Potentieel degradatieduel tussen Promotie K1 en Leiderdorp 1 onbeslist

(PvdW) – We moeten realistisch zijn: de 2e klasse KNSB 2B is waanzinnig sterk bezet, we zullen moeten vechten voor behoud. Op voorhand was de strijd met het ongeveer gelijkwaardige Leiderdorp dan ook eigenlijk een “vierpuntenduel”. Moeten we dan blij zijn met het gelijke spel? Op zich was het wel een terechte uitslag, maar met name Sipke en ikzelf hadden voor de winst kunnen zorgen, zie beneden!

1. Joel van der Werf (2127) – Bernard Bannink (2222)         0 – 1

De tegenstander van Bernard had een aparte variant voorbereid, die Maarten Wichhart ook wel eens tegen hem had gespeeld. Bernard speelde het kennelijk niet helemaal correct. Maar wit was na 12 zetten gelukkig uit zijn theorie, zodat zwart beter kwam te staan. Bernard gaf dat echter weer weg en er ontstond een remisestelling, waarin wit op zet 40 een pion weggaf in een toreneindspel. Toen had ik, Bernard kennende, het punt al geteld en dat bleek terecht! 

2. David Sonneveld (2020) – Ben Ahlers (2092)                 ½ – ½

Ben speelde een correcte, positionele partij, waarin hij zwarts koningsstelling enigszins kon verzwakken met een ruil op f6. Dat was echter te weinig om echt op winst te spelen. Wellicht dat afwikkeling naar een toreneindspel nog perspectieven bood, dat zei althans Bernard. Maar bij de analyse na afloop bleek ons dat niet, een terechte remise dus.

3. Martijn Otten (2173) – Eelco Kuipers (2294)                       0 -1

We waren vooraf zeer verguld dat Eelco, ondanks andere verplichtingen, toch mee kon spelen. En hij maakte dat helemaal waar! Wit leek wel wat initiatief te hebben, maar zwart counterde sterk, zodat wit in tijdnood een stuk moest geven. De slotstelling is een leuk matje na Pe3-g2.

4. Paul van der Werve (2076) – Daan Brandenburg (2446)  ½ – ½

De eerste keer in mijn toch al 66 jaar oude leven dat ik tegen een echte GM speelde! Vooraf sprak ik mezelf dus alvast vermanend toe: “wees ook eens tevreden met remise!” In een boeiende Siciliaan verloor ik onbedoeld een kwaliteit, maar kreeg daardoor wel het beoogde tegenspel op de witte velden, dat resulteerde in winst van pion f7 en een sterke vrije e-pion. Na 33. Lxh6  Kh7 (niet gxh6 vanwege Df6+ en Pf5) ontstond de volgende stelling:

Hier speelde ik 34. Df8 Kxh6 35. e8D Txe8 36. Dxe8 hetgeen me met een gezonde pluspion een veilige weg naar de remise leek, wat het ook werd via een eeuwig-schaak-mechanisme. Echter: na 34. Le3 zou wit een gewonnen stelling in handen hebben gehad! Zwart heeft niet beter dan 34.. Te8  35. Df4 Pe6 (op Txe7 volgt Dh4+) 36. Df7 Pc7 , waarna wit 37. Df2 speelt en zwart geen verweer heeft tegen Pf5 en Lxb6. Stockfish is duidelijk: +3.0!

5. Bjorn van Houdt (1734) – Sipke de Swart (2020)             ½ – ½

De partij van Sipke kende een rustig verloop na een vroege dameruil. Zwart won een pion, maar de resterende stelling was nogal droog. Toch miste Sipke een grote kans in deze stelling:

Wit blundert hier met 34. Pxc3? … zwart kan nu 34. … Kd7! spelen. Het idee is om wit geen torenschaak op de e-lijn te gunnen, zodat zwart zijn torens kan verdubbelen op de c-lijn en het gepende paard wint. Helaas had Sipke dit idee achter het bord gemist, zodat na enkele zetten remise werd overeengekomen.

6. Bert Ouwens (1951) – Koert van Bemmel (2024)               0 – 1

Terwijl Storm Bert het VK teisterde, kreeg onze Bert juist een storm over zich heen. Hij trof een tegenstander die zich zeer goed had voorbereid. Met de zetten a5 en vervolgens g5 zette hij wit onder druk. Bert dacht ten onrechte dat hij slechter stond en verdedigde daarom te passief. Hierdoor kreeg zwart uiteindelijk beslissend voordeel en maakte het mooi af met een kwaliteitsoffer. Daarna deed hij 9 damezetten (!) achter elkaar waarmee hij 2 pionnen won en onontkoombaar mat dreigde.

7. Wim Kentstra (1975) – Henk Noordhoek (1999)                 1 – 0

In een veelbelovende opening had Henk de kans om voordeel te behalen, maar liet dat glippen. Vervolgens ging het van kwaad tot erger in een lastig middenspel. Zijn tegenstander speelde een fraai dameoffer uit, geveld door een paardvork. Dat kostte zwart een stuk, hij kon meteen opgeven. Niet Henk zijn dag dus en hij worstelde daar wat mee. Ten onrechte, die dagen zitten er gewoon tussen, dat is nu eenmaal het lot van ons schakers. Volgende keer is het weer andersom!

8. Maurice Hettfleisch (1938) – Jeroen Nouwens (1792)      ½ – ½

Maurice moest invallen en deed dat naar behoren. Al snel pakte hij het initiatief en leek mogelijkheden te hebben dat in het eindspel in iets concreets om te zetten. Helaas lukte dat niet, zijn tegenstander ontwikkelde voldoende activiteit om de remise zeker te stellen.

Scroll naar boven