De bevredigende executie

Op mijn webbrowser heb ik bij mijn favorieten staan de site www.capitalpunishmentuk.org.

Het is een alleraardigste site waar allerlei uiterst belangwekkende informatie op staat. Zo vind je er  informatie over degenen die in het Verenigd Koninkrijk ooit het niet alledaagse beroep van “hangman” uitoefenden, over hoe het heksen, dieven, moordenaars en valsemunters zoal verging op het allerlaatst van hun leven. Alles erg leerzaam, zeg nu zelf. Tot vrij recent werd er ook iedere maand een zaak onder de loep genomen die op het Britse eiland ooit had geleid tot een executie ten overstaan van een “unruly crowd”, een roerige menigte. Die een “good hanging” in die vervlogen dagen wel wist te waarderen.

Een parallel: niet zelden zie je tijdens een speelronde op club of toernooi dat zich plotseling een groepje verzamelt rond een bepaald bord. Daar wordt dan de koning van een van de spelers geëxecuteerd. Zeker weten. Het lijkt wel of de schakers het ruiken. De menigte vormt zich spontaan en in no-time. Een menigte, geen roerige, maar wel tuk op een publieke executie. Ik herinner mij een bijzonder spectaculair geval tijdens een toernooi in het Oostenrijkse Velden. Op een gegeven moment waren er 10-20 man verzameld rond het bord van twee grootmeesters en ten overstaan van deze menigte werd het eindspel K + 2P versus K+ pi op kundige wijze ten einde gevoerd. U weet, het is een prestatie om dit moeilijke eindspel tot een goed eind te brengen. De man met de paarden deed dat. De verliezer droop af, onmiddellijk nadat hij de notatiebiljetten had ondertekend. Hij had zichtbaar moeite om zijn tranen te bedwingen. De meute, waaronder ik, was muisstil. Je kon een speld horen vallen. Grootmeester Donner zou het wellicht over “een geur van heiligheid” hebben gehad, als hij er bij was geweest.

Laatst waren er op mijn clubavond nog maar drie partijen aan de gang. Bij twee partijen was het puur bloedvergieten, in niets te vergelijken met een “good hanging”. Aan het overblijvende bord, daarentegen, vond de opmaat plaats tot een waarlijk bevredigende executie. Het zwarte leger stond voor een deel nog op stal, de rest was ook niet hyperactief. De witten richtten zich doelbewust op een gastvrij ogende koningsstelling. Nochtans was het zo te zien niet een-twee-drie uit…. of toch?

De witte tovenaar liet een schimmel neerploffen op veld e5. Wauw! Die kon daar door een boertje vermoord worden. Dat gebeurde niet. Toen ging het edele ros naar g4. Wauw! Die kon daar wederom door een boertje vermoord worden. Dat gebeurde wederom niet. Mijn oortjes werden rood. De aanvoerder der zwarten – een intellectueel tiepje – wriemelde met een vermoord wit boertje tussen zijn vingers en schoof hem even later terzijde. Hij spande de lippen en keek wanhopig naar de positie, af en toe het hoofd schuddend. Nadat hij ook de tweede keer het brutale paard niet door zijn boertje had laten vermoorden ging het hard. Het machtige ros plofte neer op h6 en het was duidelijk dat de executie nu niet lang meer op zich zou laten wachten. En terwijl ik daar naast het bord zat besefte ik nog iets: nu eens geen gapende meute, neen deze executie ontrolde zich uitsluitend voor mijn ogen. Ik genoot van het overduidelijke waanidee dat dit wrede meesterstuk uitsluitend voor mij werd opgevoerd, zoiets als een toneelvoorstelling met één man in de zaal. Ik voelde mij vereerd. Na enkele ferme tikken van de witte tovenaar gaf de zwarte koning de tegenstand op, het schaakequivalent van een uitgevoerde executie. Hier was recht gedaan en ik was van dit moois getuige geweest. De tranen biggelden welhaast langs mijn wangen. Hm, zo bedenk ik mij nu, misschien hebben de Verlichtingsdenkers van de achttiende eeuw over straf en recht de stichtende waarde van een “good hanging” toch wat onderschat…

Scroll naar boven