Tijdstraf

De najaarsvergadering van de Noordelijke schaakbond is een belangrijke vergadering. Er worden immers beslissingen genomen die alle verenigingen aangaan. Dat gegeven is echter geen belemmering voor ritsen verenigingen om te schitteren door afwezigheid. In de regel is iets meer dan de helft van de clubs aanwezig. De anderen vinden het kennelijk prima dat voor hen beslist wordt.

Het kan natuurlijk zijn dat wegblijvers de bestuursvoorstellen zo goed vinden dat zij van mening zijn dat die er zonder hun steun ook wel doorkomen. Ook acht ik de kans niet verwaarloosbaar dat er verenigingen zijn die erg op zien tegen alweer een in hun ogen saaie vergadering. En als daar dan een lange reis voor moet worden gemaakt, is de keuze niet zo moeilijk. De doorsnee verklaring echter is dat niemand van die vereniging beschikbaar was. En dat is niet zo verwonderlijk. De besturen zijn onderbemand en die bestuursleden, de laatste der Mohikanen, zijn meestal overbezet omdat zij niet snel de pijp aan Maarten geven en zich al doende in allerlei verbanden bevinden waar een tekort aan actieve (bestuurs)leden bestaat.

Er moeten dan keuzes worden gemaakt. Een najaarsvergadering legt het dan niet alleen af tegen gratis bier en vrouwelijk gezelschap, maar in feite tegen alles. Het komt er  eigenlijk op neer dat degenen die wel kwamen niets beters te doen hadden. Aan het enthousiasme waarmede de meesten de ruim vier uur door zaten, leid ik af dat mijn stelling juist is. Men had er echt zin in. Er viel inderdaad veel te genieten. Een voorzitter die regelmatig zichtbaar moeite heeft met andere meningen dan de zijne, mensen die onverstaanbaar mompelen, jonge honden die over elke onderwerp hun welbespraaktheid etaleren, standpunten die o zo duidelijk het eigen clubbelang dienen, een KNSB vertegenwoordiger die zijn aanwezigheid verklaart met de mededeling dat de KNSB nieuwsbrief zo slecht gelezen wordt en dat hij daarom maar een aantal dingen persoonlijk komt vertellen.

Dat schakers in de vergaderzaal de herhaling van zetten niet vermijden, blijkt ook als standpunten onnodig worden herhaald. Gaande de avond werd duidelijk dat op drie fronten er geen consensus dan wel een grote meerderheid zich zou aftekenen: de promotie-degradatie regeling (met als basis het inkrimpen van de promotieklasse), de sancties bij het afgaan van de mobiele telefoon en in de inval-regeling. Gelukkig is de notulist/secretaris een koelbloedig man.

Het bijhouden van de stemming met gewogen stemmen vereist grote concentratie en een duidelijk handschrift. Het helpt natuurlijk wel dat niemand in de zaal de stem-waarden van de clubs uit het hoofd kent en dat niemand een schaduw-telling bijhield. De aldus berekende stemming-uitslagen kwamen de facto onherroepelijk vast te staan. Het waren uiterst kleine meerderheden, in één geval zelfs met één stem. Het bestuur ging bijna met een 100% score naar huis, ware het niet dat de inkrimping van de promotieklasse het niet haalde. En dan kom ik terug op de wegblijvers. De grote clubs hebben belang bij de handhaving van het huidige aantal. Die hebben al een stem-waarde overwicht en dat wordt door het wegblijven van de kleinere clubs nog versterkt. Met mogelijk als resultaat het afwijzen van het zo goed bedoelde bestuursvoorstel.

Ik had die avond, volkomen tegen mijn gewoonte, mijn mobiel aanstaan. Ik moest bereikbaar zijn omdat ik met mijn die avond elders in de stad verblijvende echtgenote zou worden opgehaald door onze oudste zoon zodra diens bijeenkomst in Sneek was geëindigd.
Die bleef echter erg lang weg zodat mijn echtgenote belde om mij daarover in te lichten. ‘Een nul’ riep het gezelschap vrolijk in koor toen mijn telefoon afging. Vergeten was al dat wij een kwartier daarvoor hadden afgesproken dat de sanctie op het afgaan van een mobiele telefoon een tijdstraf zou zijn.

Scroll naar boven