Chessman

Je bent Amerikaan en je heet Chessman. Eerlijk gezegd lijkt het me maar niets om als meneer Schaakstuk door het leven te moeten. Volgens mij word je door je omgeving meteen niet meer serieus genomen. Voor mevrouw Schaakstuk zou het eventueel iets anders kunnen liggen, maar over haar gaat deze column niet.
De naam Chessman was zestig jaar geleden op aller lippen in Californië. In 1948 was in de buurt van Los Angeles een zekere Caryl Chessman gearresteerd, een beroepscrimineeltje die ervan werd verdacht de toentertijd beruchte “Red Light Bandit” te zijn. Deze bandiet volgde auto’s in afgelegen gebieden en liet ze stoppen door een rood zwaailicht te gebruiken zoals de politie deed. Als de bestuurders dan hun raampje openden, keken ze tegen een schietijzer aan en werden ze beroofd. In enkele gevallen waren vrouwen gedwongen geweest tot handelingen waar ze op dat moment even geen zin in hadden.
De gearresteerde Chessman bleek een onverwacht taaie rakker. Hij kon weliswaar een doodvonnis niet voorkomen, maar vanuit zijn dodencel slingerde hij beroepschrift na beroepschrift het juridische systeem in. Voorts schreef hij in zijn cel vier boeken die bestsellers werden en die hem geld en internationale bekendheid opleverden. Maar deze geschriften hadden een nog belangrijker gevolg. Het werd wereldwijd bekend dat in zijn strafzaak erg creatief was omgegaan met de uitleg van een wetsartikel dat de doodstraf met zich bracht. Dit maakte zijn zaak tot een “cause célèbre”, met het gevolg dat een hele rij beroemde Amerikanen zich zelfs voor hem inzette. Acht keer wist Chessman uitstel van executie te krijgen. En de negende keer, op 2 mei 1960, was het eigenlijk ook weer gelukt… ware het niet dat het reddende telefoontje kwam toen Chessman reeds in een hermetisch gesloten kamertje zat alwaar zich juist blauwzuurgas begon te vormen. Later is duidelijk geworden dat de secretaresse van de rechter, die het bevrijdende telefoontje moest plegen naar de executiekamer, eerst een verkeerd nummer had gedraaid. Als het telefoontje enkele minuten eerder was geweest, had Chessman zijn negende uitstel bewerkstelligd. Hallo, meneer Hitchcock, bent u daar nog?
Deze Chessman intrigeert mij omdat hij zijn naam opvallend veel eer aan deed. Hij was om te beginnen stronteigenwijs en hield, tegen alle welmenende adviezen in, vast aan zijn voornemen zijn eigen advocaat te willen zijn. Hij oogde in de rechtszaal zeer van zijn gelijk overtuigd en hij zou arrogant zijn overgekomen. Maar ging het hier niet om ordinaire bluf? Ik moet bij dit alles denken aan de schaker die een combinatie op het bord brengt waarover de omstanders het wijze hoofd schudden. Alleen de schaker zelf weet of zijn beslissing een kwestie is van echte overtuiging of van blufpoker. Chessman tilde zijn hoofdprobleem in deze zaak op een abstracter niveau toen hij, niet lang voor zijn dood, verwoordde wat de autoriteiten na die lawine van beroepschriften in hem zagen: “a justice-mocking, lawless legal Houdini and agent provocateur assigned by the Devil (or was it the Communists?) to foment mistrust of lawfully constituted Authority.” De formulering van deze zin alleen al suggereert dat Caryl Chessman een behoorlijke opleiding gehad moet hebben en dat hij dus zichzelf tekort heeft gedaan met zijn carrièrekeuze. Ook in dit opzicht dringt zich een zekere analogie op met schakers uit de schaakhistorie.
Chessman, what’s in a name?

Scroll naar boven