Bent u wel eens bang? Voor spinnen? Voor muizen? Voor het geluid van voetstappen in het duister?
Voor de toestand in de wereld, nu voor de zoveelste keer religieuze kul een bedreiging vormt voor … ja, voor wie niet eigenlijk? Boezemt onzekerheid u angst in?
Ik weet niet wat uw antwoorden zijn op dit vragenvuur. Misschien bent u niet zozeer bang, maar vindt u sommige dingen gewoon niet leuk. De spin boezemt mij geen angst in, maar hij is een ongenode gast in mijn woonkamer. Een muis is een alleraardigst beest, maar in mijn broodtrommel zie ik hem toch uiterst ongaarne. En zo zou ik ook een antwoord kunnen geven op al die andere vragen. Nou, voor de Dood dan, Magere Hein, the Grim Reaper? Neen, Hare Majesteit de Natuur houdt van verandering. Op alle niveaus. Niet alleen wij zijn sterfelijk, de hele bliksemse boel is sterfelijk. De Zon, de sterren, alle bestaan zij als zodanig slechts een beperkte (nou ja) tijd. Het zou, zo bezien, van de zotte zijn als wij mensen niet sterfelijk waren en een extreem slecht idee bovendien. Wie de filmkomedie “Death Becomes Her” met Meryl Streep en Goldie Hawn heeft gezien begrijpt voor eens en voor al waarom.
Ah… maar dan is er toch iets waar ik wel bevreesd voor ben, zeer bevreesd, om niet te zeggen: bang… U bent er ook bevreesd voor, schijtersbenauwd mag ik wel zeggen. Vast en zeker. Tuurlijk. Het is de aftakeling, in zijn wreedste vorm vertegenwoordigd door de ziekte genoemd naar de heer Alois Alzheimer. In Nederland krijgen we steeds meer met de ziekte te maken, mensen die de regie over hun leven kwijtraken. Levende doden. En het ergste is, verouderde ethische concepten maken het ook nog eens heel moeilijk om deze levende doden tot echte doden te laten promoveren, ook al gebeurt dat uit barmhartigheid. Ach, u weet dat ook allemaal, ik hoef er niet verder op in te gaan.
Hoe kun je Alzheimer de baas worden? Ik heb een lumineus idee. Ik bestel gewoon een retourtje naar een ster op 20 lichtjaar afstand. De raket gaan we voort laten knallen met, zeg, achtennegentig procent van de lichtsnelheid. Als ik na zo’n veertig Aardjaren weer terug ben op aarde zijn al die veertigers en vijftigers waar ik iedere dinsdagavond tegen speel vermoedelijk dement of hard op weg, maar ik ben dan nog (vrijwel) een jonge god die maar zo’n acht jaar ouder geworden is. Alles geheel volgens Einstein. Waarlijk lumineus!
Eh, …wacht even. Oei, eigenlijk heb ik in dat geval alleen maar acht jaar in zo’n saaie raket gezeten, terwijl de achterblijvers veel ouder zijn geworden. Mijn probleem bestaat nog steeds en al die dierbare schaakvijanden zijn alleen maar onaanspreekbaar en onbeschaakbaar geworden. Waarachtig, het gaat hier zelfs om een verslechtering. Dit is dus helemaal geen oplossing, bah!
Misschien moet ik voor iets beters maar eens op internet kijken. Ja waarachtig, …. er is een strohalm! Een laatste! Gevonden, inderdaad, op het internet. Boven iedere twijfel verheven: SCHAKEN! Als de ziekte van Onkel Alois dan überhaupt nog aan de orde is, dan wordt zijn komst toch minstens vertraagd. Gaan we voor het zover is misschien dood aan iets anders. Overdadige gymnastiek met een lekkere del waarbij je je kunstgebit inslikt, bijvoorbeeld.
Op een website ter zake (http://schaken.chess.com/forum/view/chess-buzz/can-chess-really-help-to-prevent-alzheimers-disease) zie ik een fantastische en hout snijdende verklaring van een oplettend lezertje die mij helemaal overtuigde van het positieve effect van schaken:
“I think it goes like this: playing chess makes you mentally unstable, being mentally unstable makes your imagination run wild, and a wild imagination keeps you young.”
Waar moet ik nou nog bang voor zijn?
