Winst van Promotie 4 op het Delftse DCSV 1

(CS)

Rob met wit op bord 8 tegen Bart v.d. Griend: 1-0. Al op de vijfde zet liet zwart Lxf7+ toe, waarna ik pion f7 won en de zwarte koning van e8 naar d8 moest verhuizen. Omdat zwart nu niet meer kon rokeren bleef zijn koning kwetsbaar in het midden staan en had wit volop aanvalsmogelijkheden.
Na wits 22e zet Dd3-a6+ speelde zwart Kc8-b8 (zie diagram), i.p.v. De4-b7, waarmee hij het langer had kunnen volhouden. 


Nu volgde 23. Lxh6, met diverse dreigingen, zoals Lg7 of Lg5 (na TxL volgt Td8#). Verder zou pion c5 graag naar c6 willen (gevolgd door Db7#), zodat de zwarte dame c6 moet blijven dekken. Wit kan dus ook proberen de zwarte dame van die diagonaal af te krijgen, bijvoorbeeld met Te1 en Tad1. Zwart bedacht tegen al deze dreigingen de “oplossing” 23. … Pd5, maar vergat daarbij dat zijn dame c6 nu niet meer dekte. Derhalve 24. c6 en 1-0.

Chris met zwart op bord 7 tegen Paul Steenweg.

Zwart staat hier weliswaar een pion voor, maar verliest deze door 26 ….. Td7. Met 26….. Te6 zou dit zijn voorkomen. Hoe oh hoe? zie onderaan het verslag. Na verlies van de pion (welke?) staat het qua materiaal gelijk. Op dat moment was de teamstand 3 – 3. Jo speelde ook nog, en wel in een gewonnen stand (lees zijn verslag). Toen mijn tegenstander remise aanbod, kon ik dat accepteren:  ½ – ½.

Pieter met wit op bord 6 tegen Mark Jager: 0-1. Als invaller wil je niet verliezen, maar dat had mijn tegenstander niet door. Hij ging na mijn rustige “Londensysteem” opening met Lf4 meteen met Ph5 en f6 en g5 op mijn loper af, die vervolgens op g3 werd geslagen, gevolgd door hxg3 van mij. Mooie half open lijn voor mijn toren, dacht ik. Na een lange rokade van hem, valt dat voordeel weg en liep ik achter de feiten aan. Wel heb ik mij laten overbluffen(te lange schaakvakantie?), want volgens Fritz had  ik zijn agressieve pionnenopmars met dus verzwakte koningstelling, gemakkelijk kunnen verwoesten. Volgende keer dan maar.

Onze invaller Roman met zwart op bord 5 speelde uitgerekend tegen de sterkste tegenstander, Piet Hofstee (1803). Roman kon het niet bolwerken en verloor helaas.

Frans met wit op bord 4 tegen Boermans: in mijn streven naar een Colle opzet, speelde mijn tegenstander vroeg b6. Hier reageerde ik (te) tam op met c3, waar c4 beter was geweest. Het werd een rustige, om niet te zeggen, saaie partij waarin het evenwicht tussen wit en zwart nooit echt verstoord werd. En zo werd het op de 36e zet ½ – ½.

Jo speelde met zwart op bord 3 tegen F. Stevenga. Tot in stelling 1 ging het ongeveer gelijk op.


               
Maar toen speelde ik in instelling 1 eerst 1….bxc4  2.Dxc4 en daarna pas …Pe5 (en niet omgekeerd, want dan kan wit met de Loper slaan). Na 3. Dc3 c5-c4+ raakte wit een stuk kwijt, pruttelde nog enige tijd tegen, maar gaf op in de slotstelling (stelling 2).

Een stelling waarin bijna alle zwarte stukken op zwart staan en alle witte op wit.

John met wit op bord 2 tegen van der Veen: onderstaand de stelling waar het in deze partij om gaat.

 

Wit staat hier best aardig. Koning veilig, toren op de open lijn, dame paard en lopers in een paar zetten bij de zwarte koning op audiëntie. Zwart heeft e6-e5 gespeeld. Hoera, veld d5 is voor mij! Zoals in het voetbal, ieder nadeel hep wel een voordeel: zwart kan dan Lf5 spelen en staat minimaal gelijk. Dit kan wit voorkomen met g2-g4 maar brrrr, dat doe je liever niet, koningsstelling naar de knoppen en zwart kan met Pe7-g6-f4 vervelen. Veel tijd ingestoken maar zag niks beters dan toch g2-g4 waarna inderdaad Pg6 kwam. Na Pf3-g5 kon Pg6 niet bewegen wegens mat op h7 en h7-h6 is gelukkig ook geen oplossing (Pxf7 en Dxg6). Druk op de ketel gehouden en een paar zetten later ging zwart in de fout 1-0.

Jan speelde met zwart op bord 1 tegen Rens ter Veen. Hij opende met 1. b4 (de Oerang-Oetan-opening). Heel vroeger had ik daar wel enige ervaring mee (tegen Herman Buiten, ooit interne wedstrijdleider bij de jeugd). Nu wist ik niet goed hoe het verder moest. Er werd veel afgeruild en bij zet 18 kreeg ik een remise aanbod. Ik heb nog even doorgespeeld, maar bij zet 21 heb ik zelf remise aangeboden. Dat werd direct geaccepteerd. Ik heb nog even in mijn openingenboek gekeken. Daar werd 1. b4 de Poolse opening genoemd. Bij de eerste zet had ik f5 moeten spelen om zo veel mogelijk bij mijn vaste openings-repertoire te blijven.

Antwoord op de vraag bij Chris’ partij: hoe verlies je een pion?: 26. … Td7  27.Pa4  b5  28.Pc5!

 

 
Rating
 
Rating
  Veldhuizen, J.W. (Jan) 1816   Veen ter, R. (Rens) 1727 ½ – ½
  Tan, H.T. (John) 1890   Veen van der, R. (Reinier) 1773 1 – 0
  Lipka, J.F.H. (Jo) 1751   Stegenga, F.J. (Fedde) 1740 1 – 0
  Martens, F.M. (Frans) 1710   Boermans, R. (Robert) 1758 ½ – ½
  Schröder, R. (Roman) 0   Hofstee, P. (Piet) 1803 0 – 1
  Hijma, P. (Pieter) 1648   Jager, M.D. (Mark) 1740 0 – 1
  Schoon, C. (Chris) 1573   Steenweg, P. (Paul) 1683 ½ – ½
  Vries de, R. (Rob) 1657   Griendt van der, B. (Bart) 0 1 – 0
  Gemiddelde Rating: 1721   Gemiddelde Rating: 1746 4½-3½
Scroll naar boven