Bestaat Promotie

Bestaat Promotie

Bestaat Promotie? Al vijftig jaar?

 

"Edgar!" schreeuwde mijn vrouw vanuit de woonkamer, het was mei 2002. "Iemand van schaakclub Promotie aan de lijn, iets over een jubileum of zo". "Ha ha ha", lachte ik vrolijk vanuit mijn warme stoel, "en in Siberië zijn vliegende schotels geland waar allemaal groene mannetjes uitkwamen, hè, malle meid". En ik dacht: "Promotie? Promotie? Dat is toch die club die niet bestaat, of althans waar al die rare dingen gebeuren?" Met moeite – ik word er ook niet jonger op – hees ik me op vanuit mijn luie stoel waarop ik met mijn neefje aan het schaken was. Dame f8 mat, prevelde ik nog, maar hij zag het niet. Ik liep naar de telefoon en nam de telefoon aan. Het was Dirk Brinkman van schaakvereniging Promotie – althans, dat zei hij. Promotie zou dit jaar 50 jaar bestaan en alle leden en oud-leden waren uitgenodigd. Nu ben ik oud-lid dus val ik daaronder, en of ik ook kwam. Nu word ik wel vaker lastig gevallen door allerlei ongewenste telefoontjes over encyclopedieën, enquètes en abonnementen op kranten, dus ik was wat achterdochtig. "Ik zal het opschrijven", zei ik, en ik hing op. Daar was ik ook weer vanaf.

Dat had ik gedacht! Begin september kreeg ik een brief thuis, nu van ene Van der Ploeg. Jaja, Promotie bestond 50 jaar en zou dat groots gaan vieren. Een toernooi en een feestavond. Het zou erg leuk worden en of ik maar vast geld wilde storten, onder andere voor het jubileumboek. Provocerend hoor, die titel: "We hebben geschaakt, dus we bestaan". En dat van een vereniging waarvan ik het bestaan ten zeerste betwijfel. En natuurlijk, eerst betalen en dan kom ik daar en dan sta ik voor een dichte deur met een heleboel andere gedupeerden. Mooi niet.

Maar eind september belde die Brinkman weer. Of ik nog kwam. In een vlaag van verstandverbijstering zei ik dan maar "okee", want ik had toch niets te doen in het weekend van 5 oktober, en ik was toch wel geïntrigeerd geraakt door al die interesse. Overal stonden aankondigingen, in het Streekblad, in Schaakmagazine (waarom moest dat trouwens zo gaan heten: wat is er mis met Schakend Nederland?), en ik kwam in het Stadshart wat mensen tegen die me vroegen of ik ook kwam. Okee, ik zou erheen gaan, maar dan zou ik wel zien of er iets was. Ik haat het om bij de neus genomen te worden, maar misschien dat er toch iets van waar was….

Op de dag zelf (5 oktober 2002) had ik wel goede zin. Eens even kijken of er echt iets was. Het toernooi begon om 10.00 uur, las ik uit de brief, in de Olympus. Maar daar is toch een ballenbad en doet mijn zoon aan gewichtheffen iedere dinsdag. Daar zullen ze toch niet zijn gaan schaken…. Maar ik ging erheen en ik was er op tijd. En een drukte! Veel schakers, ik zag een paar mensen die ik al lang niet gezien had. Bernard Bannink, Willem Broekman, Jan Blankespoor… Ik dook nog weg maar Henk Noordhoek had me al gezien en kwam met een grote grijns op me af. Ik heb hem kunnen afpoeieren, want ik had hem al snel door. Alsof hij ooit kampioen van Promotie zou zijn geweest… Bernard en Willem, spelen die nog, en nog steeds bij Promotie? Zo kom je er nooit natuurlijk. En nee hè, daar kwam ook Gerhard Eggink op me af. Mislukt jeugdtalent, dan maar wedstrijdleider geworden en allerlei duistere mensen kampioen laten worden. Mooie carrière hoor. Of ik ook meedeed? Ik moest me melden bij Eric Trommel. Was het dan echt waar? Een heus toernooi? Ik liet me maar weer verleiden.

Het toernooi werd geopend door de voorzitter. Hij heette ons welkom en gaf het sein voor het begin. Daarna kwam de indeling. Ik ging zitten in de verwachting dat iedereen zo zou gaan staan en mij zou gaan uitlachen. Maar dat gebeurde niet, al werd de indeling van de eerste ronde twee maal herzien. Maar we begonnen toen echt. We speelden een prettig toernooi zonder incidenten, al kwam die Eggink wel een paar maal dreigend bij mijn bord staan. Zo dreigend dat ik de neiging had om uit te halen. Anekdote! Symbolisch genoeg viel het licht uit op het moment dat Henk Noordhoek zijn tegenstander door de vlag joeg. Hoe treffend. Caïssa heeft niet gewild dat je zo wint. Bovenin speelden de voormalige jeugdtalenten Bernard en Eelco om de hoofdprijs. Blijkbaar zag het bestuur zo’n kampioen niet zitten en had het een Internationaal meester uitgenodigd om het toernooi te komen winnen, maar Bruno Carlier kon niet van ze winnen. Op de eindstand stond Bruno nog wel bovenaan, maar Bernard werd gehuldigd als kampioen. "Bestaat Promotie" ging er door mijn hoofd. Andere (rating)prijzen gingen naar de beste mannen Frans Martens en Hielke Kuipers, en een dame uit Rotterdam kreeg nog een prijs en een huisschaker, ik weet het allemaal ook niet precies. Zelf had ik iets van 3 of 31/2 punt, ik weet het niet precies. Kan ook wel 21/2 zijn geweest. Ik viel buiten de prijzen. Maar dat is geen nieuws.

"Dat was het dus", dacht ik. Iedereen rekende af bij de bar en ging weg. "Nou, was dat het nu?", dacht ik. "Wanneer komt nou die feestavond, of is dat ook alweer een geintje?". "Promotie bestaat niet echt", ging door mijn hoofd. Want een 50-jarig jubileum zonder feest… Voor de zekerheid stapte ik voorzichtig op de voorzitter af, dat leek me wel een betrouwbare man. Nee, de feestavond was niet hier, zei hij me, die was in het Denksportcentrum, in De Leyens. Of ik ook kwam? Ik stond perplex. Daar stond hij dan, die Ben Ahlers, mij zomaar te vertellen dat de feestavond ergens anders was. Ik kon het bijna niet geloven. Maar als hij het zei zou het wel zo zijn….

Ik reed naar De Leyens en inderdaad, daar was wat aan de gang. Allemaal mensen en warempel, er stond een demonstratiebord met een onmogelijke schaakstelling. "Bestaat Promotie", ging weer eens door me heen. Maar okee, ik kreeg een glas wijn in mijn handen geduwd en dat smaakte best. Daarna kwam opperspreekstalmeester

Eric Trommel en die nodigde ons uit voor het eten. Ik slaagde erin me in de rij te werken, ook al zag ik Max Toxopeus als eerste gaan en vreesde ik even dat er niets over zou blijven. Maar er was genoeg en het was nog lekker ook. "Nou blijf je zeker verder ook nog wel", zei de voorzitter. "Ik wacht even af", was mijn reactie. Misschien gaan ze zo wel oliebollenschaken, of doorgeefschaken, of weet ik veel wat voor soort schaken, nou dan ben ik weg! Ik nam een strategische positie in bij de deur.

Maar er werd helemaal niet raar geschaakt. Integendeel, er werd een lezing gehouden door Frans Cayaux. Dat was zeer leuk: hij vertelde eerst over zijn belevenissen bij Promotie, en ik werd daar weer eens bevestigd in mijn vermoeden. Promotie was ooit op de lokale TV van Zoetermeer geweest met een schaakrubriek, en met een partij tussen de vereniging en de bevolking van Zoetermeer. Tenminste, die moeten zetten inzenden. Nu was er nooit een inzending geweest (die Zoetermeerders hadden al vroeg door dat Promotie niet werkelijk bestond) waardoor hij de zetten van de bevolking zelf had verzonnen. "Zie je wel, Promotie bestaat niet", dacht ik. Of althans, er gebeuren zoveel rare dingen dat het eigenlijk allemaal niet kan. Een medestander, die Cayaux! Hij vertelde verder hoe hij het schaken in de oorlog had geleerd, op een theedoek van 12 bij 12 ruiten, met stukken van deeg met norit (zwarte stukken) of krijt (witte stukken). Hoe je de oorlog overleefde door goed te schaken. Hoe hij aan zijn verslaving was gekomen voor het offeren van de zware stukken: de tegenstander moest die dan opeten, en gezien de eigenschappen van de toevoegingen was de tegenstander dan snel zo ziek dat hij zich gewonnen moest geven (vandaar de term "opgeven"). Hoe herkenbaar. Zelf heb ik het schaken in de oorlog met kartonnen stukken (die zijn niet lekker) en op een theedoek van 7 bij 17 ruiten geleerd, en ik moet u zeggen: dat is niet makkelijk. Wat ik er wel van geleerd heb is mat zetten met paard en loper. Zeker als je de verkeerde loper hebt (op een 7×17 bord hebben alle hoeken dezelfde kleur) is dat behoorlijk moeilijk. Na afloop ging ik op hem af en bedankte hem hartelijk. Ik was ontroerd. Ik kreeg nog een wijntje in mijn handen geduwd.

Daarna kwam de voorzitter aan het woord, ditmaal in een zeer vertrouwenwekkend pak gestoken. Hij bood het eerste exemplaar van het jubileumboek aan, "We hebben geschaakt, dus we bestaan", een citaat uit een vroeg jaarverslag. Waarom wilde de vereniging toch iedere keer bewijzen dat ze WEL bestond? Wat zat daar achter? De ontvanger van het eerste exemplaar was de wethouder van sport, Fijen. Deze hield vervolgens een betoog over het dammen en het schaken, dat het zo’n mooi boek was en dat hij hoopte dat Promotie nog lang zou bestaan. Maar Promotie bestaat toch helemaal niet? Dacht ik. Hoe kan het dan nog langer bestaan? Enfin, zo’n man houdt ook iedere dag zo’n praatje, dat hoort nu eenmaal bij het vak. Ik was benieuwd wanneer er weer rare dingen zouden gebeuren. Je weet het immers maar nooit, met dat "Promotie".

Vervolgens kwam de voorzitter van de Haagse schaakbond aan het woord. Zou hij dan verklappen dat de vereniging helemaal niet bestond? Maar nee, hij was er trots op daar te staan, hij vond het een mooi boek, had alleen kritiek op de laatste regels en hoopte dat er binnenkort meer vrouwen zouden komen schaken. Vrouwen? Maar die kunnen toch helemaal niet schaken? Tenminste, dat heb ik ooit geleerd van Donner. Als eerbetoon aan Donner – als verenigingsnaam was ooit "Donner" voorgesteld – werden vrouwen toch stelselmatig geweerd bij Promotie? Wat stond de goede man nu dan te vertellen? Ik nam nog maar een wijntje en nam me voor snel naar huis te gaan, want er gebeurden al rare dingen en dat zou alleen nog maar gaan toenemen, vreesde ik.

Hierna werd het jubileumboek uitgereikt aan de aanwezigen. Netjes ingebonden, een net boek met een heleboel foto’s en "het leest als een roman". En inderdaad, het is goed leesbaar, met leuke stukjes, mooie foto’s, aardige anekdotes, duidelijke grafieken, lekkere teksten, interessante diagrammen en incorrecte problemen. Ik heb het inmiddels met veel plezier gelezen en het in mijn boekenkast opgenomen onder het kopje "fictie", naast mijn boeken over draken, buitenaardse wezens en het monster van Loch Ness. Want Promotie bestaat ook niet.

was hij dan toch wel. Ergens mag ik hem wel, hij heeft net zo’n hekel als ik aan snelschaken, oliebollenschaken, Manuel Nepveu was de volgende spreker. Ik had hem niet gezien bij het toernooi, gelukkig, maar op het feest doorgeefschaken en andere verkrachtingen van het edele spel, maar aan de andere kant vindt hij zichzelf ook weer zo verschrikkelijk goed dat het genant wordt, zonder dat vervolgens met concrete resultaten te ondersteunen. "Wij KNSB-spelers". Jaja. Ga eerst maar eens bij een echte vereniging spelen! Maar zijn verhaal was leuk. Over het waarom er geen echte anekdotes zijn rond het schaken. Waarom er nou nooit eens vechtpartij uitbreekt, of een echte ruzie. Waarom er nooit iemand opstaat om over het bord te urineren als de stelling hem te slecht is geworden. Ik had het hem zo kunnen vertellen. Bij echte verenigingen gebeurt dat namelijk wel. Ik ben zelf lid geweest van verenigingen waarover je iedere week een boek met anekdotes kon vullen. Bij Promotie natuurlijk niet. Die vereniging bestaat niet eens. Dus laat staan dat er anekdotes gebeuren.

Daarna vroeg de voorzitter weer het woord. Bij een jubileum, zei hij, hoort ook dat er leden worden geëerd. Leden met een bijzondere verdienste voor de vereniging. En dat er bij deze gelegenheid een drietal leden tot erelid werden benoemd. Als eerste noemde hij Harry Breuker. Harry! Ik had hem ’s middags al gezien op het toernooi, nog even met hem gepraat, maar op de feestavond zelf was hij er niet bij. Helaas, maar wel verdiend natuurlijk. Lang bestuurslid geweest, veel voor de vereniging gedaan. Vervolgens noemde hij Peter Briggeman. Peter! Voor hem gold hetzelfde. Zeer verdiend, de vereniging heeft veel aan hem te danken. Hij kreeg een mooi tinnen bord voor thuis aan de muur en kreeg een flink applaus. Maar wie zou nu die derde zijn?Als in een droom hoorde ik vervolgens "Gerhard Eggink". "REPEAT, PLEASE", bulderde ik, bijkans buiten zinnen, maar ik had het goed gehoord: "Eggink, Gerhardus", las de voorzitter nog eens voor. Het laatste dat ik mij herinner is dat ik langzaam van mijn stoel onder de tafel gleed. Toen ik weer bijkwam had men mij languit op het groene tafelkleed gelegd. Iemand probeerde mij een kussen onder het hoofd te duwen, terwijl iemand anders mij de handen met eau de cologne besprenkelde. "Telefoon", stamelde ik, "ik moet mijn vrouw bellen" ("muss meine Frau bellen"). Wat deden ze nou? Iemand die er al jaren voor zorgt dat de vereniging niet hogerop komt door de tegenstanders stelselmatig te bevoordelen, die mensen als Noordhoek kampioen laat worden, Oliebollenschaak bevordert, nare stukjes in het clubblad schrijft en leden wegjaagt ook nog eens erelid maken? Zie je wel dat Promotie niet bestaat? Die Ben Ahlers is een vertrouwenwekkende man, maar nu moet ik toch echt aan hem gaan twijfelen.

Terwijl ik lag bij te komen had Gerhard het woord genomen en hij vertelde dat er wel degelijk anekdotes waren bij Promotie. Over vallende stukken, van kleur veranderende lopers, verschillende klassen vervelende tegenstanders en zo. En dat de beginletters van de basisprincipes van het schaken samen het woord PROMOTIE opleveren: Plezier, Regels, Organisatie, Materiaal, Orde&rust, Tegenstanders, Iets te behalen en Eten&drinken. Jaja. Het leek wel alsof hij in zijn eentje wilde bewijzen dat Promotie WEL bestond. Nou, ik geloof er niet meer in. Een vereniging waar zoveel onwaarschijnlijke dingen gebeuren, dan wordt het bestaan van de hele vereniging ook onwaarschijnlijk. Zie je wel dat Promotie niet bestaat? Met die gedachte kan ik verder. De avond werd vervolgens besloten met nog wat te drinken en "gezellig napraten", zoals dat heet. En nadat ik in de beste Angelsaksische traditie de anderen waardig de hand had gedrukt, rende ik naar huis, waar ik mij brullend en krijsend op mijn bed wierp en de dekens hoog over mijn gezicht heen trok. Drie dagen en drie nachten werd ik bezocht door de Erinyen.

"Goedemorgen Edgar", zei mijn vrouw ’s morgens. "Welke dag is het?", vroeg ik haar. Ze keek me raar aan maar zei vervolgens dat het zaterdag 5 oktober was. "Half negen, tijd om op te staan", voegde ze eraan toe. Maar, 5 oktober? Had ik dan alles gedroomd? Was het dan echt niet waar? Ik vroeg nog of ze het zeker wist, maar ze was absoluut zeker. Gelukkig maar. Het werd een fijne dag, die zaterdag.

Maar nu lees ik in de krant dat het toernooi en het feest wel degelijk hebben plaatsgevonden. Wat nu weer?! Ik bedoel, ik wil het Streekblad niet beschuldigen van riooljournalistiek, maar deze mededeling brengt me toch echt van mijn stuk. Ik weet niet meer wat ik geloven moet en wat niet. Alle zekerheden zijn weer weg.

Ik sta wederom voor de ruïnes van mijn wereldbeeld.

Edgar H. Kriggen

(met dank aan J.H.Donner)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Scroll naar boven