Alexei Stepanowitsj Suetin
Alexei Stepanowitsj Suetin door Manuel Nepveu
Ik kijk niet met de regelmaat van een klok in mijn elektronische postvakje. Maar op die zondagavond in september toevallig wel. Hans Meijer had kort en bondig een berichtje gestuurd. Twee regels in essentie: "Alexei Suetin (1926-2001) Eindelijk weg uit Moskou."
De laatste regel kunt U alleen begrijpen als U ons huisblad goed leest. In jaargang 48-1 stond een stuk van Frits Hoorweg, "Leider in Moskau". Tijdens het toernooi in Dresden, 1999, was Suetin van de partij geweest en hij stond boeken te verkopen. De titel van Hoorwegs stuk was Suetins antwoord op de vraag waar hij woonde. In datzelfde nummer van ons blad stond ook nog iets anders over hem: "…Als je op de trappen zat kon je een forse man op sandalen verbeten aan een sigaret zien trekken. Zijn witte haar zat jongensachtig op zijn verweerde, karakteristieke kop. Toch was hij al duidelijk een pensioengerechtigde. Als hij Duits sprak hoorde je dat hij waarschijnlijk uit Rusland afkomstig was. Een van de acht deed hij aan diens schoonvader denken. Dat was het jaar daarvoor ook al zo geweest…". Inderdaad, het jaar daarvoor was Suetin ook bij het "Dresdner Open". En in Velden had de ik hem ook reeds gezien: hij drong voor bij de inschrijving.
In mijn stukjes over "Russische Geheimen" is de lezer Suetin al vaker tegengekomen. Hij behoorde in de zestiger jaren tot de subtop die nog wel zo goed was om mee te mogen doen aan het zware Kampioenschap der USSR. Uiteindelijk werd hij de trainer van Petrosjan en in die hoedanigheid kreeg hij ooit een beroemd geworden oorvijg van diens echtgenote. Dat moet een pittig wijfie geweest zijn…
Suetin benadrukte de noodzaak tot het bereid zijn risico’s te nemen. Zonder die eigenschap kon je volgens de grootmeester geen toernooien winnen.
"…Ik herinner me de finale van het eenentwintigste Kampioenschap van de USSR in Kiev, 1954. In de partij met meester Borissenko, een van de beste theoretici van die tijd, moest ik absoluut op winst spelen. Het openingsrepertoire van mijn tegenstander was dermate betrouwbaar dat ik besloot de theoretische paden al na de eerste zetten te verlaten. En ik moet toegeven dat ik aanvankelijk teleurgesteld was. Mijn tegenstander begreep de finesses uitstekend en kreeg met zwart zelfs het beste spel. Zij het dan, dat hij teveel bedenktijd verbruikte …"
Suetin-Borissenko, Kiev 1954
1 d4, Pf6 2 Pf3, g6 3 Pc3?!, d5 4 Lf4, Lg7 5 e3, Lf5 6 Le2, c6 7 Pe5, Pfd7 8 g4, Le6
9 Pd3, c5! 10 0-0, 0-0 11 Pb5, Pa6 12 Lg3, Pf6! 13 Pf4, Ld7 14 Pc3, cd4x 15 ed4x, Pc7
16 Lf3, Lc6 17 Te1, b6 18 Pd3, Lb7 19 Le5, Pe6! 20 Lg2, Tc8 21 De2, Pe4(?)
De uitroeptekens en vraagtekens heb ik letterlijk van Suetin uit zijn boek "De klim naar het schaakmeesterschap" overgenomen. De zwartspeler heeft het tot nu toe keurig gedaan volgens de grootmeester, maar hij laat zich nu tot minder gelukkige handelingen verleiden. Met 21…, Tc4 had hij, alweer volgens Suetin, de betere kansen gehad.
22 Pe4x, de4x 23 Le4x, Le4x 24 De4x, Pd4x?
"Maar dit is een serieuze fout. Kennelijk had mijn tegenstander hierop vertrouwd bij zijn eenentwintigste zet. Noodzakelijk was 24…, Tc2x of eerst 24…, Le5x 25 de5x, Tc2x met gelijkspel."
25 Lg7x, Kg7x 26 Tad1!, Pc6 27 Pc5, De8 28 Pd7!, Th8 29 b4!, b5 30 a4, a6 31 c4!, ba4x
32 b5, ab5x 33 cb5x, Pb8 34 Dd4+!, f6 35 Pf6x, ef6x 36 Te8x, The8x 37 Da4x, Te7
38 Td6, Tc5 39 Dd4, T5e5 40 Td8, Tb5x 41 Dd6 en Zwart gaf op.
"Dus, soms kan het geen kwaad ‘de zinnen te verzetten’ en, hoewel riskant, iets totaal onverwachts te spelen…."
Alexei Stepanowitsj Suetin (26/11/1926 – 10/9/2001).
