De Bekering

Met stijgende verbazing heb ik in de laatste tien, twintig jaar gezien hoe religiositeit weer helemaal terug is in de maatschappij. En het gaat daarbij niet alleen om de hoofddoekjes, er is bij jongeren vooral ook weer veel belangstelling voor de bekende timmermanszoon uit Nazareth.

Hoe anders was dit toen ik student was in de jaren zeventig! De jaren zestig hadden juist hun staart geroerd, de knellende banden van burgermansfatsoen waren in sommige contreien rigoureus afgeworpen en de kerken waren in no-time flink leeggelopen.

In deze atmosfeer leerde ik in de mensa in Utrecht een aantal studenten kennen met wie ik na de maaltijd in de koffieruimte schaakte. Onder het genot van loeisterke koffie en van de psychedelische muziek van Santana. Namen ben ik allang vergeten, gezichten niet. Het was de tijd van de lange haren, al of niet gewassen.

Student X had dus ook lange haren, die hem goed stonden. Hij had geen banden met een schaakclub, maar hij schaakte alleszins redelijk. Het was geen straf om met deze psychologiestudent wat te schaken. Soms duurde zo’n partij tot sluitingstijd. We werden eruit geschopt en gingen dan op zijn studentenkamer verder. X draaide muziek, liefst van de heer van Beethoven. “Mooie, autoritaire muziek” hoorde ik hem eens zeggen. Daar keek ik van op. De combinatie van autoritair en mooi was in de jaren zeventig ernstig ongebruikelijk – nu ook, maar toen zeker. Op een gegeven moment zag ik op zijn kamer blaadjes liggen die ik daar niet verwachtte. Geen blaadjes ter ondersteuning van het betere rukwerk, nee blaadjes met een wachttoren op de buitenkant. Ik maakte een schampere opmerking, maar hij vond het helemaal niet zo’n slechte lectuur. We gingen gewoon door met schaken.

Op een gegeven moment kwam hij niet meer in de koffieruimte van de mensa, het viel me op. Maanden later kwam ik hem ergens tegen. Zijn mooie lange haren waren verdwenen, als ware hij Samson die door Delilah van zijn hoofdtooi was beroofd. Net in het pak. Met stropdas en al. Zijn psychologiestudie had hij aan de wilgen gehangen. Hij liep nu met blaadjes rond.

Het is de allerlaatste keer geweest dat ik hem heb gezien. Bij stom toeval ontmoette ik later een broer van hem. Ik vroeg wat je in zo’n geval vraagt. X had met zijn familie gebroken en wel volledig. Tot intens verdriet van ma. Hij was de verloren zoon geworden.

In mijn partijenverzameling heb ik een partij die ik in de nacht van 12 op 13 december 1974 tegen hem heb gespeeld. Zonder twijfel op muziek van de genoemde Duitse componist. Het is een zeer autoritaire Siciliaan – ik dicteer wat er gebeurt. En ik won.

Scroll naar boven