Belevenissen van een “jonge” schaker

Belevenissen van een "jonge" schaker

Pieter

Hijma

 

 

Als je op de 62ste op eigen beslissing (wat een luxe) met vervroegd pensioen gaat, sta je voor de indringende vraag op welke wijze je (naast het genot van vrouw, kinderen en kleinkinderen) nog zin aan het bestaan kan geven. Dan kom je bijna vanzelfsprekend uit bij het schaken. Andere opties zoals het verzamelen van kopspijkers, borduren en voettochten door de woestijnen van deze wereld vielen al vrij snel af. Daar komt bij dat ik 36 jaar dezelfde werkgever heb gehad en ook zo lang in hetzelfde gebouw heb vertoefd. Het was weliswaar een loopbaan met veel ontwikkeling en variatie, maar je hebt wel heel lang dezelfde mensen om je heen. Tijd om tussen een nieuw volkje te verkeren en dat lukt goed (dacht ik gevoelsmatig)  bij een schaakvolkje.

 

Als dat  besluit genomen is, is er natuurlijk onzekerheid over de vraag of dat laatste waar is en welk volkje (Promotie of Botwinnik) het “beste” is. Verder kende ik mijn eigen schaakniveau niet. Ik was een zogenoemde thuisschaker. Vroeger wel veel aan Fries dammen gedaan. Wat het verschil met “normaal” dammen is leg ik (zo gewenst) uit aan de bar. Om de belangwekkende keuze tussen Promotie en Botwinnik te maken nam ik mij in juli 2009 voor beide clubs op schaakavonden te bezoeken om zodoende informatie te krijgen en de sfeer te proeven. Te beginnen bij Promotie werd ik op een “zomeravond” prima opgevangen door Rob de Vries. Hij nodigde mij vervolgens uit voor de zomeravond-competitie  met een partij tegen hemzelf. Tot mijn en zijn verrassing won ik; hetgeen als beginnersgeluk kan worden bestempeld. Niet de winst, maar wel de goede ontvangst en het goede gevoel op deze avond deed mij besluiten gelijk lid te worden. Geen Botwinnik-onderzoek dus; ik weet niet wat ik mis , maar wel dat ik geen seconde spijt heb gehad.

 

Ik ben lid geworden van een club waarbinnen een prima sfeer heerst en de zaken uitstekend worden georganiseerd. Vrijwel alles verloopt vlekkeloos; een prima website en een zeer leesbaar clubblad met veel informatie en interessante artikelen. Ik heb heel wat aardige mensen ontmoet en de externe competitie ervaar ik als een feest. Net zo als overal kom je alle soorten mensen tegen. Ik ben er (nog) niet achter welke gedragseigenschap schakers gemeen hebben. Achter het bord ziet het er in elk geval verschillend uit. Sommigen zitten er als een blok graniet bij (zoals de jonge heer Van Staden), anderen zijn beweeglijk (zoals Frans Martens). Ik behoor tot de laatste categorie, hetgeen tevens mijn probleem is, omdat door concentratieverlies nogal eens een partij (zelfs bij gewonnen stand) de mist in gaat. Ik vergal mijn eigen schaakplezier zo nu en dan door ongeduld en nervositeit.

In het begin verloor ik bijna alles, maar door de goede adviezen van Willem Broekman en John Tan heb ik het strategische (i.p.v. alleen tactisch) schaken leren kennen en probeer dat nu met vallen en opstaan toe te passen. Regelmatig hoor ik (na verlies) dat ik sterk geschaakt heb (of is dit de standaardkreet van winnende schakers?) en er is nog hoop.

 

Mijn ambitie (ik ben nog te jong om zonder ambitie te kunnen) is om één keer naar groep 1 te promoveren. Mijn vader werd op zijn 69ste (na 60 jaar dammen) voor het eerst kampioen Fries dammen (en dus wereldkampioen). Ik heb nog zes jaar.

Hieronder nog een onlangs op de club gespeelde partij, die ik zelf (op mijn niveau) wel “aardig” vond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Ik (wit) sloeg het paard op g6 en hoopte op Lxc1, hetgeen geschiedde.

Dan gaat het dus fout voor zwart: Pxe7+ Kf8, Lxc1 Tb1 (Kxe7 kan

niet wegens de paardvork op c6), Lg5 en wit wint.

 

 

 

 

 

Scroll naar boven