Tata 2014 – het verslag van onze voorzitter

“Komen jullie morgen weer?”

 (JvdB) – Vrijdagmiddag 17 januari 2014, de eerste dag van de Tata Steel tienkampen 2014 loopt ten einde. Harry Breuker, oud-voorzitter van Promotie, neemt na zijn Tata-bezoek afscheid en vraagt ons: “Komen jullie morgen weer?” Dat hebben we gedaan, elke dag weer tot het onvermijdelijke einde op zondag 26 januari. Tijd dus om de balans op te maken van negen dagen schaken. Gelukkig heeft u dankzij het voortreffelijke werk van Rob de Vries afgelopen dagen onze prestaties kunnen volgen, maar enige achtergrondinformatie om deze verrichtingen te kunnen duiden mag hier niet ontbreken.

Natuurlijk beginnen we met de uitstekende prestatie van Maurice Hettfleisch die ons voorging en zijn dagvierkamp met een 100% score wist te winnen. We hebben hem niet overtroffen.

Het reizen van Zoetermeer naar Wijk aan Zee gebeurde in groepjes (1 groepje per auto). Deze groepsindeling hanteren we gemakshalve ook voor dit verslag.

  • Team 1: Last in, first out (Rens en Robby)
    Zij kwamen de meeste dagen als laatste team binnen, maar waren daarna weer snel klaar. Robby meestal met een punt en Rens was weliswaar nog niet klaar, maar wist al snel wat hem die dag weer te wachten stond. Rens, vorig jaar gepromoveerd naar groep 3G beleefde een zware week. Slechts twee remises wist hij te behalen in een naar rating sterk bezette groep. Robby speelde van alle Promotianen in de hoogste groep, 2C. Hij speelde een goed toernooi, maar vergooide zijn kansen op de groepszege door een nederlaag tegen de sluwe Oliver Jackson uit Engeland die uiteindelijk als laatste zou eindigen. Een dure nederlaag voor Robby, die in een voor hem al slechte stelling (naar eigen zeggen) geforceerd op winst ging spelen en de prijs daarvoor moest betalen.
  • Team 2: De routine (Ben, Henk, Joop en Ferdi)
    Met deze benaming doe ik dit team niet geheel recht, want Ferdi Sieben debuteerde in de tienkamp. Nog voor de aanvang kreeg hij al de zwaarste “aanval” tegenover zich. Terwijl hij al klaar zat voor een partij in een groep 5 promoveerde hij op de het laatste moment naar groep 4L. Dat werd dagelijks hard vechten, maar meer dan 4 remises zaten er jammer genoeg niet in. Ben deed alsof hij thuis was, sloop op kousenvoeten door de speelzaal en naar de derde plaats in zijn groep. Een partij liet hij zien geïnspireerd te zijn door de vele bordjes UGS die in de buurt van Schiphol onder andere langs de A4 staan. Dat is de afkorting van “uitgangstelling”, namelijk waar bij een calamiteit de hulptroepen (in dit geval lopers) zich verzamelen en in konvooi verder gaan. Zie verder de partijgegevens in het Tata-journaal extra van 23 januari, deel 1.
    Henk speelde een rustig toernooi, drie remises (zoals hij beloofd had) en toen ineens een overwinning. Alsof dat niet de bedoeling was verloor hij prompt twee partijen. Deze midweekse inzinking overwon hij snel waardoor hij Joop Huizer in hun groep nipt voor bleef.Joop won weliswaar maar één keer, maar dan ook wel heel verzekerd, want zeker een uur voor het einde mompelde hij in de wandelgangen al “het is uit”. Gelukkig kwam die droom uit.
  • Team 3: BOE (Bob, Otto en Ed)
    Het boegeroep klonk toen Otto Boot slachtoffer werd van de nieuwe regels in het Tata Steel-toernooi. Waar hij de afgelopen jaren rustig zijn ambachtswerk (houten schaakfiguren) kon verkopen na gedane schaakarbeid, werd hem dat nu verboden. Zijn resultaten kwam dat niet ten goede, maar zijn vrolijke inbreng leed er niet onder. Ed Eveleens speelde in een groep waarin de verschillen klein bleven. Ondanks een overwinning op groepswinnaar Kees Schrijvers bleef Ed steken op een laatste plaats met 3½ punt. Bob Ameling deed ondanks een griepaanval tot het laatst mee om de hoogste plaatsen. Door een remise op de laatste dag eindigde hij op een gedeelde derde plaats.
  • Team 4: Busman & Busman
    Vader Jan en zoon Vincent speelden een zeer verschillend toernooi. Jan grossierde in remises (ACHT!!, met als motto “als ik die toren niet weggeef kan ik niet verliezen”), naast 1 nederlaag, en Vincent miste na o.a. een overwinning op Rob de Vries nipt de overwinning in hun groep.
  • Team 5: Opgeven kennen we niet (Rob, Jan en Jaap)
    De eerste dag begon voor dit team meteen spannend. Jan van den Bergh had zich ter voorbereiding op het toernooi van de buitenwereld afgeschermd. Hij bleek onbereikbaar toen Rob hem wilde doorgeven dat we een half uur eerder zouden afreizen. Maar net toen we het wilden opgeven, verscheen Jan precies op het eerder afgesproken tijdstip bij station Voorweg zodat we nog net op tijd waren voor de inschrijving. Jan begon sterk (3 uit 4), koesterde zijn rituelen (in het weekend een uitsmijter, maar daarna alleen broodjes ham), maar kon niet voorkomen dat vanaf dinsdag de klad er in kwam: twee nederlagen, gevolgd door drie remises. Toch bleef Jan scherp tot het einde, maar daar kom ik later op terug.
    Rob de Vries streed lange tijd met Rens om het slechtste resultaat, maar moest zich door een eindsprint in het laatste weekend (1½ uit 2) “gewonnen” geven. De bezetting in zijn groep was veel sterker dan vorig jaar (“deze mensen kunnen echt schaken”), maar wie zijn relaas in het Tata-journaal 5 (zie hieronder) over zijn mysterieuze opgave in ronde 3 leest zal begrijpen dat er veel meer in gezeten heeft. (Hij heeft in een andere partij ook nog een mat-in-3 gemist…) Ook ik kreeg te maken met onverwachte opgaven van mijn tegenstanders. Nadat ik zondag van mijn “angstgegner” Alphenaar  Jeroen Frijling had verloren na een dure rekenfout in een pionneneindspel, vielen de wendingen in de partijen bijna alle keren mijn kant uit. In het Tata-journaal extra van 23 januari, deel 2, staat al te lezen hoe de Italiaan Griffinni opgaf omdat hij (ten onrechte) dacht dat hij mat ging in een overigens (voor hem) wel verloren stelling. Maar op de slotdag spande mijn Britse tegenstander Stephen Moss de kroon. Nadat hij in een scherpe Hollandse partij goede kansen gemist had, kreeg ik de overhand, maar door eeuwig schaak leek het remise te worden. Toen ik dat uit de weg wilde gaan keerden de kansen opnieuw en Stephen weigerde een remise-aanbod. Aan het eind – we speelden inmiddels 5½ uur –  greep Stephen gruwelijk mis en kon ik de partij uitmaken. Althans dat dachten Stephen en ik en hij gaf op. Jan van den Bergh hielp ons uit de droom. Het begon na de 66e zet van wit (66. Kd4), met de volgende stelling als gevolg:

66. …Dd1+, 67. Kc5 Dc2+, 68. Kd6 Dxh2+, 69. Kc6 Dxc7+, 70. Kxc7 Kb5, 71. Kb7 a4, 72. Kc7 Kb4  0–1

“Potremise dus” zei de nog altijd scherpe Jan van den Bergh meteen toen de uitslag officieel was. Want na 73. Kb6 is er nog niets aan de hand voor wit. Zwart kan de witte pion niet veroveren zonder zijn eigen pion te verliezen. Gevolg: ongedeeld eerste en een boekenpakket van € 80 rijker, waaronder het net verschenen “The Diamond Dutch” wat een mooi vervolg is op mijn slotpartij.

En toen was het weer voorbij, maar – vrij naar Harry Breuker – zeggen we: “we komen volgend jaar weer.”

Tot slot, Promotie was goed vertegenwoordigd tijdens de tienkampen. Met maar liefst elf deelnemers waren wij van de Haagse Schaakbond zelfs het best vertegenwoordigd. Dat kunnen we opmaken uit het overzicht van Paul Koks die dagelijks verslag deed van de verrichtingen van alle deelnemers van de Haagse schaakbond (zie Tata-journaal 12a).

Foto op de Tata-site, met als onderschrift: “Robby Kevlishvili (Club Rotterdam), world champion blitz u12.” Promotie Rotterdam?

Scroll naar boven