De klassieken [3] door Nico Peerdeman
Ook deze 2e opgave zal kenners bekend voorkomen. Het fragment stamt uit de beroemde partij Lewitsky- Marshall, Breslau 1912. Zwart dwong wit tot overgave met de verbluffende zet
23. .., Dg3!! Het verhaal gaat dat na de zet Dg3 het schaakbord werd bedolven onder gouden munten.

Van Stephan Lewitsky (1876-1924) is bekend dat hij van Russische komaf is. Hij was een tijdgenoot van zijn illustere landgenoot Tjigorin. In 1911 werd hij kampioen van Rusland.
In 1913 speelde hij een match tegen de toen nog onbekende Aljechin. Aljechin won deze match met 7-3 (+7 -3). Ook is nog bekend dat Lewitsky nog heeft deelgenomen aan de B-groep van het grote toernooi in Sint Petersburg 1914.
In de openingstheorie is het systeem 1. d4 d5 2. Lg5 bekend als de Lewitsky-aanval.
Frank Marshall (1977-1944) is 1 van de groten uit de schaakgescheidenis. Hij is onafgebroken kampioen van de Verenigde Staten geweest van 1909 tot 1936.
De Amerikaan stond vooral bekend om zijn scherpe, aanvallende stijl. Toch voelde hij zich heel goed thuis in het eindspel.
In 1907 speelde Marshall een match om de wereldtitel tegen de toenmalige kampioen Lasker. Marshall verloor kansloos en heeft daarna nooit meer om de wereldtitel gestreden.
Deze stelling ontstond vanuit een Frans gambietsysteem dat Marshall in zijn loopbaan veel heeft gespeeld: 1. e4 e6 2. d4 d5 3. Pc3 c5?!
Breslau behoorde destijds tot Duitsland. Nu is het een plaats in het zuid-westen van Polen bekend onder de naam Wroclaw. Aan het toernooi deden 18 spelers mee. Marshall werd 6e met een score van 9,5 uit 17. (+7 -5 =5). Lewitsky werd gedeeld 13e met 7 uit 17 (+5 -8 =4).
Zelf ken ik nog 2 sprekende voorbeelden met eveneens een spectaculaire dameuitval op hetzelfde veld:
Aljechin-Supico, Rossolimo-Reismann,
Lissabon 1941 Puerto Rico 1967
20. Dg6!! 23. Dg6!!
De 3e klassieker (opnieuw een echte) is de volgende:
![]() |
[ wordt vervolgd ]

