Tata-journaal 13c

Lees eerst de Tata-journaals 13a en 13b!

(RdV) – Bij gebrek aan inzendingen van collega-Tatagangers ben ik “genoodzaakt” iets uit een eigen partij te laten zien, want op de rustdag hoort toch wel een partijfragment getoond te worden. In de zesde ronde had ik wit, en dit is de stelling na 24. Te1-e3, Td7-e7.

De vraag is of wit nu een pion kan winnen?

Het gaat (natuurlijk) om de zet 25. Lxg6+. Als zwart die loper met de koning slaat of een andere koningszet doet, dan slaat wit een toren (al dan niet met schaak); dus zwart moet wel 25. … hxg6 doen. Het lijkt dat wit zijn loper nu kwijt is zonder er iets voor terug te krijgen (behalve de geslagen pion), want er kunnen torens worden geruild op de d-lijn, of op de e-lijn, of op beide lijnen. Gelukkig heb je bij Tata (meestal) ruim de tijd, dus even goed kijken en er achter komen dat na de afruil 26. Txd8 Txe3 wit aan zet is en dus de loper op c8 kan slaan. Al met al dus toch pionwinst. Of niet? Na 26. Txd8 lijkt zwart zijn loper te kunnen redden met het tussenschaak 26. … Lf5+. Maar dan doet wit 27. Kd2 en is de witte toren op e3 gedekt en staat wit een kwaliteit plus een pion voor! Zwart kiest dus voor 26. … Txe3, waarna wit inderdaad 27. Txc8 doet en per saldo een pion gewonnen heeft. 

NB: Om met Niels van der Laan en Jeroen Woe te spreken: “Even tot hier!”. We laten hier buiten beschouwing dat daarna zwart enkele pionnen gaat winnen op de koningsvleugel (te beginnen met 27. … Te2+, en dat wit intussen een aantal van de zwarte pionnen op de dame­vleugel gaat slaan. Zoals het ging was het resterende eindspel (na heel veel zetten) gewonnen voor zwart (omdat zijn f- en g-pion samen opstoomden). Maar het antwoord op de vraag of wit hier een pion kon winnen is dus (kortzichtig): ja!

Scroll naar boven