
Eelco (bord 1) deelt zijn partijanalyse met ons, zie Lichess: https://lichess.org/study/ATY5eMLP/pWBF6rni
Paul (bord 2): Ik kreeg in een Alapin een uitstekende stelling, met ruim een punt voordeel (blijkens Stockfish). Probleem was wel dat er vele keuzemogelijkheden waren. Uiteindelijk koos ik voor een variant met een dubieus offer als “pointe”, waarna mijn tegenstander bekwaam de winst binnenhaalde.
Bernard (bord 3): Het stond een hele tijd gelijk maar in een eindspel met een loper en 2 pionnen voor een toren speelde ik het handiger dan mijn tegenstander die steeds slechter kwam te staan. Ik wist mijn pionnen bijna naar de overkant te loodsen en waarna hij opgaf.
Ben (bord 4): Na een ongebruikelijk begin (1. d4 d6 2. c4 e5 3. d5 Le7 4. e4 Lg5) kwam er na een later f5 van zwart een soort koningsindische stelling op het bord. Zwart speelde denk ik niet actief genoeg en ruilt af op e4 in plaats van f4 met aanvalskansen te spelen. Daarna kreeg ik, met een sterk paard op e4 initiatief op de damevleugel dat uiteindelijk beslissend bleek. Een boeiende, maar zeker niet foutloze partij.
Henk (bord 5): Er kwam een Grünfeld op het bord, waarbij mijn tegenstander een vroege h2-h4 speelde, agressief en heel modern. Maar mijn tegenstander durfde toch het bord niet in vuur en vlam te zetten met h4-h5. Daarna werd het een strijd om de geïsoleerde witte pion op d5: verlamde die het zwarte spel of was het juist een zwakte? In een gecompliceerd middenspel miste wit een kans op voordeel en de partij verzandde in een remise-eindspel.
Maurice (bord 6): Na een wat tamme opzet van beide kanten in het Londen-systeem en wat spelenprikjes van mij die prematuur bleken te zijn en tot niets leidden, behalve misschien dat wit a tempo g2-g4 kon spelen, kwam er toch actie op het bord.
Met een kwaliteitsoffer op e3 wilde ik de dame op dezelfde diagonaal als de koning lokken, om deze met mijn loper te pennen. Dat lukte, maar in de berekening van de chaotische combinatie die daarbij kwam kijken, ik offerde een b-pion en tegelijk de e-lijn te openen, had ik gemist dat wits paard nog voor de dame kon springen. Op dat moment maakte ik een te trage keuze en kreeg wit de kans om de kwaliteit voorsprong te behouden zonder dat ik enige compensatie had. In het eindspel kon wit behendig alle mogelijke problemen en paardvorkjes voorkomen.
Het kwaliteitsoffer was in de correcte lijn prima, maar niet winnend: bij de ene correcte lijn zou ik voor mijn geofferde toren en pion, twee lichte stukken overhouden. Een stelling die de computer als in balans beschouwt, maar waar ik me niet kan voorstellen dat het op remise zou zijn uitgekomen.
Bram (bord 7): Na een rustige opening met wit was het voor beide partijen lastig om een juist plan te kiezen. Veel bedenktijd ging verloren en de tijdscontrole was nog ver weg. Het tempo ging wat omhoog en dat ging ten koste van de kwaliteit van de zetten. Ik ruilde mijn sterke loper af tegen een slechte loper van zwart, waardoor ik een aantal zwakke velden rondom mijn koning overhield. Het spel verplaatste zich dan ook van de damevleugel naar de koningsvleugel. Een beetje te vroeg offerde hij een stuk om mijn koningsstelling te openen. Ik reageerde hier slecht op en kwam in een verloren stelling terecht. Na een aantal gemiste mogelijkheden voor mijn tegenstander gingen er veel stukken van het bord, waardoor ik zelf een gewonnen stelling kreeg. Echter werden de dames geruild, waardoor een eindspel met 7 pionnen (voor zwart) tegenover 4 pionnen en een paard remise werd.

Joost (bord 8): Na 1. d4 d6 2. Pf3 f5 3. g3 Pf6 4. Lg2 g6 5. 0-0 Lg7 zaten we in de Leninggrader van het Hollands. Waar na mijn 6.Te1, ik had nog geen c4 gespeeld, een ongebruikelijke variant ontstond.
Hierin voelde mijn tegenstander zich niet zo thuis, vertelde hij na afloop. Op zet 23 blunderde hij een stuk, ik dacht die geeft wel op. Hij bleef echter inventief doorspelen.
Ik dacht ik ga dit zuiver positioneel spelen, wat met een stuk meer natuurlijk makkelijker is. Enfin het duurde nog tot zet 99 voordat hij het bijltje er bij neerlegde.
Joost wist ook de allerlaatste hindernis van de tegenstander te omzeilen: Zwart geeft met zijn laatste zet .. Td7 een toren cadeau. Je zou na vijfenhalf uur intensief schaak zomaar op d7 kunnen slaan: Pat…

Maar Joost onderdrukte zijn eerste reflex en speelde Kc5! Daarmee bracht Joost de eindstand op 4½-3½.
|
|
||||||
|
2312 |
2104 |
½ – ½ |
||||
|
2039 |
2122 |
0 – 1 |
||||
|
2196 |
2098 |
1 – 0 |
||||
|
2082 |
2154 |
1 – 0 |
||||
|
1969 |
2052 |
½ – ½ |
||||
|
1981 |
1918 |
½ – ½ |
||||
|
1917 |
2116 |
0 – 1 |
||||
|
1900 |
2068 |
1 – 0 |
||||
|
Gemiddelde Rating: |
2050 |
Gemiddelde Rating: |
2079 |
4½-3½ |
