Beleggen

Ik ben gepensioneerd. Dat betekent dat ik naast een AOW uitkering, ook een pensioen heb. Als gepensioneerde ben je tegenwoordig wild waarop de regering jaagt. En daarvoor hoeft niet eens een ecologisch verantwoord afschot-beleid gemaakt te worden, want er komen steeds nieuwe gepensioneerden bij. De kudde blijft dus voorlopig op grootte. Omdat wij een beschaafd land zijn schieten wij niet met kogels maar met financiële wapens. Gepensioneerden zijn weerloos wild omdat zij zich niet politiek georganiseerd hebben. Er zijn genoeg belangenverenigingen (ANBO, KBO, PCBO) maar omdat ouderen aan hun eigen politieke engagement vasthouden verliezen zij het in eigen politieke kring.

Alle toonaangevende partijen zetten gretig hun tanden in het vlees van de gepensioneerden. Daar zit geld wat er zonder noemenswaardige tegenstand weggehaald kan worden. Werkenden kunnen staken en de rijken kunnen gemakkelijk wegtrekken. Dat is lastig, dus dat vermijdt de regering het liefst.  Ook willen de landelijke politici graag tot de echte rijken behoren en zullen dus niet bij voorbaat in eigen vlees snijden.

Welke uitkleed-acties ondervinden de gepensioneerden zo al? Bevriezing van pensioen over vele jaren (dat kan wel oplopen tot 15 jaar), verhoging van het eigen risico in de zorg (dat geldt voor iedereen, doch ouderen zitten veelal op het maximum, verlaging van heffingskortingen, betalen voor zorgverlening die anderen (mensen zonder pensioen) gratis krijgen. In het vat zit al een tijdje het AOW-premie betalen over de ouderdomsuitkering. Dat zwaard is nog niet gevallen, maar het hangt ons nog wel boven het hoofd.

De immer stijgende lokale lasten (de lokale overheid weet ook de tering niet naar de nering te zetten) treft iedereen, doch werkenden krijgen, als het goed is, wel inflatie-corrigerende salarisverhogingen.

Waar kan je met je boosheid naar toe, straks in maart als wij weer ter stembus gaan? Ik zou graag zien dat enkele betrouwbare politici van naam naar de Ouderenpartij overstapten. Dan pas kunnen wij ons met kracht verenigen.

Vlak voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd kreeg ik een brochure in de bus van het ABP, genaamd “Wat u zeker weten moet (over uw pensioen)” met als tweede titel “uw vermogen om te leven”. Een opgewekt boekwerkje gelardeerd met leuke plaatjes. Op een van die foto’s is een gesoigneerde heer op gezegende leeftijd te zien in oranje trui wijzend met zijn linkerhand naar het veld a4. Onderwijl zijn, ook grijze, een paarse trui dragende, opponent zeer vriendelijke aankijkend. De brochure bevat nog twee fraaie foto’s, een vrouw die tulpen verkoopt en een man die schrijft in een dik cahier op A4 formaat.

Brochures moeten bijna dwangmatig voorzien worden van leuke plaatjes. Daar wen ik niet aan, maar ergeren doet het mij gelukkig niet. Het schaakspel wordt relatief veel gebruikt bij reclameuitingen. Ik verbaas mij telkens weer (en dat komt regelmatig terug in een van mijn columns) over het gebrek aan schaak-kennis van de fotograaf, de figuranten en de opdrachtgever.

De ABP stelling is als volgt:

wit: Kg1, Dd1, Ta1, Th1, Lh4, Pg5, a2, b2, d2,g3,h2

zwart: Kb8, Dd4, Tc8, Th8, Lf5, Lf8, Pg8, a7, b7, b6, d5, e7,g7, h7

Van deze stelling lijkt mij niets te maken. Zwart aan zet zal dames ruilen en met Ph6 een pionnetje over houden.

Als onderschrift zou ik dit willen voorstellen:

“Onze inmiddels gepensioneerde beleggingsadviseurs tijdens een gezellig partijtje schaak. Wij zijn er niet zeker van dat zij meer verstand van beleggen hadden dan van schaken”. 

Scroll naar boven