De 10 schaakgeboden

De Tien Schaakgeboden

De Tien Schaakgeboden                                                                                  

(naar een oud handschrift, berustende in het ongenaakbaar archief der Urker! Schaakklub, en met “kerkelijke goedkeuring” van dr. A. Kuyper en  J.Alb. Thijm)

 

Ik ben de wijsheid, die u roept uit de dienstbaarheid van het buffet aan het schaakbord des verstands.

 

 

Dat eerste gebod: Gij zult op dat bord geen onzin voor mijn  aangezicht maken.

 

Dat tweede gebod: Gij zult geen valsche goden oprichten in den schaaktempel, noch Muzio, noch Salvio, noch Philidor, noch Stein, noch drieschaak, noch vierschaak, en gij zult die niet dienen.

 

Dat derde gebod: Gij zult den naam van het schaakspel niet ijdellijk gebruiken noch op allerlei gesukkel toepassen, want daaraan heb Ik een afgrijselijken hekel en Ik zal het u wis en zeker betaald zetten.

 

Dat vierde gebod: Langer dan zes dagen per week van ’s morgens vroeg tot ’s avonds elf moogt gij niet schaken, want dat is lang genoeg en gij moet ook eens wandelen.

 

Dat vijfde gebod: Koopt de Kerkvaders en eert ze door onderzoek, want dat doende zal het u welgaan op de via dolorosa naar den schaakhemel.

 

Dat zesde gebod: Gij zult niet stelen, noch openbaar den tijd bij eenvoudige zetten, noch heimelijk de stukken als uw tegenstander zich verwijdert.

 

Dat zevende gebod: Gij zult geen overspel doen, ja gij zult zelfs geen stuk onbehoorlijk aanraken.

 

Dat achtste gebod: Gij zult geen stukken of partijen doodslaan zonder eenig verstandig plan.

 

Dat negende gebod: Gij zult geen valschen getuigenis spreken als uw partij verloren is, noch over hoofdpijn, noch over haast, noch over tante, want zoodoende zoudt gij u gedragen als een schaaklummel

 

Dat tiende gebod: Gij zult niet begeeren uws naasten dame, noch zijn raadsman, noch zijn  paarden, noch zijn  kasteelen, noch zijn  knechten, als gij ze toch niet kunt krijgen, want dat is kwelling des geestes en baat u geen zier.

 

 

Zoals opgetekend in het KNSB-schaaktijdschrift “De schaakwerld” in 1875, daarna opgenomen in het boek “Nederland schaakt!”, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de KNSB in 1974, daarna in de schaakbibliotheek van Promotie terechtgekomen, bij de opheffing daarvan bij mij terechtgekomen, en daarna gelezen en wederom ingetypt door

 

Gerhard Eggink

 

Scroll naar boven