Allerlei

Het is bijna oudjaar. Ik ruim wat ideeën op.

1. Le deuxième sexe

Ik vat de geschiedenis even samen. Vroeger, in de tijd van Donner, konden vrouwen niet schaken en tegenwoordig willen ze het niet (of nauwelijks). Tegen de situatie van vroeger bestond geen medicijn, tegen de huidige situatie moeten en kunnen we optreden. Het schaken moet populairder worden bij meisjes en vrouwen. Niet alleen omdat het leuk is voor hen, maar vooral omdat het belangrijk is voor de ontwikkeling van de schaaksport.

Wat is daarvoor nodig?

-Een gastvrij en vrouwvriendelijk klimaat op schaakclubs en -activiteiten. En daar is heel wat voor nodig. Meer dan menigeen denkt. Nodig maar eens een paar leuke vrouwen uit en vraag wat ze van de huidige situatie vinden.

-Goede PR, zoals beoefend door het Nederlandse damesteam. Maar waarom niet door de KNSB en de HSB? Als de ‘Chessqueens’ het alleen moeten doen, zijn ze kansloos.

Wat hebben we niet nodig?

-Mannen die gaan uitleggen dat vrouwen toch echt niet kunnen schaken (al of niet grappig bedoeld). Helemaal passé.
-Nerds of lomperiken die (schakende) vrouwen gaan aanstaren of op een andere manier hinderlijk behandelen.

2. Schaken is een elegante verworvenheid

In het zeer lezenswaardige boek “Dame aan zet” (uitgave Koninklijke Bibliotheek, 2000) wordt beschreven dat het schaken door de eeuwen heen is beschouwd als een elegante verworvenheid, vergelijkbaar met het bespelen van een muziekinstrument, het vermogen tot intellectuele conversatie of kennis van de literatuur en de geschiedenis. Hou die gedachte vast.

3. Plagiaat

Een van de redenen waarom schaken eerder sport is dan kunst of wetenschap is dat schakers voortdurend streven naar plagiaat. We nemen ideeën van anderen graag over en als het kan kopiëren we ze. Tot en met partijen aan toe. Het liefst onze eigen partijen, dat heet tegenwoordig zelfplagiaat. Misschien zit het zo: de schaakpartij zelf is sport, het proces ervoor en erna is wetenschap, het geheel is kunst.

4. Slow chess

Ik ga rustige winteravonden tegemoet. Mijn vrouw gaat “Jozef en zijn broers” van Thomas Mann lezen, 1344 pagina’s Duitse literatuur, onlangs voor het eerst vertaald in het Nederlands. Ik twijfel er niet aan dat ze dit boek gaat uitlezen en vermoedelijk zelfs herlezen, ze deed dat eerder met Het Bureau, een stapel boeken die ik zelf als een onleesbare woordenbrij beschouw. Niettemin bewonder ik deze leesavonturen en ben ik er heimelijk jaloers op, omdat ik ook zelf het genoegen van het langzame genieten wel begrijp. Slow food, slow art, slow education, u vult zelf maar aan. Bestaat er ook zoiets als slow chess? Partijen van een hele dag, zonder klok? Zou dat leuk zijn?

Fijne Feestdagen!

Scroll naar boven