(Rudi Matai) In de komende weken zal ik fragmenten laten zien uit partijen die in Nederland wonende schakers hebben gespeeld tegen wereldkampioenen. Het zijn niet allemaal schakers die als Nederlanders geboren zijn of die een Nederlands paspoort hebben verkregen, maar ze moeten wel in Nederlandse kampioenschappen hebben gespeeld.
De meeste wereldkampioenen die aan bod komen in de slachtofferrol waren op het moment waarop de partij gespeeld werd al wereldkampioen, maar ik heb een enkele uitzondering gemaakt als de betreffende speler op plek 1 van de wereldranglijst stond en als zijn kwaliteiten als absolute topspeler buiten kijf staan.
Hier de eerste aflevering: Euwe tegen Aljechin!
Euwe – Aljechin. Toernooi te Zürich 1934.
Zwart heeft zojuist 1.., f6 gespeeld en dat was niet handig. Euwe speelde nu 2. Pf7!!
Dit paard kan niet geslagen worden met de toren op c7 want dan slaat wit met zijn toren op e6. Maar 2.., Kxf7 faalt op 3. Dh5+! en zwart moet de dekking van Te6 loslaten. Op 3.., Ke7 volgt namelijk 4. Txe6+ Kxe6 5. Te1+ en zwart gaat mat na nog drie zetten (zelf thuis uitproberen natuurlijk!). Zwart moet dus iets spelen als 3.., Kf8 maar ook dan wint wit de toren op e6 en met een volle kwal voor en een zeer passieve stelling voor zwart is de winst zeker.
Na 3. Dh5+ kan zwart ook nog 3.., g6 proberen maar na 4. Dxh7+ gaat het helemaal mis voor zwart.
In de partij speelde zwart 1.., De8 en na 2. Txe6 Dxe6 3. Pd8 De4 4. Pxc6 stond wit zeer goed en won later de partij.
Deze partij zal in Nederland veel vreugde hebben losgemaakt. Een overwinning van onze eenvoudige bescheiden wiskundeleraar op de vrijwel onaanraakbare wereldkampioen Aljechin. En dat in crisistijd!
Een jaar later volgde een legendarische match tussen deze twee kemphanen, die Nederland nog meer plezier zou doen…
