De grootste Nederlander

Op website www.degrootstenederlander.nl hebt U sinds kort de gelegenheid om de namen te noemen van de vijf Nederlanders die naar Uw mening in aanmerking moeten komen voor de titel “de grootste Nederlander aller tijden”. Het is een alleraardigst initiatief van de KRO en ik heb mijn stem al uitgebracht, of beter gezegd: mijn vijf stemmen. Kort geleden zag ik dat op de KNSB-site een stemadvies werd uitgebracht. U kunt wel raden op wie U volgens de KNSB moet gaan stemmen. Helaas is de schaakbond niet heel groot en ik verwacht dat de achterban van Marco Borsato of Johan Cruijff veel meer stemmen kan mobiliseren. Ik verwacht onze Euwe dan ook niet bij de eerste tien, zeg maar. Maar Cruijff maakt een kans, een vette kans.

Bij inspectie van de namen waarop ik kon stemmen bekroop mij het gevoel dat je als intellectueel toch eigenlijk maar een geweldige loser bent. Je wéét gewoon dat de mannen en vrouwen die Nederland op de wereldkaart gezet hebben, nooit gekozen zullen worden.
En al helemaal niet als nog in leven zijnde populaire personen zoals de twee bovenstaande op de lijst staan. Dat hadden de organisatoren zich moeten realiseren. Alleen over hartstikke dode Nederlanders had de strijd moeten gaan…
Waarom doe ik dan toch mee? Omdat ik gehoord wil worden. Omdat ik strijdend ten onder wens te gaan, met iets meer nadruk op “strijdend” en iets minder op “ten onder gaan”. Met alle respect voor Marco en Johan, het is grotesk een van hen als “de grootste Nederlander aller Tijden” te beschouwen. Het Nederlandse lied en de grasmat lijken me te beperkte speelvelden. Ik weet dat velen mij thans aan repen willen snijden. Het zij zo. Ik blijf bij mijn mening.

Op wie heb ik dan gestemd?
Ik schamper altijd en eeuwig op filosofen en om goede redenen. Maar er is een uitzondering. “…In verstandelijk opzicht wordt hij door sommige anderen overtroffen, maar in zedelijk opzicht staat hij ver boven allen…” schreef de altijd kritische Bertrand Russell over hem.
Ik heb het natuurlijk over Baruch de Spinoza, de man die uit de synagoge gesmeten werd, uitgekotst door de steile dominees van de zeventiende eeuw en die de kost verdiende met het slijpen van lenzen. De man ook, die onverschillig was waar het geld betrof en volgens mensen die het weten kunnen zeer beminnelijk in de omgang. Zijn godsbegrip ging dat van zijn tijdgenoten te boven en misschien werd hij daarom wel als een levensgevaarlijke man gezien. Zijn Ethica is moeilijk te lezen, zelfs al is het “in meetkundige trant” uiteengezet volgens de filosoof. Maar het is wel een heus bouwwerk.
Mijn volgende kandidaat is Simon Stevin. Hij werd in Brugge geboren. Is hij als Nederlander te beschouwen? Toe maar. Vestingingenieur en als zodanig voor Maurits, zoon van Willem de Zwijger, in de strijd tegen de Spanjolen van eminent belang, uitvinder van de zeilwagen. Stevin zorgde ervoor dat het Nederlands als enige West-Europese taal niet van het Latijn afgeleide woorden heeft voor mathematica, fysica, chemie en astronomie: wis-, natuur-, schei- en sterrenkunde.
Christiaan Huygens is de volgende op mijn lijstje. Ikzelf heb op het Huygens-Lyceum in Voorburg gezeten, maar dat is niet de reden voor mijn keuze. Huygens was de meest veelzijdige Nederlandse uitvinder en ontdekker op het gebied van de wis-, natuur- en sterrenkunde. Ik ga hier niet opnoemen wat hij zoal heeft gedaan. Dan wordt dit stukje te lang. In Nederland denken we bij de naam Huygens vaak aan Constantijn, zijn vader, dichter en secretaris van een van de Oranjes. In het buitenland kennen ze maar één Huygens, de intellectuele gigant met de onuitspreekbare naam,
En mijn een-na-laatste keuze? Die geldt een persoon wiens belangrijkheid voor Nederland niet gemakkelijk overschat kan worden: Johan de Witt. Deze raadspensionaris van Holland laveerde de Republiek in het eerste stadhouderloze tijdperk tussen vele gevaarlijke klippen door. Zijn enige fout was dat hij de oorlog met Frankrijk en Engeland van 1672 niet heeft zien aankomen. Het leidde tot zijn ondergang en die van zijn broer Cornelis. Zij werden door het Haagse grauw gelyncht, tot groot genoegen van de hem opvolgende stadhouder Willem III. Spinoza wilde met een spandoek (“Ultimi barbarorum!”) de straat op toen hij van de lynchpartij hoorde, maar zijn nuchtere huisbaas wist dat gelukkig te verhinderen.
Verder noemt Laplace onze “Witt” (en Huygens trouwens ook) als een van de belangrijke mannen in de (toepassing van) de kansrekening.
Ik eindig met de persoon die ik zelf beslist als mijn meest discutabele keuze beschouw.
Dat is Max Euwe. Verbaast U dat? Als er over driehonderd jaar nog geschaakt wordt zal zijn naam nog genoemd worden. Wereldkampioen, promotor van het schaken, voorzitter van de FIDE, de man die ervoor heeft gezorgd dat Boris en Bobby in 1972 toch een mooie match konden spelen en daarvoor de regels aan zijn laars lapte. Allemaal waar, maar ik lijd niet zozeer aan sportverdwazing dat ik de keuze voor Euwe geheel en al onproblematisch vind.
Er zijn dingen in de wereld die toch, bij nader inzien, belangrijker zijn dan schaken. Maar de keuze voor Euwe is een keuze bepaald door het hart en niet door het nuchtere verstand.

Ga ook stemmen! Maar van mij krijgt U geen stemadvies. U bent oud en wijs genoeg.

Scroll naar boven