Bedevaart

In de herfstvakantie organiseerde het Bisdom Groningen een Lourdes bedevaart. En hoewel ik een grote voorkeur heb voor reizen met de trein, hebben wij ons toch opgegeven voor de busreis. De T.G.V. zou ons snel en comfortabel naar de Pyreneeën brengen, doch de plussen van de busreis wilden wij niet missen. De tussenstops in Lisieux op de heenreis en Nevers op de terugreis. Om de schrijnen met daarin de gebalsemde lichamen van de heilige Thérèse en heilige Bernadette te bezoeken. En verder het ervaren van de uitgestrektheid van Frankrijk. Frankrijk was voor ons nooit meer geweest dan een springplank naar Dover. London-Parijs, het staat bij ons 20-0. En natuurlijk last but not least het opbouwen van een band met de andere pelgrims. Bedevaarten worden heel zorgvuldig georganiseerd. Er gaat in elke bus een pastor mee (in ons geval zelfs een vicaris), er is een busleider van de VNB (Vereniging Nederlandse bedevaarten) en ook nog een begeleidster van uit het bisdom. En dat is echt nodig want ieder die zelfstandig de bus kan betreden, kan met deze groep mee. Rolstoel-gebonden personen die daar niet toe in staat zijn, kunnen zich opgeven voor een speciale touringcar die voorzien is van een uitklapbare lift. In de ‘gewone’ bus gaan dus ook mensen mee die ernstig ziek zijn en omdat de gemiddelde leeftijd van de pelgrims hoog ligt, is er dus alle reden om extra begeleiding in te zetten. Voor de pastor is het geen vakantie: hij neemt deel aan alle vieringen van het Nederlandse contingent, in wisselende rollen. Als hoofdcelebrant, als schriftlezer en als kanselredenaar. Hij loopt mee in de processies en de kruiswegen. Hij verzorgt de gebeden voor en na de maaltijden en gaat voor bij het rozenkrans bidden. Dat laatste werd alleen in de bus gedaan, laat in de middag, telkens rondom één van de vier ‘geheimen’ van de rozenkrans. Het heerlijke van zo’n volledig verzorgde reis is dat men zich kan overgeven. Niets moet, alles mag was het motto. En in combinatie met het prachtige weer voelden wij een zekere lichtvoetigheid; een vorm van ontspanning die je thuis niet kent, niet kán kennen omdat er altijd wel ergens werk ligt te wachten. Het enige waar goed opgelet moest worden was de tijd. Want het programma was vol en nauwkeurig ingepland. Elk dagdeel kende een invulling. Om het hooggelegen chateau/fort te bezoeken (de enige kans om kennis te nemen van de lokale cultuur) hebben wij een viering moeten te laten schieten. Daarvoor kozen wij de internationale viering in de Pius X kerk (capaciteit: 30.000 personen!. Een goede keus naar later bleek, want de dienst wordt in alle talen van de deelnemers gehouden hetgeen onvermijdelijk tot langdradigheid leidt. Dat kan geenszins gezegd worden van alle andere vieringen. Nimmer werd het einde van een dienst als bevrijding gevoeld. Elke viering stond apart, maar vormde ook een deel van de schakel. Voor mij kreeg de Boeteviering plotseling een extra dimensie. De boeteviering is een dienst met een open einde. Er wordt niet afgesloten met een zegenwens. De afsluiting geschiedt individueel door middel van biecht en absolutie. Waarvoor men wordt uitgenodigd; het hoeft niet. In de preek waarin de priester uitleg gaf over het wezen van de boeteviering gebruikte hij de beeldspraak dat als men deze viering niet individueel doorzet, God schaakmat wordt gezet. En dat is een interessante wending. Want schaakmat impliceert winst voor de mat-gever. De keuze van “pat zetten”, zou hier voor de hand liggen: God kan niets voor je doen, als je dat niet wilt. Hij staat pat, maar jij ook. Het is ook mogelijk dat de predikant wel bewust het mat-geven heeft gebruikt. Dat hij bedoelde te zeggen: ‘deze partij win jij dan wel, maar wat win je er mee? God zal er altijd voor je zijn, maar dan moet je wel blijven spelen en het eindspel in handen van God leggen. Voormalig wereldkampioen, wijlen Robert Fischer, durfde de stelling aan dat hij goede kans had met wit God op remise te houden. Maar voor ons gewone stervelingen zit dat er niet in en dan hebben we het nog niet eens over de partijen met zwart.

Scroll naar boven