaar. Scheepstra schreef de boeken samen met de bekende onderwijsvernieuwer Jan Ligthart (aap, noot, mies) en Cornelis Jetses zorgde voor de illustraties. De schaakclub speelt in de oude Scheepstra-school vlakbij de Brink waar een beeldje van Ot en Sien staat. In die school is tevens het Scheepstra-museum (Scheepstra-kabinet) gevestigd. Het schaaktoernooi wordt hier gehouden en is dus bepaald niet van cultureel belang ontbloot. Om dat extra te onderstrepen komt de burgemeester langs en wordt elke ronde een partij op het schoolplein aan het grote publiek getoond en toegelicht.

Er is één complicatie. Eveneens op 12 april vindt een motormanifestatie plaats, de zogenaamde Egg-Run. Iemand moet dat hebben bedacht. Motorrijders uit het hele land verzamelen zich op de Brink die speciaal voor deze gelegenheid feestelijk wordt versierd. De motorrijders gaan daar allerlei kunstjes doen. Ze dienen een goed doel, want ze gaan ook cadeautjes brengen aan kinderen in ziekenhuizen, verpleeginrichtingen, tehuizen en andere plaatsen die je kinderen niet toewenst. De Stichting Egg-Run organiseert deze manifestatie dit jaar voor de tiende keer. Er wordt gestart op meerdere plaatsen in het land. De deelnemers zullen gekleed gaan in paashaas- of kuikenpak. Heel erg Ot en Sien 110, als je het mij vraagt, en ongetwijfeld zeer luidruchtig.

Ik heb me voorgenomen me niets aan te trekken van het bulderen der motoren. Het gaat om de sfeer in het dorp. Als die goed is, lukt het schaken ook wel. Een paar jaar geleden heb ik in Meppel het Nederlands snelschaakkampioenschap meegemaakt. Daar werd op de zaterdagse markt gespeeld, te midden van het winkelend publiek. Dat ging prima.

Bij Promotie heb ik een harde leerschool gehad in het spelen onder moeilijke omstandigheden. Ik herinner me een competitiewedstrijd van ons eerste in het Dorpshuis. Het was een koude decembermiddag en een fanfareorkest ging een paar keer de Dorpsstraat op en neer om Kerstliederen ten gehore te brengen. De sfeer op straat was beter dan in de speelzaal, hoewel de meesten de lol van de situatie ook wel weer konden inzien. We hebben de ramen dicht gedaan, zodat het al gauw te warm, maar iets stiller werd.

Toen we nog in het Trefcentrum speelden, werd eens een raam ingeslagen door een overspannen buurman die tevergeefs had getracht zijn geestesgesteldheid met een paar borrels te verlichten. In de Olympus werden we verrast door jazzballet in de aangrenzende ruimte (we deden zetten op de stampende beat van de bassen), en door gewichtheffers boven onze hoofden die meer wilden tillen dan zij konden. We zijn opgeschrikt door bouwvakkers die op last van de gemeente juist tijdens een bekerwedstrijd in de muur moesten gaan boren. In tijden dat de rust scheen weergekeerd, waren er altijd wel een of twee balorige clubgenoten die meenden luid te moeten praten als alle anderen in diep gepeins waren verzonken. In Den Haag zijn we getrakteerd op orgelspel en koorzang, en één keer zelfs op een concert van Elly en Rikkert. (Voor wie het niet weet: een soort Ot en Sien uit de hippie-scene, overgoten met een flinke scheut christelijkheid).

Je kunt best schaken met lawaai om je heen. Alleen wie verliest, ergert zich er aan. Meestal is dat ongeveer de helft van de deelnemers, maar niet bij het Ot en Sien toernooi. Daar zijn geen winnaars en verliezers. Iedereen krijgt een prijs.

Scroll naar boven