Afscheid

Als columnist moet je goed op de actualiteit letten. Als het even meezit, kun je daar iets mee. Nu, er is recentelijk iets gebeurd dat relatief veel aandacht heeft gekregen. In januari kondigde het Staatshoofd der Nederlanden haar aftreden aan. Dat zou op zich een mooie aanleiding kunnen zijn om te “columniseren” over de Republiek der Verenigde Nederlanden, maar het is niet helemaal duidelijk wat dat met schaken te maken heeft. Neen, dat ging hem niet worden. Maar zie, in februari kondigde vervolgens ook iemand uit Rome, getooid in Sinterklaasoutfit, zijn aftreden aan. En na de gebeurtenissen die toen volgden viel er bij mij een kwartje…

Op de televisie werd namelijk veel aandacht besteed aan deze twee gebeurtenissen. Bij Pauw en Witteman zaten al direct dezelfde avond allerlei lieden bijeen om het aftredende Staatshoofd te roemen. Wat was ze toch goed en intelligent! Een oud-premier wist te vertellen dat het Staatshoofd hem af en toe zowaar aan het denken had gezet. Hartstikke leuk om iemand zichzelf zo te horen diskwalificeren…

Ook de Romeinse Sinterklaas werd redelijk bejubeld, alhoewel met hier en daar wat zeer gedempte kritische noten. Domweg omdat men daar echt niet omheen kon. “Een briljant theoloog!” kraaide een idioot aan de gesprekstafel bij mooie Jacobientje. Een briljant theoloog? Een contradictio in terminis, dunkt me. En ook nog eens irrelevant voor een manager.

Enfin, als een hotemetoot het veld ruimt voelen altijd wel andere hotemetoten zich gedwongen om zijn of haar lof uit te trompetteren. Ik kan daar slecht tegen, want de loftrompet produceert in dat geval vrijwel altijd valse klanken.

Als ik over een jaar of wat afscheid neem van mijn werkgever zal ik de nodige toespraken over me heen gestort krijgen. Ik ben geen hotemetoot. Verre van. Een bescheiden loftrompet zal klinken; zo gaat dat altijd bij een afscheid van een gewone sterveling. Maar de kritisch bedoelde noot zal stellig niet ontbreken. Ook dat hoort erbij, althans bij de gewone sterveling die afscheid neemt en gelukkig maar. In humoristische verpakking, maar toch. “…En je hebt ook nog eens een stagiaire aan het huilen gekregen, Manuel.” Lachsalvo van de goegemeente. Maar de spreekster en tegelijkertijd projectleider die getuige was van het voorval vond het indertijd wel degelijk minder leuk en zij weet dat ik dat weet. Een kritische noot voor hem die begrijpt.

Maar dan nu een heel andere categorie: de beroepsschakers. Ook die nemen afscheid, deze ZZP-ers avant la lettre. Afscheid van de schaakarena wel te verstaan. Botwinnik deed dat in de beroemde (nou ja) LSG-vierkamp die hij in 1970 speelde met Spasski, Larsen en Donner. Ook Kasparov kondigde zijn vertrek aan. Te onzent deed Karel van der Weide dat zelfs bepaald uitgebreid. Dit zijn de enigen van wie ik me op dit moment kan herinneren dat zij min of meer “officieel” afscheid hebben genomen. Het is in de schaakwereld zeker niet de gebruikelijke manier. Schakers lijken als regel gewoon uitgefaseerd te worden. Hé, ik heb al heel lang niets meer gehoord van puntje, puntje, puntje.
U kunt naar believen een schaker invullen van wie u al een paar jaren niets meer hebt vernomen. Voor hen geen lovende toespraken, geen mooie woorden, geen mooie fles wijn namens de FIDE. Zij verdwijnen zonder uitgezwaaid te worden in de mist der tijden. Toegegeven, enkelen willen sporadisch nog wel eens ergens achter een bord gesignaleerd worden, maar in de grote arena’s zijn zij niet meer te vinden. Zij zijn levende doden, in stilte afgedankt door de wrede Caȉssa.

Scroll naar boven