
Promotie 1 – Boven IJ 1 : 3 – 5
Het verslag van Manuel:
Loflied op Markies de Sade
Sommigen zullen het al wel eens gemerkt hebben, maar hebben het hoogstens durven fluisteren. Ja, ik geef het eindelijk toe: ik ben een sadist. Hierbij kom ik dus uit de kast, de sadistenkast. Met zweepjes, muilpeertjes, mega-duimschroeven en de onontbeerlijke elektriseermachine. Heerlijk, heerlijk!
Waarom deze ontboezeming? Ben ik soms helemaal van de ratten besnuffeld? De weg kwijt? Van Lotje? Neen, maar de gebeurtenissen van heden, 1 april 2017, nopen mij welhaast kleur te bekennen. Het Eerste moest aantreden tegen een schaakteam waar beslist van gewonnen kon worden. Sterke spelers waren bij hen weggelopen, kwamen niet opdagen en men had vervangers nodig. Dit team was rijp voor de slacht, jazeker. Vol verwachting zat ik mijn sigaartje te roken, wachtend op het eerste ijselijke gegil van een tegenstander die werd gevild of gekielhaald. Maar het bleef rustig. Toen ik eens poolshoogte ging nemen stonden de onzen aan enkele borden niet onprettig, zoals bij veldheer Maarten van Rossum.. eh, van Zetten. En nergens zag ik bij de onzen rokende puinhopen. Ik ging weer van de buitenlucht genieten en toen ik terugkwam… het was waarachtig genieten!
Paultje, zelf aanvankelijk met de kettingzaag in de weer merkte plots dat hem een paar mega-duimschroeven werden aangedraaid. Links een en rechts een. Heerlijk. Als het van de reglementen had gemogen had hij het uitgebruld. Maar dat mag niet van de FIDE. Neeeee, dat mag niet. Uiteindelijk liet hij bijkans bewusteloos het koppie hangen.
Jan Willem zag een kleinigheid over het hoofd. Zijn tegenstander pakte de voorhamer en sloeg toe. Als verdoofd zat Jan Willem naar de stelling te kijken, nam uiteindelijk een kloek besluit en stortte zich brullend in het zwaard. En dat een dag voor zijn vijfenvijftigste! Au, Au!
Veldheer Maarten stond positioneel goed tot gewonnen. Ik zag allerlei sadistische motieven rond de zwarte koning… en toen ging de tegenstander voor eeuwig schaak. Flauw hoor!
Lourens zorgde niet voor veel opwinding en Noordhoek ook niet. Alhoewel… Noordhoek speelde een remise pionneneindspel door, de gêne voorbij. Daar zit een sadistisch element in. Jawel, ik voel zoiets haarfijn aan: de opponent wordt als een schaakkleuter bejegend.
De oude heer Mostert begon goed, maar allengs zag ik hem mindere zetten doen. Toen de tegenstander met twee torens binnenkwam.. ik zat te genieten. Ik weet uit eigen ervaring hoe zoiets voelt: je begint goed, krijgt last van seniorenmomentjes en daar sta je. De tegenstander die misschien met bonzend hart op een genadeklap zit te wachten gaat plotsklaps winnen. Voor de oude heer Mostert moet dit voelen alsof er geruisloos een prima functionerende elektriseermachine aan zijn edele delen wordt aangekoppeld. Dat was weer genieten dus!
Bannink stond hier en daar wel wat moeilijk, maar hij maakte aan het eind van de middag kranig remise. Geen groot leed, niet voor hem, niet voor zijn tegenstander.
Blijft over: Nico. De held van de dag. De held van de dag? Nee, natuurlijk niet. Zijn tegenstander had een dusdanige leeftijd dat er voor het kerkgebouw een ambulance met lopende motoren en zwaailichten klaarstond voor het geval de goede man ter aarde zou storten. Nico kwam gewonnen te staan – natuurlijk!- maar zijn stokoude opponent deed vervolgens zijn kunstgebit eens eventjes uit, stroopte de mouwen op en maakte het Nico knap lastig. Nico zat zelfs in gewonnen stelling nog te lijden. Uiteindelijk won onze man dan, zelfs een mij toevallig passerende onderbonder zag hoe dat moest..
De middag werd beëindigd met een maaltijd, ons door Jan Willem aangeboden als goedmakertje voor zijn gemiste kleinigheid. Trouwens, de jongens van Botwinnik waren er ook bij. Die hadden zowaar hun eerste matchpunt van dit seizoen gescoord. Proficiat jongens! Een beetje laat, maar toch leuk.
U begrijpt, ik heb de beste 1 april sinds jaren gehad. Dat er nog velen zo mogen volgen!
