Bestaat Promotie?

( vrij naar Donners “Bestaat Canada?” )

“Edgar!” riep mijn lieve huisgenote, vlak na de nieuwsberichten van één uur, “ze zeiden zojuist dat Robby Kevlishvili bij Promotie in Zoetermeer aan de kop staat met een heleboel punten”. “Ha ha ha”, lachte ik vrolijk vanuit mijn warme bed, “en in Siberië zijn vliegende schotels geland waar allemaal groene mannetjes uitkwamen, hè, malle meid”.  Maar ze maakte geen grappen, ze had het echt gehoord, hield ze vol. Ik kan niet zeggen dat haar mededeling mij erg ut mijn evenwicht bracht, want het is één van haar beminnelijkste eigenschappen dat het hele schaakspel haar volkomen koud laat. Ze zal wel iets anders gehoord hebben, dacht ik.

De volgende dag las ik het zelf. Jawel hoor, Robby had 6½ punt uit zeven partijen in de interne competitie van Promotie. ’s Avonds stond het ook nog in de krant.

Wat is die berichtgeving in het Streekblad toch altijd miserabel! Het zal wel weer 2,5 uit zeven of 6,5 uit veertien moeten wezen. En vermoedelijk is het ook niet Robby Kevlishvili, maar de buiten Zoetermeer nog weinig bekende schaker Rob Keveling. Dat soort dingen heb ik te vaak meegemaakt om me er verder druk over te maken. Zo dacht ik, maar een diepe onrust begon toch te knagen. Het was mij inderdaad bekend dat Robby Kevlishvili vorig seizoen als tienjarige bij de senioren van Promotie was gaan spelen, een voornemen waarin ik hem ook persoonlijk had aangemoedigd. Hij zou daar toch geen gekke dingen uit gaan halen?

Woensdag zag ik Willem Broekman in het Stadshart. Hij is Webmaster van Promotie en draagt het schaakspel een warm hart toe. Vooral aan hem hebben we de uitstekende berichtgeving op de website van Promotie te danken. “Robby doet het goed, hè”, sprak hij. Wat nu weer!?? 8 Punten uit negen partijen had hij op zijn apparatuur doorgekregen. Direct uit de Olympus. Op mijn  herhaald en angstig aandringen gaf hij toe dat een fout in de een of andere internetserver niet volkomen was uitgesloten. De kans was klein, en de laatste fout was hem vijfendertig jaar geleden overkomen, maar de mogelijkheid zat er altijd in, moest hij tenslotte erkennen.

En nu kom ik zojuist Gerhard Eggink tegen. Net terug uit de speelzaal van Promotie. Hij heeft er zelf naast gestaan, zegt hij. Robby Kevlishvili op de eerste plaats in de eerste groep, winnaar van de eerste periode. Wat moet ik daar nu mee? Men begrijpe mij goed, ik wil niets van Eggink persoonlijk zeggen. Ik bedoel: de hardwerkende Wedstrijdleider Intern van onze vereniging is natuurlijk volkomen te goeder trouw. Ik geloof beslist niet dat de man opzettelijk staat te liegen.

Maar de wonderlijke mare, die hij mij overbrengt is nog veel moeilijker te geloven! Ik ben nu wanhopig. Ik weet niet meer wat ik geloven moet en wat niet. Alle zekerheden zijn weg.

Ik sta voor de ruïnes van mijn wereldbeeld.

Scroll naar boven