Astrid

Naar ik meen was het rond 1983 dat zij haar opwachting maakte bij de partijen van Promotie, die toen nog werden gespeeld in het Wijkcentrum De Leyens. Ze bracht de drankjes rond die wij bestelden. Astrid was haar naam. Astrid was jong, blond met blauw-grijze ogen en een redelijke hoeveelheid make-up. Ze was gewoon mooi, met een prachtig figuurtje.

Meestal droeg ze een lichtblauwe spijkerbroek en een beige jasje. Deze spijkerbroek was naar mijn mening het meest gelukkige kledingstuk in de wijde wereld, want hij had het onmetelijke genoegen zich ultrastrak rond haar ronde achterste te mogen spannen, met name wanneer Astrid zich voorover boog om de drankjes bij de Promotianen neer te zetten of om de lege glazen op te pakken. En ach…moet ik nog vermelden dat in deze periode mijn hormoontjes zich inspanden om mij van de fase “jongen” naar die van “jongeman” te verheffen?

(U denkt “wat is Manuel weer op dreef”, maar de auteur van dit stukje is toch echt iemand anders, kijk maar naar de kop van het artikel…)

Wellicht heeft U de vraag of het verhaal hier eindigt. Nee, beste lezer, dit verhaal krijgt een heuse apotheose.

Astrid woonde in de buurt van de toenmalige Sprinterhalte Leidsewallen, tegenwoordig de halte voor de Randstadrail.  Ook ik woonde daar in de buurt. Het kwam regelmatig voor dat we op de dinsdag rond half acht des avonds tegelijkertijd instapten en bij de halte De Leyens uitstapten en naar het wijkcentrum liepen.. Ook kwam het voor dat we aan het eind van de avond, zo rond kwart voor twaalf, tegelijkertijd bij de halte De Leyens opstapten en bij Leidsewallen uitstapten. Astrid liep dan vanaf het station de ene kant op en ik de andere kant. Bij deze gelegenheden wisselden we soms kort een “hoi, goeienavond” uit. Ik wilde me niet opdringen, en zij leek weinig belangstelling voor mij te hebben (vreemd genoeg…). 

Maar…op een avond toen we rond middernacht samen uitstapten bij station Leidsewallen sprak ze me aan en vroeg of ik met haar mee wilde lopen naar haar huis, ze vond het een beetje eng in het donker.

Vuurwerk ontplofte in mijn hoofd, violen gingen fortissimo te keer, en ik voelde me een echte kerel. “Beetje eng in het donker…”, ja ja. Laat me niet lachen. Deze stoere meid liep dat laatste stukje wel 40 keer per jaar. Nee, eindelijk wist ze mij op waarde te schatten. ZE WILDE ME!! Ongetwijfeld waren haar ouders een weekje op vakantie, en eindelijk zag ze haar kans. Wauw, hoe lang had ze al net zo naar mij verlangd als ik naar haar? Had ik die engelachtige glimlach als ze een drankje neerzette of afrekende toch te conservatief geïnterpreteerd? Toch vreemd dat ze nooit echt belangstelling voor me had getoond, maar wellicht was ze alleen fysiek in me geïnteresseerd. Dat leek zonder meer een plausibele verklaring.

Natuurlijk was ik volgaarne bereid haar naar haar huis te begeleiden. We liepen naast elkaar, het zwoele geklik van haar hakjes echoode heen en weer tussen de huizen. Tja, nu zij de eerste aanzet had gegeven verwachtte ze ongetwijfeld dat ik verder het initiatief zou ontplooien. Nou meid, ik ga je niet teleurstellen!

Ze ging me natuurlijk binnenvragen en zou dan zeggen: “ik ga even naar boven iets gemakkelijks aantrekken, schenk jij voor ons een drankje in? Ik lust wel een wit wijntje. Neem maar plaats op de bank, ik ben zo terug!”

En dan zou ze naar beneden komen in een doorschijnend zwart kanten niemendalletje, dat een perfect contrast zou vormen met haar lichtgebronsde huid, ze zou ruiken naar jasmijntjes, haar blonde haar losgemaakt, en dan… en dan… we zouden elkaar met gekruiste armen het drankje laten drinken, en dan zou ik zogenaamd per ongeluk wat morsen dat langs haar hals naar beneden zou druipen, en u begrijpt wat ik daarna zou moeten doen…

Hoe zou ik haar eigenlijk moeten behandelen tijdens ons intieme samenzijn? Ze leek me wel een type dat van ruig houdt, maar ik kende haar niet goed genoeg om dat zeker te weten. Enfin..mijn Don Juan instinct zou me ongetwijfeld probleemloos over de smalle bergpaadjes leiden die ik tijdens onze amoureuze handelingen zou moeten bewandelen. O, o wat een onzegbare heerlijkheid zou zich deze nacht voor ons beiden ontvouwen…ze zou geen seconde spijt krijgen dat ze het initiatief hiertoe had genomen.

Ik kon niet meer wachten, waren we er al bijna? Ja, haar tred vertraagde en even later stopte ze. Yes, tonight’s the night! The night you’ve always been waiting for! Guus Meeuwis zou later ongetwijfeld een liedje maken over deze nacht… “We zijn er, bedankt hoor!” hoorde ik haar zeggen. “Tot volgende week!” voegde ze er nog aan toe.

HET WAS ALSOF ER IJSKOUD WATER OVER ME HEEN WERD GEGOTEN…

De violen krasten een afgrijselijk vals deuntje en hielden er toen mee op. Overal om mij heen was duisternis, kou en eenzaamheid…

Een deel van mij  kon nog tegen haar zeggen: “graag gedaan, welterusten en tot volgende week!”. Zonder haar aan te kijken draaide ik me om, en liep terug naar het station. Vandaar was het nog vijf minuten lopen naar mijn huis. O, o, o, hoe had ik kunnen denken dat…Had ik echt verwacht dat zij en ik….Hoe haalde ik het in mijn hoofd om te denken dat ze ooit ook maar zou overwegen om met mij…

Jaren later toen ik mijn rijbewijs en een autootje had, en zij niets aan appetijtelijkheid had ingeboet, vroeg ik of ik haar thuis kon afzetten. Met een zeer vriendelijke glimlach liet ze me weten dat ze al iemand had, en dat ze mijn aanbod af moest wijzen.

Inmiddels zijn vele jaren verstreken. Hoe zou het nu met haar zijn? Als u het weet hoor ik het graag…

Scroll naar boven