Norbert, bedankt!

Ik leerde Norbert kennen toen ik lid werd van het eerbiedwaardige Bussums Schaak Genootschap. Norbert was sterker, en speelde intern dan ook in een hogere groep dan ik. Pas in mijn laatste jaar als BSG-lidmaat kreeg ik de gelegenheid aan het bord de degens met hem te kruisen. Die partij was overigens meteen de allerlaatste bij BSG. Ik verhuisde naar Groningen en dat was dat.

In september 1986 kocht ik het pand waar ik nu nog steeds woon. Het duurde niet lang voor ik ontdekte dat Norbert op vijftig meter afstand woonde. Deze hernieuwde kennismaking had echter allerminst tot gevolg dat wij vervolgens de deur bij elkaar plat liepen om te schaken. Norbert had het schaken wel zo’n beetje gezien en was inmiddels duidelijk meer gecharmeerd van een socialere bezigheid als bridge.

Onlangs besloten Norbert en zijn vrouw om te gaan verhuizen. Op een januari-zondag werd er aangebeld. Norbert. Hij had nog een verhuisdoos op zolder met alleen maar schaakspulletjes. Die wilde hij niet meenemen. Als ik wilde kon ik me erover ontfermen. Wat ik niet wilde houden kon ik weggooien. Schaak-onthechting in zijn meest meedogenloze vorm, iets anders kun je het niet noemen. Iets soortgelijks had ik een keer eerder gezien. Toen een van de medewerkers van de sterrenwacht in Utrecht na gemeenteraadsverkiezingen (in 1975) wethouder van financiën kon worden deed hij dat zonder om te kijken. Zijn vakwetenschappelijke boeken liet hij gewoon op de sterrenwacht staan, hij is ze nooit komen ophalen.

Enfin, Norbert deed  nu mutatis mutandis hetzelfde. En ik, ik nam de rol van voyeur met grote dankbaarheid op me. Een van de eerste dingen die me opvielen waren de notatieboekjes. Dat waren er trouwens niet heel veel. In een van de laatst gedateerde stond onze partij, die in maart 1976 gespeeld bleek te zijn. Wat volkomen maf was dat ik me bij het naspelen van die partij leek te  herinneren welke dwaalwegen mijn breintje had doorlopen, de kromme toeren. Misschien is dat onzin, misschien ook niet. De partij kreeg in elk geval kleur op de botten toen ik hem naspeelde. Met een zucht van verlichting verscheurde ik het notatieboekje na afloop. Ja, ik ben vooruitgegaan…

Veel van de schaakboeken waren spiksplinternieuw. Overduidelijk nooit opengeslagen. Netjes verzameld en even netjes genegeerd. Een aantal boeken bezat ik reeds, maar er zaten toch ook enkele aanwinsten bij, zij het geen wereldschokkende. En juist toen ik me er bij had neergelegd dat grootse ontdekkingen zouden uitblijven, kwam er dan toch een. Een boek waar ik wel over had gehoord en dat mij vanuit historisch oogpunt interesseerde. Misschien omdat ik een freak ben, want het is maar zeer de vraag of er veel schakers van mijn eigen generatie van dit boek gehoord hebben. Maar daar lag het! Ik werd er even stil van. Partij verloren, “Gedenkboek ter herinnering aan de schakers in Nederland, die tijdens de Bezetting heengingen”,samengesteld door L.G.Eggink en W.A.T. Schelfhout, Amsterdam 1947, bij “Joachimsthal’s boekhandel, uitgevers- en drukkerijbedrijf N.V.”

De samenstellers hebben in dit boek gepoogd, tot op verenigingsniveau na te gaan welke wonden de Tweede Wereldoorlog geslagen had. Voor Salo Landau en Arnoldus Johannes van den Hoek, de eerste een internationale speler die tegen wereldkampioenen schaakte, de ander een schaaktalent met meteoor-status, worden in het boek twee kloeke hoofdstukken ingeruimd. Het is een indringend boek, een indrukwekkend monument van toewijding. Ik had zeker niet kunnen verwachten dit boek aan te treffen in wat toch een tamelijk willekeurige schaak”nalatenschap” is.

Norbert, bedankt!

 

 

 

 

Scroll naar boven