Heengaan

Op 7 december 2014 is Kees Dijkman overleden, 83 jaar oud. Kees woonde in de jaren zestig en zeventig in Zoetermeer en was lid van SV Promotie. Hij was clubkampioen in de seizoenen 1963/64 en 1968/69. Zo’n tien jaar geleden, in mijn eerste seizoen als voorzitter, kwam hij binnen wandelen bij de schaakclub Veendam. Men praat dan natuurlijk met elkaar over beider schaak-verleden en tot onze verbazing bleken wij tegelijk in Zoetermeer gewoond en bij Promotie geschaakt te hebben.

We hebben echter nimmer tegen elkaar gespeeld en elkaar ook nooit gesproken. Kees vertelde nog dat hij uit Italië was teruggekomen om gezondheidsredenen en dat was het dan. Meer vertelde hij niet. Omdat ik alle club-organen van Promotie bewaard heb, heb ik kunnen vinden dat mijn eerste seizoen bij Promotie zijn laatste was. Toen ik hem maanden later zag lopen met een mij bekende lerares Engels, werd het ‘waarom’ mij duidelijk van zijn verhuizing naar Veendam. Pas vier jaar geleden vertelde hij mij over zijn ziekte en over zijn voornemen om naar de stad Groningen te verhuizen. Ongeveer een jaar later vertrok hij. Kees was een buitengewoon aimabele man, doch weinig spraakzaam was mijn ervaring. En ook tijdens de uitvaartplechtigheid kwam dat uit alle bijdragen ondubbelzinnig naar voren. Ook zijn liefde voor het schaakspel kwam telkens weer ter sprake. Het was een vreemde gewaarwording hem door die toespraken, op de dag van zijn ten aarde bestelling, pas echt te leren kennen en zijn leven te begrijpen. Een leven waarvan de richting mede werd bepaald doordat zijn derde kind meervoudig gehandicapt was. 

Toen hij afscheid nam op de club gaf hij mij een fotokopie van een paar bladzijden van het jubileumnummer uit 1982 van “de Promoot”. ‘Misschien kan je er iets mee voor het clubblad’ zei hij er bij. Dat is er niet van gekomen, korte tijd later zijn wij gestopt met de uitgave van een clubblad.

Voor degenen die het nummer niet hebben: elke kampioen kreeg als eerbetoon een halve a4 en Kees analyseerde op bladzijde 14 een partij uit 1975. Kees speelt met zwart en de naam van zijn tegenstander kon hij kennelijk niet meer ontcijferen. N.N. speelt met wit. Ik geef de partij zonder commentaar.

1. e4  Pf6  2. d4  c5  3. d5  b5  4. b5:  a6  5. a6:  La6:  6. Pc3 g6  7. g3  Lg7  8. Lg2  Lb7 9. Ph3  0-0  10. 0-0  Pa6  11. e4  Pe8  12. Lf5  Db6  13. Dd2  Pd6  14. Pa4  Db5  15. Ld6:  d6: 16. Pc3  Db6  17. a3  Db3  18. Kh1  Pc7  19. f4  La6  20. Tf3  Tab8  21. Tb1  Tb6  22. f5 f6 23. g4  Tfb8  24. Tf2  Pb5  25. Pb5:  Tb5:  26. Lf1  c4  27. Dc2  Te5  28. Kg2  De3  29. Tf3  Dd4 30. Pg1  De5  31. Pe2  Tb3  32. Pc3  Lh6  33. h3  Lf4  34. Pa4  Te8  35. Tb3:  b3:  36. Db3:  De4;+ wit geeft op. 

De generatie van Kees, niet eens zo lang geleden ruim vertegenwoordigd op onze vereniging, telt nu nog maar één representant, die, dat moet gezegd, nog topfit is.
Mijn vader had een klein boekje met daarin geschreven zelf verzamelde spreuken en wijsheden.
Hodie mihi, cras tibi (heden ik, morgen gij) was daar een van.
Deze wijsheid kennen we allemaal, maar het is mijn generatie die het inmiddels begint te voelen. 

Naschrift:

Hans Meijer wees mij er op dat de stelling in mijn vorige column niet juist kan zijn.
Daar heeft hij gelijk in. Ik heb de posities rechtstreeks van het schaakbord op het scherm gezet en daardoor kon de corrector (mijn echtgenote) de fout niet zien.

Daarom de witte stukken opnieuw: Kg1, De1, Th1, Ta1, Lh4, Pg5, Pe3, h2, g3, f2, b2,a2

Scroll naar boven