In het toernooi van Karlsbad in 1929 blunderde Capablanca (sinds 2 jaar wereldkampioen-af) vreselijk tegen Sämisch.
Capablanca had zojuist 9.., Lc8-a6?? gespeeld en wit had geantwoord met 10. Dd1-a4. (Zie diagram).
Na 10.., Lb7 won wit een stuk met 11. d5.
Hoe kan zo’n speler zo blunderen? Het verhaal gaat dat Capablanca zich rot schrok toen hij tijdens deze partij zijn vrouw in de speelzaal zag. Kennelijk zou zij pas later komen en had hij een vriendinnetje te “logeren” in zijn hotelkamer.
Hij was als de dood dat zijn vrouw naar het hotel zou gaan en zou zeggen: “hallo, ik ben mevrouw Capablanca en ik wil graag de sleutel van de kamer die mijn man hier heeft”.
Wat zou ze dan te horen hebben gekregen?
Misschien: “o, maar mevrouw Capablanca is sinds gisteravond al op de kamer…”
Of deze: “o prima, uw dochter is al op de kamer”. (Terwijl de Capablanca’s misschien helemaal geen dochter hadden!)
Hoe het afliep weet ik niet, maar Capablanca rekte de partij tot het bittere einde (62e zet).
Misschien had hij helemaal geen haast om de speelzaal te verlaten en zijn vrouw te “begroeten”…
Tsja, in het schaakspel is elke extra dame welkom, maar in het leven is een tweede dame soms net iets te veel!
