Benasque 2005
Benasque 2005 Manuel Nepveu
Wie komt er nu in vredesnaam op het idee om een internationaal schaaktoernooi te houden in Benasque? Dat is een goede vraag. Het antwoord ligt echter voor de hand wanneer je het plaatsje bezocht hebt. Hard lopen en je bent in vijf minuten het dorp door. In die tijd kom je maximaal vijfhonderd inteeltkoppen tegen, de originele bevolking van Benasque. Het plaatsje heeft een tabakszaak (drie sterren, ze hebben er wilde havana’s), een SPAR en een stuk of wat pinautomaten, maar dat is het dan.
In de wintermaanden wordt er in de buurt geskied en dan is er veel volk over de Benasquaanse vloer, maar in de zomermaanden? De Benasquenezen moeten voor hun geestelijk welzijn werkelijk een verzetje organiseren in de warme zomermaanden. Ja, het is hard nodig om iets te organiseren waarmee je vers bloed van buiten kunt aantrekken… zal ik maar zeggen. En dat is een schaaktoernooi geworden. Ze doen dat al een kwart eeuw. Hoe komen ze erbij!
In de buurt van Benasque, op een berg, ligt het plaatsje Cerler. Daar stond het familiehotel waar wij, Benasque-gangers, verbleven. Om vanuit Benasque in Cerler te komen moest de auto flink zijn best doen. Gerhard reed soeverein en haalde maar zelden de vijftig per uur, maar Bannink werd met elke bocht witter en omdat hij pal achter mij zat, was ik blij dat ik flink wat overhemden van huis had meegenomen.
Horden Belgen vermaakten zichzelf en hun kinderen in het familiehotel. Ik vroeg me meer dan eens af hoe die kinderen toch ooit geproduceerd waren. Een Belgische viel me op omdat ze aan de eettafel naast de onze Frans sprak met haar echtgenoot(?) en Vlaams met het bijbehorende kind(?). Ik raakte in gesprek en moest onverhoeds van haar horen dat ik kennelijk met drie zoons op stap was. Alle betrokkenen waren diep ongelukkig.
Zoetermeer verhoudt zich tot Den Haag als Cerler tot Benasque. Maar het kan nog pittiger. Op nog geen twee kilometer van Benasque ligt Anciles. Een bordje op het dorpsplein, een zandvlakte van tweehonderd vierkante meter, vermeldt trots dat hier in 1988 tweeëntwintig volledige mensen woonden. Die tweeëntwintig volledige mensen hebben zich uit verveling gemultipliceerd en nu wonen er zesenzeventig volledige mensen. Voor evolutiebiologen moet dit een paradijs zijn.
Edoch, Anciles heeft een hoogtepunt. Dat is de kerk. Natuurlijk, elk gat in Spanje heeft een kerk. Op het hofje voor de kerk, het zogenaamde kerkhof, liggen een aantal stenen met daaronder (naar ik vermoed) lieden die Anciles klein hebben gehouden. Een persoon ligt daar die er in 1839 begraven is. Heus waar. Mijn gemoed schoot vol toen ik dit mocht aanschouwen. De goede man of vrouw heeft de afschaffing van de Inquisitie nog meegemaakt en vermoedelijk meewarig het hoofd geschud over zoveel libertinisme. En melancholie overmande mij, terwijl ik tussen de koeienvlaaien door de twee meter brede allee, de hoofdweg van Anciles, weer trachtte te bereiken.
Voordat Bernard, Gerhard, Henk en ik de reis naar Benasque maakten waren wij nog even uitgebreid geïnstrueerd door onze Hansje. Vooral de wijnkaart werd onder onze welwillende aandacht gebracht. En we moesten zeker een bezoek brengen aan de “Vlakten van het Hospitaal”, een redelijk grote zompige vlakte, die tegen de Pyreneeën aangeplakt lijkt te zijn. Vreemd genoeg repte hij niet over de stuwmeren in de buurt, de liefelijke watervalletjes en het indrukwekkende uitzicht op de kreukelzone tussen Frankrijk en het Iberische schiereiland. Hansje blijkt zijn informatie te hebben gehad van een Spaanse. En die vindt een zompige vlakte natuurlijk heel bijzonder. Wij niet.
“Wie hoor ik denken dat Europa niet bestaat?” schreef Hansje ostentatief triomfantelijk in zijn mailtje aan de Benasque-gangers. Inderdaad, in Spanje ben ik aan het twijfelen geslagen.
Aan het toernooi namen veel Spanjaarden deel en lieden uit andere Spaanssprekende gebieden, maar ook grote aantallen uitheemsen: Finnen, Polen, Engelsen, Russen, Oekraïners, Tsjechen, Slowaken, Georgiërs, Fransen, Roemenen, Duitsers, Grieken, lieden uit India en Nederlanders. En misschien ben ik nog enkele ►
nationaliteiten vergeten. Maar de organisatoren deden alles, alles in het Spaans. Zelfs toen er een minuut stilte werd gehouden in verband met de bekende trieste gebeurtenis in Londen werd geen enkele zin in het Engels gesproken. In de tien ronden speelde ik met even zo vele Spanjaarden. Een van hen sprak rudimentair Frans (dat wil zeggen, nog beroerder dan ik) en eentje kon met het Engels marginaal uit de voeten. De rest sprak Spaans, alleen maar Spaans. Neen, Hansje, Europa is een mentale constructie. Europa bestaat niet. Wat zeg ik, de Wereld bestaat niet!
Het cachet van een toernooi wordt bepaald door de grote mijnheren en mevrouwen die eraan meedoen. Ik vraag me af of mijn reisgenoten hebben opgekeken van namen als Bojan Kurajica en Vlastimil Jansa, of dat hun wereld voornamelijk bevolkt wordt door Boermakinnen. Voor mij was het toch wel leuk om deze klinkende namen van weleer nu eens aan een gezicht gekoppeld te zien. Ook was daar Heikki Westerinen, die in Timmans boeken figureert. Een grootmeester die onder de 2400 was gedoken, die zijn nagels niet verzorgde, die de indruk maakte regelmatig slag te leveren met een vierkante fles.
In een neventoernooi waren de winnaars van weleer uitgenodigd tot de strijd. Psachis, Marin, Suba, Delchev, Rivas Pastor, Korneev en nog een paar.
Het hoofdtoernooi. Henk is de schuld. Dat staat vast. Schuld waaraan? Weten we nog niet, doet er niet toe. Het is zijn schuld.
Hoewel we er wel aan gewend zijn dat Henk altijd ietwat bezorgd is om zijn gezondheid, bleek zijn gezondheid nu zelfs echt invloed te hebben op het toernooi. Een keelontsteking stak de kop op en op de dag dat dit een bezoek aan een uitsluitend Spaans sprekende kwak noodzakelijk maakte, bleek Henk ingedeeld te zijn tegen Bernard. Die had in het verleden in drie internationale wedstrijdpartijen geen enkel ratingpunt aan Henk verdiend. Hij hoopte vurig op verandering in deze vervelende situatie, maar Henk had een dijk van een reden om niet tegen hem te gaan spelen. En speelde inderdaad niet. De onhandige opmerking dat hij misschien nog wel even naar de toernooizaal was gegaan om tegen een knuppeltje een remise te scoren, veroorzaakte enige wrevel. Ik observeerde in stilte en genoot.
Ook in de laatste ronde was Henk niet tot spelen in staat. Uit de acht partijen die Henk dan wel speelde haalde hij vijf punten. Op Henkse wijze, U weet wel. Dat hij zich in ronde negen, nauwelijks hersteld van de ziekte van de vorige dag, vijf uur zat af te beulen om een Spaans jochie per se over de rand te duwen, wekte alom verwondering, wellicht zelfs enige irritatie.
Bernard speelde een verrassend toernooi. We zijn gewend dat hij in zomertoernooien meesters en grootmeesters op remise houdt of zelfs verslaat. Nu zat er flink wat zand in het raderwerk. Misschien ook dacht hij dat hij als Fide-meester absoluut van iedere knuppel moest winnen. Daar leek het in ieder geval wel op en hij overspeelde daarbij enkele malen zijn hand. Bernard is nu toch wel weer honderd punten verwijderd van een IM-rating en dat was anders toen dit toernooi begon. Hij zal dit toernooi dan ook wel snel willen vergeten. Leerzaam was voor hem misschien alleen hoe hij in zijn lijfvariant werd opgebracht door grootmeester Hracek uit Tsjechië. Negentien zetten. Wat zou de Tsjech gedacht hebben?
Toch bleef Bernard tijdens het hele toernooi zichzelf en viel hij niet ten prooi aan intense neerslachtigheid of krachtige uitbarstingen van zelfhaat. Alleen becommentarieerde hij zijn verliespartijen bij de gemeenschappelijke analyse met aanzienlijk grotere snelheid dan zijn winstpartijen. Ja, ik heb het wel gemerkt…
Gerhard heeft in elk geval twee zeer acceptabele partijen gespeeld, een Spanjaard en een Konings-Indiër (?). Wij verwachten die in het clubblad. Bernard zat wel wat te mekkeren over een kwaliteitsoffer dat geheel onnodig was geweest, maar Gerhard had ook met dit onnodige offer toch maar fris van de lever gewonnen. Helaas, af en toe sloeg er tijdens een partij een stop bij hem door en brandden huis en haard finaal af. Soms brandde alleen de haard af en bleef het huis nog juist overeind staan. Zelfreflectie is nodig. En tucht natuurlijk.
Maar ook Gerhard bleef onder de tegenslagen de gelijkmatige figuur die hij altijd is. Lachend vertelde hij over zijn zonden. Hoe bestaat het!
In de allerlaatste ronde stond Eggink bij mijn bord hoogst geïnteresseerd te kijken precies toen mijn te laat aan het bord verschenen tegenstander na 1 e4, e6 2 d4, d5 de eerste belangrijke beslissing moest nemen. Ik zag Gerhard inwendig brullen: slaan die pion! Mijn tegenstander echter, een overjarige hippie met een depressief uiterlijk, had geen telepathische vaardigheden en speelde monter (nou ja, met een depressieve kop valt dat ook wat tegen) een Caballus naar c3. Ik glunderde. Gerhard had hierover zo de ziekte in dat hij terugging naar zijn bord en de boel direct versjteerde.
Neen, Gerhard heeft mij niet dwars kunnen zitten. Of het moest zijn dat hij voor de autoritten precies één acceptabele CD had meegenomen, die hij zacht begon te zetten op het moment dat de muziek ontroerend agressief begon te worden… daar heb ik natuurlijk wel een weinig onder geleden.
O ja, nu we het toch over muziek hebben. Ook Bernard gaf de voorkeur aan de House of the Risin’ Sun, omdat daarin wordt gewaarschuwd voor de zonde. De zonde van de foute zet, die leidt tot weeklag en berouw. Gek genoeg had ikzelf die link nooit gelegd. Voor mij is het alleen maar opmonterende herrie, de adrenalinestoot voor het Grote Grijpen.
Ikzelf won tegen vrijwel alles en iedereen die nominaal zwakker was en tegenstanders van 2156 en hoger hadden aan mij uiteindelijk een smakelijke hap. Net als vorig jaar waren het de fijne kleine details die mij weer de das om deden (“Shit, hij heeft er nog een” in een stelling die ik als gewonnen beschouwde en die vervolgens rap kantelde). Bovendien heb ik niet de neiging om er opzettelijk een puinhoop van te maken, noch in normale, noch in uitzonderlijke omstandigheden, zoals sommige anderen. Van de tien notatiebiljetten zijn er ter plekke zes doorgetrokken. Vier heb ik meegenomen om door Fritz aan de tand gevoeld te worden, twee winstpartijen en twee verliespartijen. Deze martelsessies hebben inmiddels plaatsgevonden en uiteindelijk heb ik mijn winstpartijen tot de dood door verdrinking in het riool veroordeeld. Slechts de twee verliespartijen zijn nu door mij waardig gekeurd om bewaard te blijven.
Gewonnen heb ik slechts van geestelijk minvermogenden, een broertje van Franco, iemand wiens ogen heel dicht bij elkaar stonden, een depressieve hippie. Het is maar goed dat mijn reisgenoten mij zo goed hebben opgevangen. Volgend jaar ga ik vast weer mee…
