
(RdV) – Het externe seizoen is ook weer begonnen: het spits werd afgebeten door Promotie 1, dat begon met een 4-4 thuis-gelijkspel tegen het Leidse LSG 4.
Hierbij het verslag van Manuel:
De ruïnes van mijn wereldbeeld, door Uw vaste verslaggevert.
Jaaaren geleden klaagde clubgenoot Gerhard Eggink dat hij voor de ruïnes van zijn wereldbeeld stond. Ik had een of ander schaaksuccesje behaald, vandaar. Welnu, thans weet ik hoe dat voelt, tegen de ruïnes van je wereldbeeld aankijken.
Promotie I – LSG 4, een mooi affiche. Dat zou wel 6-2 worden of zoiets. Ton de Waal deed mee. Bij binnenkomst zag ik tegen wie hij zou spelen en ik telde het punt al. Sipke, na jaren afwezigheid van het hoogste podium. Die zou hongerig zijn. Hij zat tegenover een schriel manneke. Dat was natuurlijk een punt. Maarten, de sluipmoordenaar wiens speelstijl slachtoffers maakt bij bosjes. En Bernard, onze ouwe rot die elkeen omver kegelt. Kortom, minstens 6-2. MINSTENS.
Het kwam anders. Clubkampioen Ton tegen een Reiki-meester als ik het wel heb. Een Reiki-meester, geen schaakmeester. Laat dat volstrekt duidelijk zijn. Ton kwam lelijk op de koffie – eh thee. Sipke kwam in een koningsaanval terecht en kon het uiteindelijk schudden. Bernard won, maar daar was dit keer wel een bok van de overkant voor nodig. En Opa Mostert won. Tegen een Wolgaatje nota bene. Opa’s zijn niet te onderschatten. Dat blijkt maar weer. En Maarten? Hij kwam niet verder dan remise in een opening waarmee een zwartspeler normalerwijze wint. Oké, ik ben bevooroordeeld, maar toch. Remises waren er ook voor de nog niet genoemde krasse knarren. De Ahlersen, de Duijzerds en de van der Werves konden niet doorbijten. Pluimpje trouwens voor Paul, die zich nu eens niet hopeloos liet meeslepen door zijn agressieve fantasieën en kalm bleef.
Ik ben dus diepbedroefd en geschokt. Mijn wereldbeeld is aan gort. Wie, o wie, troost mij?
