Een week of wat geleden kwam via de e-mail het jaarlijkse verzoek binnen om een regionale voorronde van het KNSB basisscholen kampioenschap te organiseren. Ik draai mijn hand niet om voor een toernooitje meer of minder en toch ben ik aan het twijfelen. In mijn woonplaats wordt op geen der basisscholen geschaakt. Ook niet op de school waarvan de directeur ooit lid was van de schaakvereniging. Vorig jaar deed ik het nog wel. Slechts één school reageerde op de e-mail en dat was de school waar ooit mijn kinderen op zaten en waar ik zestien jaar lang voorzitter was van de Medezeggenschapsraad. En dat is intussen ook al weer achttien jaar geleden. Ik ken inmiddels niemand meer op de school en maakte dus maar een afspraak met de directeur.
“Tsja, geen enkel teamlid kan schaken en wij kennen ook geen ouders die het zouden kunnen regelen”. Een winstpuntje was wel dat we in haar school het toernooi mochten houden. Oude liefde roest niet, dus ik bood aan om het team samen te stellen en te begeleiden. Dat heb ik geweten. Het inlichten van de leerkrachten en het in de klassen vragen naar belangstelling van de kinderen, dat zou nog worden gedaan, maar daarna was alles voor mij. Er waren wel twee e-mails ter herinnering voor nodig, maar op een dag had ik toch een lijstje van 9 kinderen. De school bleek een dislocatie te hebben waar de helft van de kinderen verbleef. Twee kennismaking-middagen in plaats van één.
Niemand bleek echt te kunnen schaken, daar bedoel ik mee dat alle spelregels bekend moeten zijn. Ze hadden allemaal wel zin in meedoen. De volgende hobbel die genomen moest worden was het selecteren. Ik stuurde aan op een team van zes (inclusief twee reserves). Tegenwoordig dien je aan ouders verantwoording af te leggen over je keuze. Het uitselecteren (afwijzen in feite) van hun kind, dat wordt niet gewaardeerd. De volgende stap was het bijbrengen van de ontbrekende spelregel-kennis en enige kennis over de opzet van een partij aan de ‘zes’. Daar gingen weer twee middagen in zitten. Met als bonus wat gehakketak met ouders over het niet halen van de basis-vier en de garantie dat er gerouleerd zou worden. Een school uit Hoogezand, waar op reguliere basis schaaklessen worden gegeven, was oppermachtig. “Mijn” school werd derde. Geen der kinderen toonde interesse om lid te worden van de schaakclub.
Ik ben dus nog aan het dubben. De pro’s en contra’s wegen. Vijf middagen, een hoop gezeur, en geen gewin voor de vereniging aan de verlies-kant. De promotie van het schaken aan de winst-kant.
Ik las een artikeltje over de top-volleybalster Laura Dijkema. Zij vertelt dat zij als kind veel schaakte met haar vader. Hij had haar de beginselen van strategie en het vooruitdenken bijgebracht.
Volgens de journalist is Laura nu de grootmeester in het volleybal-veld en schaakt zij zich door de rally’s.
Misschien moet ik het toch maar doen. Ik zou niet graag op mijn geweten hebben dat een potentieel topsporter onvoldoende kennis van de beginselen der strategie heeft meegekregen en te weinig heeft leren vooruitdenken.
