
(HN) – Op dinsdag 26 november speelde Promotie H1 tegen DD 1 in het Nationaal Schaakgebouw, altijd weer een bijzondere ervaring. De mooie schaakborden, waar het decennialange gebruik aan af te zien is, en de portretten van schaaklegendes aan de wand, versterken de sfeer van ruim honderd jaar schaakgeschiedenis van de speellocatie van Discendo Discimus. De Promotianen leken overweldigd door de rijke historie van de speellocatie en konden hun gebruikelijke niveau niet halen. Of was het simpelweg dat DD 1 een veel sterker team was? Hoe dan ook, hier volgt een verslag van de wedstrijd.
Bord 1: Bram Albertus (2060) – David Madularea (2203) ½ – ½
Bram speelde tegen een jeugdspeler, wel al met een rating van 2203. Bram: In een symmetrisch Engels werd er al snel veel geruild. De stelling had nauwelijks mogelijkheden om op te spelen en nadat de dames eraf gingen werd er dan ook tot remise besloten.
Bord 2: Prajit Sai Kumar (2203) – Jan Willem Duijzer (2106) 1 – 0
Ook Jan Willem speelde tegen een jeugdspeler, ook met rating 2203. Jan Willem: Ik keek, met zwart, na 10 zetten al tegen een inferieure positie aan. Ik probeerde er met een pionoffer nog wat van te maken, maar mijn jonge tegenstander bleef met precies spel aan het roer. Het Feyenoord-scenario zat er na een lang gevecht niet in.
Bord 3: Ronald Blok (1854) – Rachid Schrik (2082) 0 – 1
Ronald werd na een ziekmelding van een vaste kracht pas rond 18:30 door de teamleider gebeld. “Wil je meespelen tegen DD 1?”. En na een bevestiging: “Vandaag. We nemen de tram om 18:56 bij Voorweg Laag”. Een geweldige actie van Ronald om op dit last-minute verzoek in te gaan! En Ronald was ook nog eens bereid het gat aan bord 3 op te vullen, schuiven met de opstelling was niet nodig. Ronald: Als verrassing mocht ik aan bord 3 tegen Rachid Schrik, ook wel bekend bij Promotie. Met een verschil van 250 ratingpunten dacht ik “dit wordt een kansloze wedstrijd “ , gelukkig viel dit mee want pas in het eindspel liet Rachid zijn kwaliteit zien , helaas voor mij dus een 0. Na 27 zetten had ik onderstaande stelling op het bord i.p.v. 28. Kf1 (dan is er niet zoveel aan de hand) speelde ik Da6?, na Tc7 speelde Rachid de partij geruisloos uit.

Bord 4: Bas van Doren (2148) – Sipke de Swart (2020) 1 – 0
Sipke: Door een verkeerde keuze in de opening kwam ik (zwart) in een stelling terecht, waar alleen wit kansen had. Mijn tegenstander speelde erg sterk en maakte geen fouten. Op de 26e zet ging zwart mat op f3(!). Snel vergeten maar, deze partij (nou ja, wel de fout in de opening voortaan vermijden, dat is duidelijk!).
Bord 5: Joost Mostert (1861) – Gerrit Prakken (2153) 0 – 1
Joost: Ik kwam in het Nootenboom systeem van het damegambiet terecht: 1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 c6 4.Pf3 dxc4 5.e3 b5 6.a4 Lb4 7.axb5 cxb5 8.Ld2 Lxc3 9.Lxc3 a5 10.b3 Lb7 11.bxc4 b4 12.Lb2 Pf6 13.Ld3 0–0 14.Dc2 Dc7 15.0–0 Pbd7 (diagram) en nu ging ik in de fout met 16.Pe5 waarmee ik wel de pion op h7 won na 16…Pxe5 17.dxe5 Pd7 maar veld c5 kwam vrij voor het paard van d7 en mijn aanval op de koningschap sloeg niet door.

Bord 6: René in’t Veld (1985) – Henk Noordhoek (1999) 0 – 1
Henk speelde als enige Promotiaan tegen een lager gerate speler, al scheelde het niet veel. Henk: Ik speelde met zwart de Burn-variant van het Frans, dat leverde mij een solide stelling op, zie diagram. Alleen besloot ik een nogal riskante zet te spelen: 13. .. e5. En na het logische 14. Tge1 ook nog eens 14. .. dxe5. Dat kan toch niet goed zijn: de stelling openen wanneer de tegenstander een ontwikkelingsvoorsprong heeft en dit de tegenstander ook nog allerlei tactische dreigingen op de dame geeft? Maar ook de engine vindt het de beste variant voor zwart, en het pakte goed uit voor mij. In het middenspel werd mijn stelling steeds beter en kon ik afwikkelen naar een gewonnen toreneindspel.

Bord 7: Nico Peerdeman (1920) – Raymond Timmermans (1989) ½ – ½
Nico: Ik zette mijn partij met wit solide op. Mijn tegenstander koos voor een nogal passieve opstelling. Op het moment dat er een sterke voortzetting voorhanden was, koos ik voor een zet waarvan ik hoge verwachtingen had. Er bleek echter een tactisch nadeel aan te kleven, waardoor al het voordeel in een klap was verdwenen. Zwart dacht dit door dameruil verder uit te kunnen buiten, maar hierop had ik een sterk antwoord dat hij had gemist. Daarna ontstond er een evenwichtig duel. Toen er uiteindelijk een eindspel met ongelijke lopers op het bord kwam was remise een logische uitslag.
Bord 8: Niels Bos (1989) – Johan Heskes (1900) 1 – 0
Johan Heskes had als tegenstander Niels Bos, die zijn schaakcarrière als jeugdlid bij Promotie begon. Van de partij van Johan heb ik niet veel meegekregen, maar duidelijk is dat Niels Bos het schaken bepaald niet verleerd is. Na een ruim uur spelen was het duel beslist. Maar gezien de vlotte progressie van Johan kan een volgende partij een heel andere uitslag geven!
