Met bovenstaande agressieve gedachte werd ik wakker op zaterdag de tiende mei. Wie de geschiedenis van Nederland een beetje kent weet dat dit een omineuze datum is. Op een ietsjes geringere schaal van omineusiteit zou de tiende mei dat ook voor de SV Promotie kunnen zijn.
Ingedeeld in een sterke poule had Promotie 8 matchpunten behaald, dus gewoon 50 procent van het maximum. En toch nog niet veilig voor degradatie. Uitzonderlijk, maar mogelijk.
Wat doe je dan? Je stelt het sterkst mogelijke team op. Onbetrouwbare sujetten worden het team uitgegooid. Onbetrouwbaar? Ja, alles met een score onder de vijftig procent. Zij worden vervangen door jong en krachtig. Potent vervangt impotent, als het ware. En je maakt gebruikt van meevallers: Promoties Boliviaanse erelid – moet ik zijn naam nog noemen? neen, dat moet ik niet – was toevallig weer eens in het land. Dus wat doe je dan: je grijpt hem en prest hem aan een van de borden plaats te nemen.
DD2 tegen Promotie 1, dat was het affiche. Nu word ik altijd vrolijk als ik naar het statige Nationaal Schaakgebouw in de Haagse van Speijkstraat moet, waar DD haar thuis heeft. Jan Carel Josephus van Speijk die liever de lucht in ging dan zijn kanonneerboot te moeten abandonneren aan “infame Brabanders”. Van Speijk, die sigaren rookte en van een zo’n genotsartikel een geducht wapen maakte toen hij het op 5 februari 1831 brandend en wel in een kruitvat doopte. Maar goed, dat is historie. En het Nationaal Schaakgebouw is trouwens in niets te vergelijken met een kanonneerboot.
Ikzelf zou deze middag toeschouwer zijn, de onzen opbeurend, de tegenstander waar mogelijk intimiderend. Vroeger kon daarvoor een opgestoken sigaar gebruikt worden, maar die tijden zijn helaas voorbij. Ik zou vertrouwen uitstralen en vals kijken naar alles wat des DD’s was. Het zou op die manier helemaal goed komen. Maar helaas …de speelzaal roept altijd weer warme gevoelens bij me op, misschien omdat ik me bewust ben van al het moois dat zich hier heeft afgespeeld op schaakgebied. Waar Euwe en Donner gespeeld hebben en nog zo menig andere vermaarde schaakkunstenaar. En de DD-spelers, het moet gezegd, zijn beschaafde en aardige personen die je toch moeilijk enig kwaad kan toewensen. Waar ik dus die ochtend nog met een vrolijk-agressieve gedachte wakker werd begon zich weekhartigheid van mij meester te maken. Zou het niet mooi zijn als ook DD2 behouden zou blijven voor de landelijke competitie?
De strijd ontwikkelde zich niet ongunstig. Slechts bij Bannink gebeurden er dingen die mij ietwat onaangenaam troffen. Natuurlijk, Bannink kan een vergelijking met Houdini (neen, jeugdspelertje, niet dat schaakprogramma!) glansrijk doorstaan, maar wat ik zag beviel mij toch niet erg. Toen ik hoorde dat zijn tegenstander remise aanbood hoopte ik dat onze Bernard verstandig zou zijn. Dat was hij. En ja, de stelling van Ben Ahlers baarde me allengs toch ook enige zorg. Daarentegen was ik tevreden over wat ik elders zag gebeuren. De tijd verstreek. Uiteindelijk werd de ene na de andere partij remise. Een motregen van remises, zal ik maar zeggen. Het was alsof de onzichtbare hand van de godin Caïssa ons gezamenlijk naar de 4-4 toe dreef. Echter, de partij van een iemand begon mij plotseling zorgen te baren. Waarom had hij niet met zijn toren op f4 geslagen? Dan had hij zijn jonge tegenstander toch in een situatie van grote, welhaast sadistische hulpeloosheid gebracht? Door slaan met de e-pion kreeg het jongmens tegenover hem wellicht ooit kansen op activiteit… En alsof Caïssa, de wrede, het zo wilde, dit scenario werd inderdaad bewaarheid: het ging mis. O Mensch, bewein dein Sünde gross!
Maar de wakkere Ouwens, onze Bert, zou voor gelijkspel gaan zorgen. Met een stuk meer mocht dit geen probleem zijn. Maar dat was het wel. Bert miste een sterke vootzetting en DD2 haalde de vis definitief op het droge. Leuk voor DD dat zij nu niet degradeerden, maar daar was het niet in eerste instantie om begonnen. Waar wij op voorhand met 4-4 tevreden waren geweest ging het nu dan toch mis. Neen, als ik had meegedaan was dit nooit gebeurd, maar dan ook nooit! Ik zeg het toch maar eventjes. Degradatie was nu afhankelijk van wat er elders in de wereld gebeurde…
Bij het weggaan trakteerde Jos de Waard (DD2) mij op een overheerlijke sigaar. Ik zei toch dat er bij DD louter beschaafde en aardige mensen spelen !? Toen die avond tien man uiteindelijk bij de Italiaan in de Dorpsstraat (Ons Dorp) belandden was inmiddels duidelijk dat Caïssa, de schone edoch wispelturige, over haar hart had gestreken. SV Promotie was met 8 matchpunten en 36 bordpunten zevende geworden. Het degradatiespook was uiteindelijk elders neergestreken. Zucht!
Bij onze veldslagen hebben wij ook dit seizoen over belangstelling niet te klagen gehad. Allen die ons met hun aanwezigheid een hart onder de riem hebben gestoken: dank, dank, dank. Heel speciaal wil ik noemen: Rens Minnema en de verloren zoon (?) Harrie Boerkamp die ons tot in alle uithoeken zijn gevolgd en de Caljeetjes die ons in het verre Souburgh met een bezoek vereerden.
En tot slot nog over de titel van dit stuk. Het heeft connotaties met een gruwelijke doodstraf zoals de oude Romeinen die praktiseerden, een ware triomf voor het menselijk sadisme. Het geeft derhalve mijn gelukzalige geestestoestand weer toen ik wakker werd. Meer niet.
