In het Amerikaans kampioenschap dat nu loopt speelde Wesley So (2788) tegen Alexander Onischuk (2665). Wit dreigt natuurlijk 1. f5 met loperwinst.
Zwart speelde vanuit de diagramstelling 1.., Lg6-b1?? om dat te voorkomen, maar na 2. Pd2! was de loper alsnog gevangen en won wit.
Hoe kan zoiets gebeuren?
Het befaamde restbeeld speelt hier een rol. Wits vorige zet was geweest: 1. Pg5-f3. Met het paard op g5 kon wit geen f4-f5 spelen want het paard zou dan in staan door de Le7.
In het hoofd van zwart was het paard weliswaar van g5 verdwenen, maar zwart had niet in de gaten dat het paard vanaf f3 naar d2 kon gaan. Eigenlijk stond er voor zwart nog een vaag restbeeld van het paard op g5, en dat belette hem om goed verder te kijken.
Dergelijke restbeelden komen vaak voor in zeer eenvoudige situaties, en bij de beste spelers.
Zwart had na 1. Pf3 wellicht stand kunnen houden met 1.., h5 2. f5 hxg4 3. fxg6 gxf3+ 4. Kxf3 Td8 5. gxf7+ Kf8
