Het schaak-seizoen gaat komende zaterdag echt beginnen. Ook voor ons combinatie-team HSP/Veendam, uitkomende in de 3e klasse. Uit verscheidene e-mails is op te maken dat veel spelers er veel zin in hebben in het nieuwe seizoenen en blij zijn dat zij weer met elkaar aan het schaakbord kunnen aantreden. Ik hoor daar niet bij. Ik heb nog nooit zin in een nieuw seizoen gehad, terwijl ik toch echt een opgewekt figuur ben. Schaken hoort er bij, ik speel al vanaf jonge leeftijd voor een club, maar mijn deelname heeft iets plichtmatigs. Ik moet mij er toe zetten. Eenmaal aan het bord gezeten, verdwijnt dat natuurlijk snel. Maar het gevoel dat ik liever lekker thuis zat, heeft tot die tijd de overhand. Het heeft ook iets te maken met het laat thuis komen. Daar houd ik niet van. En dan komt er nog een slechte nachtrust achteraan omdat de partij in het hoofd blijft spoken.
Mijn team-genoten kunnen echter gerust zijn: komende donderdag zal ook ik de eerste partij van het seizoen spelen, in de promotieklasse van de NOSBO, voor het 2e team. Van dit team weet ik nog niet in welke mate de andere spelers er zin in hebben. Ons team is nipt gepromoveerd en brengt de op één na laagste gemiddelde rating mee. Het inmiddels landelijk bekende SISSA, met twee teams in de KNSB, heeft dit jaar ook de doelstelling dat het 3e team kampioen moet worden in de promotieklasse. Als gesponsord team, kost het Sissa 3 geen enkele moeite om er voor te zorgen dat op elk bord een stevig rating-overwicht aanwezig is. Bij de opmars van de SISSA’s 1 en 2 waren grote uitslagen geen uitzondering. Wij weten wat ons daar te wachten staat. Gelukkig zijn er ook nog ‘gewone’ teams en is klasse-behoud voor ons geen onmogelijke opgave.
Dat de spelers weer kunnen beginnen hebben zij te danken aan hun bestuursleden, die zich de afgelopen tijd bezig hebben moeten houden met alle formaliteiten rond de teams. En dat is geen geringe taak. Zijn de club-gegevens nog juist? Wie wil er teamleider worden? Wie kunnen als wedstrijdleider optreden? Hoe staat het met de beschikbaarheid van de spelers? Hoeveel teams kunnen wij opgeven? En dat allemaal met een hele serie verschillende deadlines, die in de gaten moeten worden gehouden.
In onze club (de Veendam-tak van het combinatie-team) waren we al teruggevallen tot drie bestuursleden, een situatie die ik in mijn omgeving buiten het schaken ook regelmatig tegenkom.
Wij deden alles met zijn drieën, dus niet alleen de statutaire functies, maar wij waren ook teamleider en wedstrijdleider. Tot tijdens de jaarvergadering zich een kandidaat meldde. Een specifieke functie wilde hij niet. Gewoon bestuurslid, kon dat? Op dat moment realiseerde ik mij dat ik tijdens mijn laatste jaar in Zoetermeer bij Promotie ‘algemeen adjunct’ was. Belast met het bijhouden van de leden-mutaties (toen nog met met grote vellen computer-papier die per positie ingevuld moesten worden, een fikse klus), en verder het zo nodig vervangen van de overige bestuursleden met uitzondering van de voorzitter. En zo hebben we nu in Veendam een ‘algemeen adjunct’ met de zelfde taakomschrijving en na twee jaren met drie, nu weer eens vier man in het bestuur.
Het afgelopen jaar bestond ook het NOSBO bestuur uit drie man. U leest het goed: de bond van de provincies Groningen en Drenthe werd bestuurd door drie personen. Tijdens de jaarvergadering van september kon één van de drie vacatures worden ingevuld: een moeder met schakende kinderen neemt de portefeuille jeugdzaken op zich. Zelfs geen schaakster, maar zo op het oog wel bedreven in communicatie én ondernemend. Dat lucht dus weer wat op. De aanwezige KNSB-vertegenwoordiger voelde zich geroepen om de vergadering aan te sporen voor verdere aanvulling in het bestuur te zorgen. Want hij komt in den lande wel bonden tegen met een onvolledig bestuur, maar “zo kleine bezetting als hier bij de NOSBO, nee, dat hij had nog nooit eerder gezien”.
U begrijpt, die vacatures zijn er nog.
