(RdV) – Omdat mijn geplande tegenstander zich voor de ronde van zondag had afgemeld had ik ruim de tijd voor een bezoek aan de commentaarzaal. De commentator van dienst was nu eens niet publieks- (en mijn) favoriet Hans Böhm, maar grootmeester John van der Wiel. Deze in Zoetermeer niet onbekende Leidenaar leverde een uitstekende prestatie door de partijen zeer deskundig te bespreken, zodanig dat zelfs ik het begreep. En net als Hans Böhm en vroeger Lex Jongsma wist hij af en toe leuke anekdotes door zijn verhaal te vlechten, waardoor het geheel niet alleen maar een opsomming of overweging van zetten was. Hierbij enkele van die anekdotes en (al dan niet gevatte) opmerkingen:
1. “Op mijn microfoon staat ‘low batt’, dus daarom is het geluid opeens zo zacht. Gelukkig staat er batt met twee T’s, anders zou het een laagvliegende vleermuis zijn, ook heel gevaarlijk.”
2. “In de tijd dat de zetten nog niet op een computerscherm verschenen maar door bordenjongens op lijsten werden geschreven gaf Donner eens commentaar. Een mevrouw op de eerste rij stelde de zet Txf8 voor, waarop de zaal hartelijk moest lachen. Donner gaf als reactie ‘maar mevrouw, het zijn wel grootmeesters hoor, die denken eerst na voordat ze een zet doen. En dan met wat meer nuance…’. Grote hilariteit toen even later de bordenjongen de (dus toch gespeelde) zet Txf8 op de lijst schreef. Commentaar van Donner: ‘een grootmeesterlijke zet…’.”
3. “Met een Belgische vriend bekeek ik eens een stelling waar een wit paard op e1 stond, en witte pionnen op c2, d3, f3 en g2. Ik vond dat maar een treurig paard, maar mijn Belgische vriend zag dat heel anders: alles is keurig gedekt!”
4. “De Chinezen hebben heel veel uitgevonden, maar niet het schaken, dat komt uit India of Iran. Maar Chinese wetenschappers hebben nu vastgesteld dat het blindschaken wel in China is uitgevonden. Het bewijs is als volgt: bij een opgraving in India is in een aardlaag van 2000 jaar oud één schaakstuk gevonden, dus toen werd er daar al geschaakt. Maar in China zijn in een laag van 3000 jaar oud NUL schaakstukken gevonden, dus daar kon men toen al blindschaken! Geen speld tussen te krijgen…”
5. Vijf minuten na het uitreiken van een prijs voor een domme opmerking: “Ik weet zeker dat Tomashevsky (tegen Giri) deze zet (Pd4) niet speelt, want zoals ik U heb laten zien leidt dat tot een duidelijke verzwakking.” Weer vijf minuten later: “Hij heeft – na deze wijze woorden van Uw commentator – Pd4 gespeeld. Ik zal een prijsje voor mijzelf reserveren!”
