Ze gaan niet liggen!

Het schaakfestival in Groningen zit er op. Het is the day after. Terwijl ik dit schrijf klinken er knallen in de verte. Mag nog niet, gebeurt wel. Veel schakersogen zijn inmiddels alweer gericht op Tata. De mijne niet. Nog maar even nakauwen op Groningen dan.

Het toernooi verjongt. Vaste klanten op leeftijd doen niet meer mee. Tot inkeer gekomen op grond van de resultaten, vermoed ik. Waar was Bödicker? Waar was Straat? Waar was Arp? Voor het eerst bestond de “Compact A”-groep ook uit spelers met ratings onder de 1900, de spelers die het vroeger lekker in de krochten mochten uitvechten. Welnu, zij hebben zich kranig geweerd. Op plaats elf vinden we de eerste van deze rakkers terug. Ikzelf, inmiddels ook al door deze pijnlijke grens gezakt, deed wat er op grond van mijn plaatsingsnummer mocht worden verwacht. En niet meer dan dat, merk ik enigszins bitter op…

Tien jaar geleden was een partij tegen een “1900 min”-speler altijd een feest. Hij – inderdaad, meestal een “hij”– ging onderweg altijd wel een keer onderuit. Tactisch of anderszins. En het punt kon worden bijgeschreven. Die tijden lijken voorbij. Ik heb het gevoel dat ik veel harder moet werken voor het volle punt. Ze gaan niet liggen! Haal je de koekoek dat dit met de Fritzen, Houdini’s en Stockfishjes  van deze wereld te maken heeft. Het niveau stijgt. Niet alleen dat alle spelers meer van de openingen weten, ook de eindspelbehandeling is er in de loop der tijd bepaald niet op achteruit gegaan. Dat laatste is deels een verklaring voor het feit dat ik in deze editie van Groningen vier keer  remise speelde. (En voor u het vraagt: die ene partij die ik niet remiseerde verloor ik in de eerste ronde, nadat ik een paardoffer van vaste toernooideelnemer Adrian Clemens even had gemist.) En natuurlijk speelt het een rol dat iedereen topfit achter het bord zit met zijn of haar flesje water en een muesli-reep of een druivensuikertje in de achterzak. Het gaat niet alleen om de grijze cellen, maar ook om het lijf. Schaken is wel degelijk een fysieke sport, ik heb er eerlijk gezegd nogal lang over gedaan om dat te ontdekken.

En dan is er nog iets dat het allemaal wat moeilijker maakt: de databases die precies verraden wat je in het verleden al zo hebt gespeeld. Behoorlijk irritant. Tegenstanders vertonen vermijdingsgedrag of bereiden je favoriete variantjes voor. Weg openingsvoordeeltje! Daar kun je maar weinig aan doen als je geen repertoire hebt van hier tot aan de maan.

Zo is dus de conclusie dat ik op mijn oude dag, nota bene in mijn vakantietijd, extra hard aan de bak moet om lieden achter het bord te verschalken en dat er wellicht toch meer nadruk op het fysieke aspect moet worden gelegd. Ik weet niet of dat een bemoedigende conclusie is, maar ik kan er niet onderuit. Dit jaar is dat verschalken niet gelukt. Maar volgend jaar zal het er van moeten komen. Eerst maar een kilootje of wat zien kwijt te raken. Dat helpt vast. Een mens is nooit te oud om te leren.

 

Scroll naar boven