1. Noteer je partijen en kijk achteraf met de computer wat er beter had gekund.
Als je leert van jouw goede zetten, maar vooral van de fouten dan wordt je direct een betere schaker.
2. Speel naast Grand Prix toernooien ook andere (volwassen)toernooien.
Grand Prix toernooien zijn erg leerzaam en gezellig, maar het speeltempo is kort en het is druk.
Voor schakers vanaf Stap 3 a 4 is het een slimme keuze om ook toernooien met langer speeltempo te spelen.
3. Gebruik zoveel mogelijk van jouw speeltijd om de beste zetten te vinden.
Ga niet mee in het vluggertempo van de tegenstander.
4. Oefen regelmatig online op Lichess.org of op Chess.com.
Door veel schaken, word je een betere schaker. Je gaat patronen herkennen. Kijk wel achteraf wat beter had gekund zodat je er iets van leert.
Neem een speeltempo van minimaal 10 minuten per persoon.
5. Denk vooruit
Bedenk welke zet jij wilt spelen en hoe de tegenstander zal reageren.
Bedenk wat jij dan doet en hoe de tegenstander daarop reageert.
Dat zijn 4 halve zetten. Wit-zwart-wit-zwart. In Stap 3 noemen we dit Klein Plan.
Dus maak een plan en speel geen losse zetjes zonder na te denken.
Gebruik je de 5 tips dan zal je zien dat je snel beter gaat schaken.
