Het kan u niet zijn ontgaan, de moderne mens zal een leven lang moeten blijven leren. De snelheid van de technische en maatschappelijke ontwikkelingen vereist dat. En inderdaad, het is bij alle grote bedrijven goed gebruik dat aan medewerkers een assortiment van cursussen wordt aangeboden. Sommige vormen een ondersteuning voor het directe werk, andere richten zich op de ontwikkeling van de medewerker – en wellicht op een traject richting uitgang. Wanneer cursussen een nieuwe ontwikkelingsrichting van de medewerker inluiden is het oppassen geblazen. Immers, een nieuw vak leren in een week tijd is een illusie. Zo’n cursus is slechts een begin… maar waarvan?
Hoe zit het met ondersteunende cursussen? Heel wat simpeler, zou ik zeggen. Wie met een technische achtergrond in de bouw van computer-applicaties terechtkomt en een cursus “modulair programmeren” krijgt, heeft hier direct profijt van. Zo’n cursus brengt zijn geld op, voor alle betrokken partijen.
Ik maak nu een sprongetje. Schaakcursussen en trainingen, welke functie hebben die? Dat lijkt me duidelijk: ze vallen in de categorie “ondersteuning”. De individuele schakers hebben er het meeste aan, maar een ondersteunende schaakclub vaart er ook wel bij. In het afgelopen seizoen hebben twee trainers zich ontfermd over het sterkere segment van de spelers van Promotie. Uitgerekend in ditzelfde seizoen zijn de eerste twee teams gedegradeerd. Waren de trainingen soms niet goed? Waren ze zinloos?
Ikzelf was bij de training door John van der Wiel. Het was mij al na de eerste sessie duidelijk dat de Leidse grootmeester over didactische gaven beschikt en dat er over de inhoud was nagedacht. Bij de voorbereiding had hij zich er niet met een Sjonnie van Leiden vanaf gemaakt. John van der Wiel maakte bijvoorbeeld aan de hand van gecompliceerde stellingen duidelijk hoe je al snuffelend en wroetend op ideeën kunt komen om eventueel de omstandigheden op het bord in jouw richting te buigen. Aan de hand van concrete oefeningen liet hij voelen hoe dat proces verloopt. Vooral niet gaan rekenen als een kip zonder kop en vooral niet blijven hangen in elegante algemeenheden. Hij demonstreerde als het ware een houding tegenover de problemen die zich aan het bord voordoen, een harmonisch samengaan van de twee R-en: Rekenen en Reflectie. Ik durf de stelling aan dat deze demonstratie, die qua methode los staat van concrete thema’s, voor de bevattelijke deelnemer uiteindelijk zal resulteren in extra halfjes, misschien zelfs in extra heeltjes. Neen, met de training was helemaal niets mis, het was wat mij betreft een regelrechte aanrader.
Natuurlijk, een cursus “modulair programmeren” is een stuk rechtlijniger dan het toepassen van de snuffel- en wroetmethodiek in een willekeurige gecompliceerde stelling. Onmiddellijke vertaling in extra halve en hele punten is wat al te simpel, maar over veel partijen genomen moet het toch wat gaan uitmaken. Daarom, mannen van het eerste en tweede: lever het komend seizoen het bewijs dat de training iets met u heeft gedaan. Vind al snuffelend en wroetend in uw stellingen de weg terug omhoog!
