Voetbalvereniging FC Bayern München kreeg afgelopen weekeinde kritiek over zich heen omdat de club twee wedstrijden had verloren tegen tegenstanders die zij een paar maanden geleden nog finaal van de grasmat zouden hebben gespeeld. Dat het om twee clubs uit de omgeving ging, maakte het niet beter. Door deze onverwachte nederlagen beïnvloedde FC Bayern de strijd om de degradatie te ontlopen (tegen SC Freiburg) en de strijd om een plaats in de Europa-leage (tegen FC Augsburg).
De kritiek was niet mals: ‘De bond wringt zich in alle bochten om FC Bayern tegemoet te komen bij het vaststellen van het speelschema (alles draait om Bayern) en nu geven de heren niet thuis als zij hun sportieve plicht moeten doen’. De vraag is of de kritiek terecht is. Bayern München was al kampioen en had net de teleurstellende uitschakelingen tegen Borussia Dortmund (DFB-pokal) en Barcelona (Championsleage) achter de rug. En daarbij hielden langdurige blessures enkele sterspelers aan de kant. Onder die omstandigheden is het mentaal nauwelijks op te brengen om door de lichamelijke ongemakken (die er na een lang seizoen zijn) heen te bijten. Er staat immers niets meer op het spel voor hen. Ook is het logisch dat men zijn been terugtrekt in felle duels; de tegenstander waarvoor veel op het spel staat, zal dat zeker niet doen. Zelfs in Engeland, waar het vervullen van de sportieve plicht toch hoog in het vaandel staat, laten topteams het in de slotfase wel eens afweten. Geen enkele competitie-indeling kan dit voorkomen.
In de 3e klasse A van de KNSB waren voor het ingaan van de laatste ronde nog twee beslissingen niet gevallen. Er was nog geen kampioen en er waren nog vier kandidaten voor de tweede degradatieplaats. Mijn eigen ploeg, HSP/Veendam 1, nog niet veilig, had het relatief gemakkelijk. Het reeds gedegradeerde HSC-Stork had gemeld slechts zes spelers ter beschikking te hebben. De e-mails aangaande het samenstellen van het team bevatte deze keer derhalve een ongebruikelijke zinnetje: “wie heeft er geen bezwaar om zonder te spelen de reis naar Hengelo aan te vangen”. Het toeval wilde dat de ploeg met het zelfde aantal wedstrijd-punten als wij, moest spelen tegen Sissa 2, dat drie bordpunten nodig had om kampioen te worden. Een overwinning voor ons met 6½-1½ zou normaal gesproken tot klasse-behoud moeten leiden. Dat aantal bordpunten kwam er. Maar nodig was het niet. Sissa 2 liet er geen twijfel over bestaan wie er de sterkste was en zorgde er voor dat SG Max Euwe-4 degradeerde.
Het waren echter niet deze wedstrijden die mij op tot deze column brachten, maar twee andere.
Twee degradatie-kandidaten behaalden beiden een onverwacht resultaat tegen sterkere tegenstanders, voor welke teams niets op het spel stond. Schakers hebben geen pijntjes zoals voetballers, maar hebben natuurlijk wel te maken met partners die zeggen ‘moet je zaterdag nu alweer de hele dag weg?’ En om dan te zeggen dat het vervullen van de sportieve plicht die dag van een hogere orde is dan de belangen en gevoelens van een partner die al acht zaterdagen alleen is achter gebleven, dat is spelen met vuur. Ik heb geen verslagen gelezen en weet dus niet of er onnodig scherp is gespeeld dan wel ongeïnspireerd. Dat het domme pech was of dat er mysterieuze krachten zijn vrijgekomen bij de door degradatie bedreigde teams.
Wat wel opvalt is dat het wedstrijden waren binnen dezelfde bond. Een degradant uit eigen bond is niet in het belang van alle teams van die bond. Doordat Sissa 2 er voor voor ging, speelden deze keer beide uitslagen geen rol: de OSBO verloor zijn twee teams.
Toch zou ik er voor willen pleiten om de competitie zo in te delen dat in de laatste ronde gespeeld wordt tegen teams uit een andere bond. Dan wordt het belang van het behoud van een KNSB plaats voor een bond verdedigd in rechtstreekse, echte, duels.
