(De oplossing van Jan Willems stelling van 11 november)
De oplossing. Twee lezers mailden die al, waarvoor dank. Voor iedereen: na 38…..a6? had ik kunnen winnen met Kf2 of Kg2. In de eindspelboeken heet dat een “koningsdriehoekje”. Door 39. Kf2 of Kg2 kan wit het sleutelveld e4 voor zijn koning veroveren. Ik geef een voorbeeld: 39. Kf2 Kd6 40. Kf3 Ke5 41. a5! Kd6 42. Ke4 Kc5 43. Ke5 Kb4 44. Kxd4 Kxa5 45. Ke5 Kb4 46. Kd6! h5 47. gxh5 en wit bereikt minimaal een glad gewonnen dame-eindspel. Een andere variant is: 39. Kf2 Kf4 40. Ke2 a5 41. Kf2 Ke5 42. Kf3! Ook in deze variant bereikt wit een gewonnen dame-eindspel.
Let op: het koningsdriehoekje kan niet worden gespeeld als de zwarte koning op d6 staat! Daarom is 38….a6? een fout. Na 38….Kd6 was er voor zwart niets aan de hand geweest. Wit moet dan 39. Kf3 spelen met zetherhaling tot gevolg (bijvoorbeeld na 39….Ke5, 40. a5 a6! 41. Kf3 Kd6 42. Kg3 Ke5). Na 39. Kf2? Kc5! heeft wit een belangrijk tempo minder en zal eerder zwart winnen.
